Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

J.F.Kunst is tóch J.F.Kunst

home

Jaap Harskamp en Reinier Salverda

Drie weken geleden schreven Reinier Salverda en Jaap Harskamp in Letter & Geest dat achter het pseudoniem J.F.Kunst de dichter Geerten Gossaert schuilde. Dezelfde dag nog kwam er een e-mail.

Op 3 maart kwamen wij in Letter & Geest met een literaire ontdekking. Wij meenden twee tot nu toe onbekende bundels te hebben gevonden van de dichter Geerten Gossaert, pseudoniem van F.C.Gerretson (1884-1958). Deze dichtbundels – ’Langs den weg’ (1928) en ’Melati en rotan’ (1947) – waren gepubliceerd onder de naam J.F. Kunst. Omdat we nergens ook maar een snipper informatie konden vinden over deze dichter, trokken wij de conclusie dat het hier om een niet-bestaande persoon ging. Vanwege de frappante overeenkomsten – stilistisch, poëticaal, lexicaal, Indisch, historisch en politiek – met de poëzie in de dichtbundel ’Experimenten’ (1911) van Geerten Gossaert, wezen we hem aan als de auteur.

Op de dag dat ons artikel verscheen werden wij evenwel verrast door een e-mail van Judith Kunst. Zij was blij met onze lovende woorden over de gedichten, maar meldde meteen dat J.F. Kunst geen pseudoniem was. Het was haar grootvader, die officier van justitie in Soerabaja was geweest en veel gedichten had geschreven, maar weinig gepubliceerd. Diezelfde avond nog telefoneerden wij uitvoerig met haar broer Harald, die over deze grootvader meer informatie wist te verschaffen. Het gaat om mr. Jan Frederik Kunst, geboren op 13 december 1879 te Salatiga en overleden te Hilversum op 13 juni 1948.

Van een heel andere kant kregen we intussen een e-mail van Sander Bink van Antiquariaat Schumacher te Amsterdam met het bericht dat er met behulp van Nijhoff’s Index een aantal gedichten en vertalingen van Kunst was gevonden in literaire tijdschriften uit de jaren twintig en dertig, zoals De Gids, Leven en Werken, Morks Magazijn en Helikon.

Op basis van deze nieuwe informatie raakte ons onderzoek in een stroomversnelling en kunnen we nu het volgende zeggen.

Radicale sympathieën

Over het leven van Frits Kunst is niet veel bekend. Hij was op jeugdige leeftijd uit Indië naar Nederland gekomen en moet een zeer begaafd gymnasiast zijn geweest. Na zijn eindexamen was hij te jong voor de universiteit; hij werd voor een jaar naar Zweden gestuurd. Op 26 september 1898 schreef hij zich te Leiden in voor de rechtenstudie. Hij was lid van het corps en bestuurslid van de studentengeheelonthoudersbond. Op 11 december 1901 promoveerde hij op stellingen. Daarna studeerde hij verder aan het Indisch Instituut, en slaagde op 4 juli 1904 voor de Indische dienst.

In 1903 was hij een jaar niet ingeschreven. Waarschijnlijk verbleef hij toen in de kolonie Walden van Frederik van Eeden bij Bussum, als een van de idealistische jonge intellectuelen die door dit sociale experiment werden aangetrokken. Hij had toen radicale sympathieën, bijvoorbeeld voor de in Engeland wonende anarchist Kropotkin, met wie Van Eeden bevriend was.

In 1904 vertrok Kunst naar Indië. Zijn eerste standplaats was Semarang, daarna volgden Probolinggo en Medan. Vanaf 1912 werkte hij bij de Raad van Justitie te Soerabaja; na 25 jaar trouwe dienst werd hij in 1929 officier in de orde van Oranje-Nassau. In juni 1930 vertrok hij met zijn gezin naar Nederland, waar hij zich vestigde te Hilversum.

