Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

ISLING - Bohemiens, zakenlui en daklozen in het echte London

Home

MATHIJS SMIT

Het standbeeld van Sir Hugh Myddelton (1555-1631) heeft zijn rug toegekeerd naar de menigte die zich verpoost op het Islington Green. Het is een kleine groene driehoek, waar High Street zich splitst in Upper Street en Essex Road. Gras, bloemenperken en een monument voor de gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog. Zwarte Londense taxi's en rode of beige dubbeldekkers zoeven voorbij.

Islington is een van de gebieden die als door een wonder niet door de economische recessie getroffen lijken te zijn. Integendeel, deze vroegere arbeiderswijk in Noord-Londen heeft zich in het afgelopen decennium ontwikkeld tot een absolute boom-area. Mrs. Parham, zestig-plus en geboren en getogen Islingtonian, kan zich nog herinneren hoe kleine zelfstandige bakkers, slagers en kruideniers vroeger in Upper Street en High Street hun nering aan de man brachten. In de loop der tijd hebben zij allemaal het veld moeten ruimen voor delicatessenwinkels, antiekshops, boekwinkels, galeries en trendy cafés en restaurants. Vooral veel trendy cafés en restaurants.

Langs High Street en Upper Street, die samen de as van Islington vormen, verdringen zich meer dan vijftig eet- en drinkgelegenheden. Een wandeling tussen de metrostations Angel en Highbury kost je een klein kwartier, maar als je tien minuten zou stoppen bij elk restaurant of café, zou je zo'n tien uur onderweg zijn. Je kan je hier te goed doen op zijn Italiaans, Libanees, Indiaans, Cantonees, Mexicaans, Vietnamees, Japans, Thais, Turks en Iers. Men kan hier zelfs terecht voor de Spaans-Cubaanse keuken in het 'eerste en beste Cubaanse restaurant in Londen', Cuba Libre. Maar een doodgewone fishand-chips shop is er in geen velden of wegen te bekennen. De arbeiderswijk is onmiskenbaar veranderd in een grootsteeds consumptieparadijs.

CHAPEL MARKT

Het enige dat stand heeft gehouden in de stortvloed van modern yuppie- en bohémiendom is Chapel-market. De markt wordt bevolkt door figuren die rechtstreeks afkomstig lijken te zijn uit Eastenders. De acteurs uit deze populaire soapserie en andere Britse bekendheden drinken hun pints enkele honderden meters verderop, in de pubs en restaurants op Upper Street. Zij worden bediend door jonge wannabees; acteurs, schrijvers en kunstenaars die het nog niet gemaakt hebben.

Islington is het echte Londen. Hier, ver van het sjieke West End, gaat de gewone Londenaar uit eten, naar de film en het theater. Hier ontmoet men elkaar na een dag hard werken en geeft men zijn geld uit. Hier mixen de bohémiens, de zakenlui uit de City en de daklozen. Het trottoir tegenover het metrostation Angel is bevolkt met verkopers die zonnebrillen, sieraden, dassen, wierook en vreemde gadgets proberen te slijten aan het voorbijtrekkende publiek. Daklozen verkopen het tijdschrift The Big Issue, zwervers vragen om kleingeld: “Spare some change please, sir”, en een enkeling nodigt voorbijgangers uit om een kerkdienst bij te wonen.

HOPE AND ANCHOR

Islington zou aanspraak kunnen maken op de titel het Montmartre van Londen, ware het niet dat de vroegere bohémiene vanwege de almaar stijgende huren inmiddels een goedkoper heenkomen heeft gezocht. Velen hebben hun koffers gepakt en zijn neergestreken in het oostelijk gelegen Hackney. Aan de toog van the Hope and Anchor wordt Steve, die een tijdje voor een makelaar in de buurt werkte, loslippig. Volgens hem wordt Islington in de verbeelding van de makelaars steeds groter. Een woning in Islington is begerenswaardiger dan een woning in de aangrenzende gebieden, en brengt dus meer op. Het komt dan ook meer dan eens voor dat een flat in Hackney, die niet al te ver van de stadsdeelgrens af ligt, aan de man wordt gebracht als een optrekje in Islington.

