Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Israël moet normaal worden

Home

Interview | Peter Henk Steenhuis

De lichamen van de slachtoffers van de aanslag op de Joodse school in Toulouse worden begraven in Israël, © REUTERS

Günter Grass publiceerde begin deze maand een ongepast gedicht, waarmee hij ongepaste kritiek oogstte. Kritiek uit- oefenen op Israël, of op het zionisme, staat niet gelijk aan antisemitisme. Houd die begrippen vooral gescheiden, betoogt Denker des Vaderlands Hans Achterhuis.

Günter Grass sprak over zijn 'laatste inkt', waarmee hij het gedicht 'Was gesagt werden muss' geschreven zou hebben, en waarin hij 'atoommacht Israël' een gevaar voor de wereldvrede noemt. In de onafzienbare stroom reacties op dit gedicht wordt telkens melding gemaakt van die laatste inkt, alsof met die twee woorden het andere tijdperk wordt opgeroepen waaruit Grass afkomstig is. En dat is ook zo, de Nobelprijswinnaar is 84, maar belangrijker: hij is voormalig SS'er.

Dat maakt hem volgens Denker des Vaderlands Hans Achterhuis volkomen ongeschikt deze kritiek te uiten. "Hij had kunnen verwachten uitgemaakt te worden voor antisemiet", zegt Achterhuis. "Neemt niet weg dat het wel belangrijk is door te denken op de vraag hoe het kan dat iedereen die kritiek levert op Israël onmiddellijk voor antisemiet wordt uitgemaakt. Dat gebeurde Van Agt, Gretta Duisenberg en zelfs de Joodse filosofe Hannah Arendt.

"De Israëlische filosoof Moshe Zuckermann wees er vorige week in Die Tageszeitung op dat begrippen als antisemitisme, antizionisme en kritiek op Israël uit elkaar gehaald moeten worden. Maar Zuckermannn schreef ook dat het nutteloos was deze nuancering te maken omdat iedereen toch altijd alles op een hoop gooit."

Hoe kan dat? Zo moeilijk zijn die begrippen niet, die moet je toch uit elkaar kunnen halen?

"Ik noemde al even de Joodse filosofe Hannah Arendt. Door haar werk heb ik meer zicht gekregen op de verknoping van die drie begrippen. Zij heeft zich van meet af aan verzet tegen de stichting van de staat Israël, zoals die na de Tweede Wereldoorlog vorm werd gegeven. In haar artikelen stelde zij dat de Joden in het Midden-Oosten samen moesten werken met de Arabische bevolking van het land. Die was veel groter in aantal dan de Joden. De zionistische leus 'een volk zonder land voor een land zonder volk' was volgens Arendt onzinnig en gevaarlijk. Ze doet denken aan 'het lege land' dat de Britse filosoof John Locke in de zeventiende eeuw in Amerika meende te ontwaren, waarbij de Indianen werden weggedefinieerd om vervolgens verjaagd en vermoord te worden. Op dezelfde wijze werd de verdrijving van de Palestijnen een bijna logisch gevolg van de zionistische ideologie."

Arendts standpunt is antizionistisch, geen discussie over mogelijk.

"Klopt. Ik wilde even haar positie ten opzichte van de stichting van de staat Israël duidelijk maken. Nu naar het antisemitisme, dat is veel lastiger. Arendts beschouwingen over het antisemitisme wijken sterk af van de gebruikelijke filosofische en politieke benaderingen van dit thema.'

Kunt u ze daar tegen afzetten?

"Ja. In de eerste plaats is daar het beroemde existentialistische essay 'Réflexions sur la Question Juive' van Jean Paul Sartre, waar Arendt kort maar fel afstand van neemt. De Franse filosoof stelt hierin dat de Jood zijn gestalte aanneemt in de blik van de ander, de antisemiet. Hij wordt zo tot Jood gemaakt, hij is alleen maar Jood omdat zijn medemensen, de antisemieten, hem als zodanig beschouwen en bestempelen.

"In 'Le Siècle de Sartre' blikt de Joodse filosoof Bernard-Henry Lévy terug op de tekst van Sartre, die aanvankelijk voor hem en veel andere jonge Franse Joden na de Tweede Wereldoorlog een soort van bevrijding beloofde uit het hun opgelegde Jood-zijn. Ondanks deze bevrijdende ervaring en duidelijk in tegenspraak ermee, moet Lévy ook erkennen dat Sartre in zijn tekst nauwelijks een 'positieve' eigen werkelijkheid van het Jodendom erkent. Zo'n positiviteit zou inhouden dat het Joodse volk een eigen culturele en historische werkelijkheid bezit, dat het veel meer is dan een projectie van antisemieten op willekeurige slachtoffers."

Joden zijn meer dan toevallige doelwitten van antisemieten.