Kunst moet een vrij introverte persoonlijkheid zijn geweest die een teruggetrokken leven leidde. In de jaren dertig verdwijnt hij vrijwel geheel uit beeld, tot hij na de oorlog politiek en poëticaal losbarstte in zijn gedichten over Indië.

Er is een flinke en gevarieerde verzameling gedichten bewaard gebleven van deze Indische Gossaert. Zijn poëtische nalatenschap bestaat uit een vijftien centimeter hoge stapel handschriften, brieven, gedichten, overdrukjes en krantenknipsels.

In de jaren twintig en dertig blijkt Kunst een tiental gedichten en vertalingen te hebben gepubliceerd in literaire tijdschriften: behalve in de al genoemde, ook nog in De Indische Post en Roeping. Enkele daarvan zijn opgenomen in de bundel ’Langs den weg’. Van de gedichten uit die jaren is er een aantal gewijd aan bewonderde auteurs als Gorter, Kloos, Van Eeden, en René de Clercq. Interessant is een schrift vol Franse gedichten, naar het voorbeeld van de bewonderde Frans-Cubaanse dichter José-Maria de Heredia (1842-1905), waaronder een Franstalig sonnet bij diens honderdste geboortedag in 1942.

Vier gedichten van Kunst zijn op muziek gezet. Zijn achterneef, de befaamde etnomusicoloog Jaap Kunst (1891-1960) heeft hem vermoedelijk geïntroduceerd bij de componist Julius Röntgen, die ’Nocturne’ op muziek zette voor sopraan, hobo en piano.

Er zit vrij veel gelegenheidspoëzie in de nalatenschap: kerstgedichten bijvoorbeeld, een gedicht op de dood van de Belgische koningin Astrid in 1935, en op de geboorte van prinses Marijke (Christina) in 1947. In dezelfde lijn ligt de opdracht aan Winston Churchill in het typoscript van het Engelse gedicht ’To England’ in ’Melati en rotan’. Kunst stuurde de verzen ook aan die hoge personen toe, zoals blijkt uit diverse dankbrieven. Interessant in dit verband is een brief van 13 januari 1948, waarin J.F. Kunst uit naam van koningin Wilhelmina bedankt wordt voor de toezending van zijn bundel ’Melati en rotan’.

Kunst toonde zich een dichter met een sterke majesteits- en autoriteitenverering. Dit doet denken aan de schrijver Alexander Cohen (1864-1961), ook sterk Frans georiënteerd, die eveneens via Nederlands-Indië veranderde van een radicaal anarchist in een vurig monarchist.

Onder de radar

De nieuwe feiten die naar aanleiding van ons stuk in Trouw aan het licht zijn gekomen, brengen ons uiteraard tot andere conclusies. Allereerst zaten we er gewoon naast met onze toeschrijving. De volkomen onbekend gebleven J.F. Kunst blijkt de auteur te zijn van de twee bundels, van een aantal andere, in Indische en Nederlandse tijdschriften gepubliceerde gedichten, en van een verzameling nooit uitgegeven poëzie in het Nederlands en het Frans.

Uit die literaire nalatenschap valt een bundel samen te stellen waarmee J.F. Kunst de plaats kan krijgen die hem toekomt, naast andere belangrijke dichters uit Indië, zoals Jan Prins, Nes Tergast, Noto Soeroto, Willem Brandt en G.J. Resink.

Intussen staan we wel voor een nieuwe vraag: hoe bestaat het dat iemand als J.F. Kunst zo volkomen onder de radar is verdwenen? Dat hij zoveel heeft geschreven, en geen enkel spoor heeft nagelaten – terwijl hij daar duidelijk wel op uit is geweest?

Kwam hij te laat, was zijn poëzie toen al te gedateerd voor de nieuwe literaire mode van de jaren dertig? Waren er afwijzingen – zoals van De Nieuwe Gids in 1927 – die hij niet kon verwerken? Of was hij wellicht geheel verindischt, en kon hij zich in Nederland alleen staande houden door terug te vallen op de Indische kringen waarin hij ten minste nog iemand was?

