Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Is er reden de mens boven het dier te plaatsen?

Home

Monic Slingerland

Matthias Smalbrugge: 'In mijn dorp rijd ik 's avonds zacht, omdat ik anders een van de vele damherten doodrijd die er tegenwoordig rondlopen.' © Arie Kievit

THEOLOGISCH ELFTAL - Mens eet beest, met Kerst, en niet andersom. De mens hanteert schrift en vuur, dieren niet. Hoe zit het eigenlijk: is er reden om de mens in rangorde boven het dier te plaatsen?

Met begrippen als duurzaamheid voor ogen, of klimaatneutraal gedrag, scoren dieren feitelijk hoger dan mensen. Dieren verpesten de aarde niet, als je hen hun gang laat gaan. Ze voeren ook geen oorlog, doen niet aan genocide. We maken opnieuw de balans op. Is het vol te houden dat de mens beter is dan het dier?

Mechteld Jansen: "Dieren hebben geen ziel, werd vroeger gezegd en daarom stond de mens volgens die opvatting hoger in de hiërarchie. Nu werd dat ook van sommige mensen gezegd, dat ze misschien geen ziel hadden. Van indianen bijvoorbeeld. Daar is een beroemd kerkelijk dispuut aan gewijd. In de tijd van de Verlichting klonk een ander argument. Descartes zei dat dieren geen verstand hebben en dat ze daarom aan ons onderworpen zijn. De huidige manier van onze omgang met dieren, waarbij ze vaak tot materiaal gereduceerd zijn, komt voort uit dat verlichtingsidee. Onze omgang met dieren is steeds tegenstrijdiger geworden. We gebruiken ze, als gezelschap, om te eten, als proefdieren. Anderzijds zien we naast die uitbuiting de laatste tijd een toenadering tussen mens en dier. We romantiseren onze verhouding tot dieren. Opvallend is dat dat ideaal van het in harmonie samenleven met de natuur doorgaans wordt toegeschreven aan culturen die in onze ogen lager zijn. Inheemse volken, bijvoorbeeld. Wij houden zo zelf de vrijheid om in te grijpen."

In christelijke kring zijn generaties opgevoed met de visie dat de mens hoger staat dan het dier, omdat de mens een geweten heeft. Matthias Smalbrugge, PKN-predikant uit Aerdenhout en hoogleraar aan de VU, herkent zich niet in die traditie. De debatten over de vraag of indianen wel een ziel hebben, en hoe dat bij vrouwen zit, gaan niet over hiërarchie, zegt Smalbrugge, maar over de zoektocht naar wat iemand maakt tot wat hij is. "Dat is iets anders dan een vaststelling dat de een boven de ander staat." Dat denken in rangorde ontbrak ook bij Aristoteles. "Hij ging ervan uit dat de mens een dier is onder de dieren. Van origine is het denken over de verhouding tussen mens en dier niet hiërarchisch."

In het bijbelse Scheppingsverhaal geeft de mens namen aan het dier. Is dat dan niet een hint in die richting?

Smalbrugge: "Nee, je bent niet hoger omdat je de ander met een naam tooit. Ouders zijn niet beter dan hun kinderen omdat ze hun een naam geven. Het duidt eerder op een liefdesrelatie."

Mechteld Jansen: "Wetenschappelijk gezien is er maar een klein verschil tussen mens en dier. We lijken veel op elkaar, ook in ons DNA. Toch blijf ik gehecht aan het idee dat de mens in ieder geval anders is dan een dier en moreel hoger staat. Dat heeft te maken met verantwoordelijkheid. Een dier is niet handelingsbekwaam, een mens wel. Als mijn hond iemand iets aandoet, ben ik verantwoordelijk, en nooit andersom. Als iemand mijn hond pijn doet, ben ik degene die het voor mijn hond moet opnemen. Je kunt aan een mens handelingen toeschrijven, aan een dier niet. Anderzijds zijn wij tot meer wreedheid in staat. Daarom moeten wij ons meer intomen dan dieren."

Matthias Smalbrugge is het niet eens met de huidige moraliserende manier van omgaan met dieren. "Wij creëren een simpele morele werkelijkheid in de omgang met dieren, omdat we de echte complexiteit van het leven niet meer aankunnen. Goed en kwaad zijn nergens gemakkelijk aan te wijzen, maar juist in de omgang met dieren lijkt dat wel zo. Zodra daar dan lastige keuzen gemaakt moeten worden, lukt het evenmin. In mijn dorp rijd ik 's avonds zacht, omdat ik anders een van de vele damherten doodrijd die er tegenwoordig rondlopen. Ondanks een veel te grote populatie mogen die niet afgeschoten, want dat besluit berooft ons van het veilige gevoel dat er ergens wel een ideale werkelijkheid is waar goed en kwaad zichtbaar zijn. Het gevolg is dat ze nu sterven doordat ze gespietst worden op een hek, of doordat ze tegen een auto aanlopen.

"Het christendom daarentegen leert ons juist omgaan met de complexe werkelijkheid van goed en kwaad door op verzoening te focussen en niet op dader en schuldige. Maar in de huidige ultra-focus op dieren stellen we onszelf gerust door een imitatiewereld te maken waar goed en kwaad wel duidelijk te onderscheiden zijn. Ik noem dat infantilisering."

Mechteld Jansen: "Dierenliefde gaat vreemd genoeg soms samen met mensvijandigheid. Ik kan niet goed navoelen dat een angstig katje boven in een hoge boom meer medelijden oproept dan een kind dat geen asiel krijgt en dat ons land uit gestuurd wordt. Dat past niet, dat schiet door. Ik vind het een vorm van populisme: enerzijds pleiten voor dierenpolitie, anderzijds voor het vastzetten van vluchtelingenkinderen. Dat dierenmishandeling wordt aangepakt, vind ik wel goed. Wie dieren mishandelt, is ook eerder geneigd, mensen te mishandelen. Dat zie ik als een uiting van verkeerd begrepen hiërarchie.

Wie een dier mishandelt of een mens, heeft het kennelijk nodig, te schoppen naar alles dat onder hem staat, om het gebrek aan gevoel van eigenwaarde te compenseren. Aan dierenmishandeling kun je ook denken als het gaat om de steeds wredere manieren van fokken. Ik ben hier pas de laatste jaren in opgevoed, dus ik wil er alleen voorzichtig iets over zeggen. We kunnen wel dieren eten, maar zullen rekening moeten houden met de manier waarop ze geleefd hebben. Een dier is geen materiaal."

Matthias Smalbrugge: "We mogen heus genieten van dieren. Je mag op een paard rijden, met je hond spelen en met plezier een fazant eten zonder je schuldig te voelen. Dat is denken in het spoor van de incarnatie, genieten van alles wat geschonken wordt en er dus verantwoordelijk mee omgaan. Die animal cops van Dion Graus kunnen zich beter op de legbatterijen storten dan op de huisdieren. Dat is penny wise and pound foolish. Door ons op kleine zaken te storten en de grote vragen uit de weg te gaan, raken we achterop. Die mentaliteit, die je bij de Partij van de Dieren ziet, gaat uit van de droom van het ongebroken bestaan. Ja, een soort paradijs, waar we naar zouden moeten terugkeren."

Mechteld Jansen: "Alsof er een ooit-wereld is geweest, toen er nog geen slagerij was, en die ooit-wereld nog eens terugkomt. Daar zitten we nu dan kennelijk tussenin. Een echo van een oeroud verlangen, maar ook een romantische constructie, wanneer je er niets van terugziet in de instrumentele manier waarop we tegenwoordig toch echt met dieren omgaan."

Deel dit artikel