"Precies, dat stelt Arendt centraal in haar beschouwingen over het antisemitisme. Verschillende vormen van modern antisemitisme zijn wel degelijk verbonden met de wijze waarop Joden zich in de moderne maatschappij positioneerden. De beschuldiging van een financiële samenzwering van het Joodse grootkapitaal kan bijvoorbeeld niet los worden gezien van de manier waarop in het begin van de negentiende eeuw Joodse bankiers - Arendt analyseert uitgebreid het optreden van de Rothschilds - als financieringsbronnen voor de opkomende Europese natiestaten functioneerden. Als ideologie was het antisemitisme volgens Arendt wel degelijk gebaseerd op een - vreselijk verdraaide - weergave van de werkelijkheid. De overgrote meerderheid van de Europese Joden verkeerde natuurlijk allerminst in de luxueuze positie van de Rothschilds."

Hoor ik u nu zeggen dat de Joden zelf verantwoordelijk zijn voor, zelfs schuldig zijn aan dit soort antisemitisme?

"Nee. Maar uw vraag is terecht, want een dergelijk verwijt wordt Arendt ook vaak gemaakt. Het lijkt mij onzinnig. Arendt gaat er wel vanuit dat mensen altijd meer zijn dan passieve slachtoffers van de omstandigheden. Dat betekent dat zij ook deels verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop zij aan hun situatie vormgeven, erop reageren. Juist om recht te doen aan de vrijheid en verantwoordelijkheid van mensen onderzoekt Arendt de manier waarop Joden omgaan en om zouden kunnen gaan met de vormen van antisemitisme die deels in Joods gedrag hun oorsprong vinden. Maar Arendt zal steeds beklemtonen dat Joden zich als Joden moeten verzetten tegen antisemitisme, dat ze zich er niet, zoals Sartre aanbeveelt, als mensen in algemene zin van moeten bevrijden."

Kunt u dat illustreren, hoe je je als Jood zou moeten verzetten?

"Net als de oude Cato die het niet kon laten om bij elke redevoering de vernietiging van Carthago te eisen, kwam Hannah Arendt in haar vroege artikelen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog voortdurend terug op de noodzaak om een eigen Joods leger te vormen. 'Wie als Jood wordt aangevallen, moet zich als Jood verdedigen', luidde in dit verband haar bekende motto."

In de verschillende Geallieerde legers vochten er Joden tegen de nazi's.

'Klopt. Arendt vond alleen dat er niet individueel en in cognito gestreden moest worden, maar als een duidelijk zichtbare politieke collectiviteit. Haar kritiek op het vooroorlogse Jodendom was nu juist dat het nooit een politiek antwoord had geformuleerd op het antisemitisme. De oprichting van een eigen Joods leger kon voor een beslissende breuk in deze antipolitieke houding zorgen.

"Misschien nog wel belangrijker is dat Arendt zich keerde tegen het idee van de Jood als eeuwige zondebok. Het is vooral de Franse literatuurwetenschapper en filosoof René Girard die dit thema van de zondebok heeft uitgewerkt. Zijn studie 'De Zondebok' begint dan ook met een hoofdstuk over de Jodenvervolgingen in de Middeleeuwen. In 1349 en 1350 kregen in Noord-Frankrijk de Joden de schuld van de pestepidemie. Zij zouden de waterbronnen hebben vergiftigd. Opgehitste christelijke menigten slachtten de Joden massaal af. Girard interpreteert deze Jodenvervolgingen vanuit zijn algemene theorie, die ervan uitgaat dat in maatschappelijke noodsituaties zondebokken worden aangewezen om te worden geofferd. Hij maakt hierbij duidelijk - en dit is een verschil met Sartre - dat de zondebokken nooit helemaal willekeurig worden aangewezen. Girard stelt dat zondebokken altijd door een aantal kenmerken binnen een gemeenschap opvallen. Dat betekent allerminst dat die zichtbare eigenschappen verbandhouden met de feiten waarvan ze beschuldigd worden. Voor de middeleeuwse situatie lijkt dit op te gaan voor de Joden. Natuurlijk vergiftigden zij geen bronnen, maar zij woonden en leefden wel apart van de christenen en waren daarom voor de hand liggende zondebokken. Voor de middeleeuwse Jodenvervolgingen lijkt de theorie van Girard dus een aannemelijke verklaring te bieden."

Maar niet voor de moderne tijd?

"Nee. Volgens Arendt is het zondebokprincipe een te algemene en te makkelijke theorie om het moderne antisemitisme te begrijpen. In haar beschouwing over de Dreyfusaffaire, die rond 1900 het politieke leven van Frankrijk beheerste, stelt ze dat deze van hoogverraad beschuldigde Joodse militair niet zo maar als zondebok fungeerde. Het lag ingewikkelder: de manier waarop Dreyfus als geëmancipeerde Jood in de Franse natiestaat het slachtoffer werd van antisemitisme verschilt sterk van de wijze waarop in de middeleeuwse vorstendommen Joden de zondebokken werden van de razende christelijke meutes. Weer geldt hier, net als bij Arendts bezwaar tegen Sartre, dat het noodzakelijk is om de specifieke plaats en de eigen rol van de Joden in de moderne natiestaat te analyseren in plaats van er een algemene theorie op los te laten. Alleen op grond van zo'n specifieke analyse is het ook mogelijk - en daar gaat het Arendt uiteindelijk om - over veranderingen van en verweer tegen hedendaags antisemitisme na te denken."

