Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ischa Meijer 1943-1995

Home

RUUD VERDONCK

Honderdduizend kijkers, riep hij dan, welke schrijver haalt zo'n oplage?

De gisteren overleden journalist/schrijver/acteur/entertainer Ischa Meijer zat de laatste jaren met zijn tv-programma I.S.C.H.A. bij RTL 5, aanvankelijk een beetje schamper bekeken als de intellectuele schaamlap van de commerciële omroep.

Maar hij zat er op z'n gemak, onder dak bij Joop van den Ende en hij mocht nog doen wat hij wilde ook: speelt Brian Roy ooit voor honderdduizend mensen? Zoals zich de laatste jaren af en toe toch een soort tevredenheid van Meijer meester maakte, die sommigen na al die turbulente jaren moet hebben verbaasd.

Je had mensen die zijn programma haatten en je had een vrij standvastige ploeg, die wist dat er ondanks allerlei fratsen zich een echt vraaggesprek ontwikkelde, waarbij Ischa Meijer zelf onderdeel was van de trucs om tenslotte de waarheid op tafel te krijgen of minstens te benaderen. “Macht”, zei hij eens toen hij zelf werd ondervraagd, “macht is altijd verkeerd. Als je macht voelt, dan is dat al machtsmisbruik.”

Dat is ook het knappe aan de interviewer Meijer: achteraf heeft niemand zich over zijn methode beklaagd. Niemand is teruggekomen met de klacht verkeerd te zijn geciteerd of zich misbruikt te voelen. Zijn beroemdst gebleven interviews, omdat er nogal wat gevolgen aan zaten, leverden steeds de volmondige erkenning op, dat ze het precies zo hadden gezegd. Jaap Boersma, Mart Smeets, het toenmalige echtpaar Peper, ze konden achteraf alleen maar toegeven dat Meijer ze had weten te verleiden hun ziel en zaligheid bloot te leggen en daar kun je niet over klagen.

Maar hij leek de laatste jaren wat rustiger geworden, hoewel dat moeilijk te zeggen is van iemand die een workaholic bleef. Hij publiceerde dagelijks als 'De Dikke Man' een stukje in Het Parool op de plaats van Simon Carmiggelt, waar hij op zijn plaats was. Hij werkte wekelijks voor de VPRO-radio (''t Is me 't weekje wel'), hij deed de televisie. Hij is wat lankmoedig geworden, hoorde je wel, of melancholiek. Het sarren was vrijwel verdwenen.

Misschien had hij inderdaad dan eindelijk ingehaald wat hij de eerste achttien jaar van z'n leven allemaal gemist had. Waarover hij ook schreef in 'Brieven aan mijn moeder' en later als De Dikke Man, kort nadat zijn ouders in '93 waren overleden in 'Mijn lieve ouders'. Hij noemde zich “slachtoffer van concentratiekampslachtoffers en kind van zeer geblutste en gekwetste ouders.”

Of, beter nog getekend door z'n moeder tijdens een zeldzaam bezoek van de zoon: “Ja, pappie en ik hebben het niet goed getroffen met onze kinderen.”

Gisteren werd Ischa Meijer 52 jaar. Hij werd in het kamp Westerbork geboren, zoon van de historicus Jaap Meijer. Reisde met zijn ouders mee naar Bergen-Belsen. Allen overleefden ze die kampen, maar de kleine Ischa Meijer ook lichamelijk niet ongeschonden. Het waren de jaren die minstens twee generaties van deze Meijers tekenden.

“Toen ik ging leven”, zei hij vorig jaar in een interview met het blad 'Man' waarin hij zich in één citaat tekende, “om het zo maar eens te zeggen, toen ik een jaar of achttien was, merkte ik al ras dat ik niets wist van de maatschappij waarin wij leven. Ik was als het ware zo ondergedoken geweest in dat gezinnetje, dat ik niet was toegekomen aan de wereld die mij omringde. Ik leefde eigenlijk nog steeds in 1943 met mijn ouders, terwijl het inmiddels 1963 was geworden. Voor mij was het niet vanzelfsprekend dat ik in de wereld leefde. Ik leefde in dat gezin, heel afgesloten, heel bang. Ik kon niks. Toen ik drie jaar later ging interviewen, heb ik mezelf als het ware een cursus gegeven in hoe de wereld eruit zag. Vraag en antwoord, een heel oude joodse traditie. Dus ik was ontzettend gemotiveerd om dingen te weten te komen, al was het alleen maar om mezelf wegwijs te maken in de wereld. En ik wist ook dat het heel lang zou duren voordat ik dat onder de knie zou krijgen; zowel de wereld en het leven, als het vak van interviewen. Ik ben nu zover dat ik me al die verschillende vormen van interviewen heb eigen gemaakt. Ik heb het interviewen gebruikt als een soort autoanalyse. En dat is de basis van alles geweest.”

Het is een vrij sobere Meijer, daar in dat interview. Daarvóór was hij meestal nadrukkelijk aanwezig als de geïnterviewde, die het de vragensteller lastig begon te maken. Die ondertussen de grond begon te boenen, die voortdurend even wegliep 'om teletekst te kijken', die omstandig thee begon te maken ('wil je een koekje, want anders zeg je straks weer dat je niet eens wat bij de thee kreeg'), die de rollen omdraaide. Jennen, sarren, een beetje de Ischa Meijer zoals je hem soms nog op de tv zag.

Hij begon bij De Nieuwe Linie, werkte voor de Haagse Post, Vrij Nederland, Nieuwe Revu, VPRO-radio, tv-uitzendingen voor RVU en Humanistisch Verbond en Het Parool.

'Allemaal korte nummertjes' noemde hij dat, steeds nog iets anders bij dat aanhoudende interviewen. Zoals hij bijvoorbeeld als 25-jarige begon aan enkele jaren als theater-criticus voor Het Parool, waarbij hij alle gesubsidieerde toneel met de grond gelijk maakte, maar 'Twee op de wip' van vrije producent Joop van den Ende juist bejubelde, uit waardering voor de risico's, die Van den Ende wilde lopen. En zoals hij later als Izzy M. begon met optredens als entertainer - een voorstelling vol zwarte humor (zelfs verkleed als SS'er) en melancholieke liedjes, waarmee hij zelfs of beter gezegd juist in Duitsland op tournee ging.

Vijf jaar geleden, bij de presentatie van de herziene uitgave van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' zei Meijer: “Ik ben geen historicus, maar wel een journalist die nu sedert ongeveer een kwart eeuw met grote verslaggeversnieuwsgierigheid die Nederlandse samenleving heeft bekeken, vaak ook vanuit de vooringenomenheid die mijn eigen geschiedenis mij dicteerde, een geschiedenis die - onmiskenbaar - wortelt in de historie die L. de Jong heeft beschreven. En ik wil hier stellen dat zonder die geschiedschrijving van Loe de Jong de deportatie van de joden in Nederland tussen '40 en '45 reeds omstreeks 1950 vergeten zou zijn geweest. Natuurlijk niet ècht helemáál vergeten, maar wel door degenen die dat goed zou zijn uitgekomen; de meeste Nederlanders dus, vanuit verschillende motivaties - maar vergeten, weggedrukt, voor altijd uitgewist.”

Zoekend naar de motieven van de beste interviewer van de afgelopen kwart eeuw, kom je steeds daar terug, een journalist met meer dan een grote roeping.

Deel dit artikel