Ter vergelijking: de schrijfster Maria Dermoût (1888-1961) kwam doordat ze in Arnhem Johan van der Woude leerde kennen, in contact met uitgeverij Querido. Zo slaagde ze erin om het Nederlandse literaire systeem binnen te komen. Als dat niet was gebeurd, dan was zij vermoedelijk een onbekende mevrouw gebleven, die aardige Indische verhaaltjes schreef in Indische blaadjes. Iets dergelijks lijkt met de dichter Kunst gebeurd te zijn.

Zeker is dat zijn bundel ’Melati en rotan’ een eenzijdige selectie bevat uit de poëzie die hij schreef voor Het laatste nieuws uit Indië, propagandablad van het Nationaal Comité Handhaving Rijkseenheid. Ook dit kan een verklaring bieden voor Kunsts onbekendheid. Want eigenlijk is alles wat met Rijkseenheid te maken heeft, nog steeds in nevelen gehuld. Na de onafhankelijkheid van Indonesië is er een grote stilte over deze club neergedaald, en daarin is ook ’Melati en rotan’ verdwenen.

Nieuwe vragen

Maar ook over Geerten Gossaert rijzen er nieuwe vragen. Want hoe kan het dat er zulke frappante overeenkomsten zijn tussen het werk van deze beide dichters? Beiden putten immers inspiratie uit dezelfde traditie, die loopt van de middelnederlandse poëzie via Vondel en Bilderdijk tot Gezelle. Beiden gebruiken dezelfde bevlogen retoriek, dezelfde knappe variatie in versvorm en techniek, en hetzelfde bijbelse en klassieke idioom. Bij beiden treffen we dezelfde elitaire poëtica: poëzie schrijf je voor intimi, en niet voor het gemeen. Beiden zijn op oudere leeftijd literair in vuur en vlam geraakt door de strijd om het behoud van Indië. En ze schreven ook allebei in het propagandablad van het Comité Handhaving Rijkseenheid.

Was Kunst een epigoon die zich de stijl en techniek van Gossaert helemaal had eigengemaakt? Volgens ons ligt het ingewikkelder. Kunst was vijf jaar ouder dan Gerretson. Zijn formatieve jaren liggen in het laatste decennium van de negentiende eeuw. Zijn voorbeelden en inspiratiebronnen waren toen Frederik van Eeden, Stefan George, Karel van de Woestijne, Albert Samain, Jean Moréas, en vooral de ’Parnassien’ José-Maria de Heredia. Gezien deze dichterlijke genealogie en het Europese dichterpantheon dat we in zijn vertalingen tegenkomen, heeft Kunst Gossaerts ’Experimenten’ van 1911 niet nodig gehad om zijn eigen stijl, toon, stem en poëzie te vinden.

Geen epigoon dus. Andersom maakt dit Gossaert weer minder uniek dan hij misschien lijkt. De neoclassicistische poëzie van De Heredia heeft, zoals Gossaert in 1956 heeft toegegeven, ook op zijn dichtwerk diepe invloed uitgeoefend. Het ziet ernaar uit dat beide dichters hier, onafhankelijk van elkaar, geput hebben uit dezelfde bron. En dat ze er dezelfde poëticale opvattingen op na hielden als deze immens populaire ’Parnassien’.

En dan is er tot slot natuurlijk nog de vraag die nu opnieuw openstaat. Waar zijn Gossaerts politieke gedichten, wier bestaan hij diverse keren heeft gemeld, werkelijk gebleven? Waar vinden we zijn Indische verzen? En waar liggen die nooit gepubliceerde gedichten, die zouden behoren tot zijn beste werk?

De speurtocht gaat voort.

Jaap Harskamp is als conservator Nederlands-Vlaamse collecties verbonden aan de British Library te Londen.

Reinier Salverda is directeur van de Fryske Akademy te Leeuwarden en buitengewoon hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde aan het University College te Londen.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.