De winkels, restaurants en cafés die zich in de hoofdstraten van Islington aaneen schakelen, ontnemen je het zicht op de gevels. Om de fraaie Georgian, Victorian en Edwardian terraces te zien moet je van de hoofdwegen af. Daar strekken zich de huizenrijen uit die gebouwd werden vanaf het einde van de achttiende tot aan het begin van deze eeuw. Eenvoudige woningen, met het portaal als enige visuele opwinding. Maar het is voldoende. Twee ranke zuilen ter weerszijden van de deur, bekroond met een recht- of driehoekig afdakje.

Wie 's avonds langs deze huizen loopt, kan uitgebreid naar binnen kijken. Vanwege de hoge huren verwacht je de smakeloosheid van de nouveau riche. De interieurs zijn echter als de gevels: eenvoudig, maar smaakvol. Het lijkt alsof je in een driedimensionale setting van Schöner Wohnen terecht bent gekomen. “Zelfs de groenten in de supermarkt hebben hier een c.v.”, schreef iemand onlangs over het verantwoordheidsgehalte van deze buurt. De minder welvarende Islingtonians wonen in council estates, die gebroederlijk tussen de oude en statige huizenrijen zijn gebouwd. Naast de ingetogen schoonheid van de omringende architectuur zien deze naoorlogse woonblokken er nog grimmiger uit. Het verschil tussen arm en rijk is niet alleen groter in Engeland, het is ook duidelijker zichtbaar.

COULEUR LOCALE

In Islington zie je geen toeristen. Die houden zich op in het gebied dat ten zuiden begrensd wordt door de Thames en ten noorden door Oxford Street. Islington heeft de gewone toerist ook niet veel meer te bieden dan de couleur locale van het gewone Londense leven. Er zijn talloze theatertjes en galeries, maar grote theaters en musea kent deze buurt niet. En toeristen blijven toeristen: zij wandelen liever uren door de zalen van de National Gallery dan door een gewone Londense wijk.

Misschien is dat het grote verschil tussen Parijs en Londen. Parijs dankt zijn reputatie even zoveel aan de charme van het alledaagse als aan de Eiffeltoren en de kunstschatten in het Louvre. Londen drijft daarentegen op haar grootstedelijke karakter. Het Britse Empire is allang verdwenen, maar Londen is daarvan nog steeds de hoofdstad. Men gaat naar Londen om de Horse Guards en St. Paul's kathedraal te zien, een boottocht op de Thames te maken en een van de mondaine theaters in het West End te bezoeken. En men gaat naar musea, de eindeloze vergaarbakken van het Britse keizerrijk.

Tony Blair

Niets van dit alles is te vinden in Islington. Een claim to fame waarop de buurt zich wel kan beroemen, is dat Tony Blair hier opgroeide. Blair is de leider van de Labour Party, en dat betekent tegenwoordig zoveel als toekomstige premier van Engeland. Dat de benaming Islington man het Engelse equivalent van 'de gewone man' is, werkt niet in zijn nadeel. Sinds kruideniersdochter Margaret Thatcher en John Major, wiens vader tuinkabouters verkocht, vertonen Britse politici immers de opmerkelijke voorkeur om zich af te spiegelen als Mr. Ordinary.

Maar politiek zal de echte Islingtonian een worst wezen. Belangrijke politieke en economische gebeurtenissen lijken zich hier af te spelen in de marges van het bestaan. Terwijl de regering getroffen wordt door een ernstige crisis, de economische malaise doorzet en het vredesproces in Ierland op de tocht staat, drinkt de Islington man zijn bier in zijn local pub en bespreekt de gebeurtenissen in Eastenders en Coronation Street. Hij dart of speelt poolbiljart, drinkt een tweede pint en fantaseert hardop over wat hij zal doen met de miljoenen die hij, week in week uit, hoopt te winnen in de Nationale Loterij. En dan is er natuurlijk het lievelingsonderwerp van de Britse drinking classes: voetbal.

Pas bij het zoveelste Tory-sexschandaal, of bij de spectaculaire financiële verliezen van Lloyds en Barings, gaan zijn ogen met enige belangstelling in de richting van Westminster en de City. In Islington houden ze het liever gezellig dan zich druk te maken over wat er gebeurt in de politieke en economische bolwerken van de stad.

Deel dit artikel