Maken we een stap van antisemitisme naar zionisme. Theodor Herzl, vader van het moderne zionisme, heeft zo'n politiek antwoord gegeven. Dat moet toch een man naar het hart van Arendt geweest zijn.

"Ja en nee. De zionistische visie van Herzl lijkt sterk op de zondeboktheorie van René Girard. De journalist Herzl, die het Dreyfusproces voor een Weense krant versloeg, hoorde in Parijs de antisemitische leus 'Dood aan de Joden'. Hij trok er volgens Arendt de juiste conclusie uit dat er een politiek antwoord moest worden gegeven op dit antisemitisme. Dat formuleerde Herzl in zijn boek 'Der Judenstaat', waarin het zionisme als de oplossing voor het antisemitisme werd gepresenteerd. De Joden moesten een eigen staat hebben om zich te kunnen verdedigen.

"Arendts bekritiseerde Herzl omdat hij het antisemitisme als een eeuwig en onveranderlijk gegeven beschouwt. De hele niet-Joodse wereld stond volgens hem overal en altijd tegenover de Joden. 'Hij zag alleen nog Joden en antisemieten.' Alleen door zich als volk te verenigen in een natiestaat kon volgens Herzl een einde gemaakt worden aan dit antisemitisme. Daarbij ging hij ervan uit dat de eeuwige antisemieten blij zouden zijn om van het Joodse minderheidsprobleem verlost te zijn. Vandaar dat Herzl en de latere zionisten er geen been in zagen om met openlijk antisemitische machtshebbers te onderhandelen. Beide eeuwig met elkaar strijdende partijen hadden er belang bij om uiteen te gaan."

Alleen met een eigen staat kon er een einde aan het antisemitisme komen.

"Dat meende Herzl. Het idee van het eeuwige, zichzelf gelijkblijvende antisemitisme kom je ook tegen bij de zionist, premier en mede-oprichter van de Arbeiderspartij Ben Goerion. Hij zei eens dat de Joden uit de diaspora zich dienden te herinneren dat ze 'vierduizend jaar lang tegenover een vijandige wereld hadden gestaan' en dat pas de stichting van de staat Israël hen uit deze situatie had bevrijd."

Een wrang citaat.

"Ja. De dader van de moordpartij op de Joodse school in Toulouse verklaarde dat hij hiertoe overgegaan was vanwege de politiek van de staat Israël in het Midden-Oosten. We stuiten hier op het heikele onderscheid tussen antizionisme, antisemitisme, en kritiek op Israël.

"Niemand heeft dit beter verwoord dan de Israëlische vredesactivist Uri Avnery, die vorig jaar in Vrij Nederland zei: 'Alles is juist versmolten, niks wordt gescheiden. De Holocaust-indoctrinatie heeft ervoor gezorgd dat alles hetzelfde is. Daardoor wordt de huidige oorlog met onze buren afgeschilderd als een directe voortzetting van de Holocaust, de Spaanse Inquisitie en de Oost-Europese pogroms. Het is één van mijn basisthema's: zijn we hier in dit land een nieuwe natie, een Hebreeuwse, Israëlische natie of niets anders dan de voortzetting van de Joodse geschiedenis? Dit is een uiterst fundamentele vraag, die ik al zeventig jaar aan de orde stel, maar waarover bijna nooit wordt gesproken. Toch gaat het om de essentie van de staat'."

En nu?

"Er moet een antwoord gegeven worden op die vraag. Het PVV-Kamerlid Kortenhoeve zei vorige week: 'Israël is het allerbelangrijkste in mijn leven, en goeddoen voor het Joodse volk is mijn persoonlijke drijfveer'. Dat is ook de mening van Wilders. Zij zullen kritiek op Israël dan ook onmiddellijk plaatsen binnen de antisemitische geschiedenis. Dat lijkt mij een funeste houding, omdat het elke discussie smoort.

"Als reactie op het gedicht 'Was gesagt werden muss' heeft de Israëlische minister van binnenlandse zaken Eli Jisjai Günter Grass verboden Israël te bezoeken. De reactie van Jisjai is even kinderachtig als het gedicht van Grass ongepast.

"Herzl wilde van Israël een normaal land onder normale landen maken. Dat dit niet gelukt is, betekent niet dat het streven onzinnig is. Bij een normaal land horen conflicten en fundamentele meningsverschillen zonder onmiddellijk verzeild te raken in vier millennia geschiedenis. Telkens opnieuw blijkt het belangrijk om de specifieke plaats en de eigen rol van de Joden in de moderne natiestaat te analyseren in plaats van er een algemene theorie op los te laten. En daarvoor is het noodzakelijk de begrippen antisemitisme, antizionisme, en kritiek op Israël uit elkaar te halen. Hoe lastig dat ook is."

Deel dit artikel