Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Iran een kwarteeuw na de Islamitische Revolutie

Home

J. A .A. van Doorn

Er zal wel een verklaring voor zijn maar het blijft merkwaardig dat de Amerikanen met alle geweld Irak te lijf zijn gegaan en het buurland Iran tot nog toe ongemoeid hebben gelaten. Wie op zoek is naar islamitisch fundamentalisme, moet namelijk niet in Irak zijn waar de meerderheid van de moslims wreed werd onderdrukt maar in Iran waar de islamitische orthodoxie al bijna een kwarteeuw met harde hand regeert.

Dat beide landen volgens president Bush tot de 'As van het kwaad' behoren, is trouwens nogal ironisch: het zijn doodsvijanden die elkaar van 1980 tot 1988 moorddadig hebben bestreden waarbij de Verenigde Staten somtijds aan de kant van Saddam Hoessein waren te vinden en zeker niet aan die van de Iraanse ayatollahs. Vandaar dat het Iraanse bewind de VS de Grote Satan noemt en Irak de Kleine Satan.

Wat inmiddels in de publieke herinnering is weggezonken: de islamitische revolutie die in de eerste maanden van 1979 in Iran plaatsvond, was een van de grootste nederlagen van de Amerikaanse diplomatie uit de tweede helft van de vorige eeuw. Met één klap werd een einde gemaakt aan de politieke en militaire invloed van de VS op het Iraanse bewind, om maar te zwijgen van de enorme economische belangen die de Amerikanen in Iran hadden. Te midden van alle onbetrouwbare of ronduit vijandige dictators die het Midden-Oosten bevolkten, gold het Iraanse staatshoofd sjah Mohammed Rezah als een ware vriend van Washington.

Omgekeerd waren de sjah en zijn regerende kaste echte vrienden van het Westen. Geholpen door de miljardenstroom uit de rijke Iraanse olievelden leidde de sjah zijn land in een halsbrekend tempo de kapitalistische wereld binnen. Landbouwhervormingen, industrialisatie, gigantische bouwprojecten en snelle urbanisatie maakten Iran tot een algemeen bewonderd voorbeeld van door de staat geleide modernisering.

Het was de sjah niet genoeg. Om te laten zien dat hij niet van de straat was, liet hij zich tot keizer kronen, erfgenaam van de vorsten die sinds de Oudheid in Persepolis de macht en pracht van het Perzische rijk belichaamden. Zijn vrouw, keizerin Farah Diba, werd tot lieveling van alle damesbladen in de westerse wereld.

Helaas zag de sjah twee bevolkingsgroepen over het hoofd: de islamitische clerus die van al deze nieuwlichterij niets moest hebben en er het werk van de duivel in zag en de intellectuelen die van Marx hadden begrepen dat ze getuige waren van een schaamteloos kapitalisme.

Precies vijfentwintig jaar geleden, in het voorjaar van 1978, begon het verzet zich openlijk te roeren. Zoals meestal het geval is, zo ging het ook nu: de pogingen om het protest met geweld neer te slaan, verhevigden het. Begin 1979 werd de toestand onhoudbaar. Op 18 januari beklom de sjah op de internationale luchthaven van Teheran huilend de vliegtuigtrap, naar zijn zeggen voor een vakantie. Hij zou zijn land nooit terugzien.

De door hem benoemde premier Bakhtiar, die een burgeroorlog leidde, verdween al na vijf weken van het toneel: een schamele navolger van de Russische interimfiguur Kerensky die het in 1917 een halfjaar volhield. Een dag later, op 12 februari, nam een nieuwe regering de macht over en proclameerde de islamitische republiek Iran. Vanuit zijn verbanningsoord Parijs werden de gebeurtenissen aangestuurd door groot-ayatollah Khomeini die spoedig nadien naar Iran terugkeerde en de revolutie voltooide.

Het is inderdaad een klassieke revolutie geweest, méér dan de Franse en de Russische gedragen door de miljoenenmassa van het gewone volk. Het was tegelijk een typisch conservatieve revolutie: het proces van modernisering werd abrupt afgebroken en de islam ging gelden als de allesbeheersende politieke religie.

Meerdere landen in het Midden-Oosten ondervonden de weerslag. In de heilige moskee van Mekka voerden radicale moslims einde 1979 een bloedige bezettingsactie uit. In Egypte ontstond er fundamentalistisch verzet tegen de westerse koers van de regering; het culmineerde in 1981 in de moord op president Sadat. In Syrië brak een jaar later zelfs een grote opstand uit die door het bewind met buitengewoon grof geweld werd neergeslagen.

In Iran zelf was Amerika de grote verliezer, extra vernederd door de bezetting van haar ambassade in Teheran en de gijzeling, gedurende meer dan een jaar, van het ambassadepersoneel. Een militaire poging tot bevrijding mislukte jammerlijk.

Wie deze geschiedenis overziet, kan begrijpen waarom Iran volgens Bush tot de schurkenstaten behoort die een lesje moeten krijgen. Toch zou het van weinig staatsmanswijsheid getuigen indien Amerika tegen Iran zou optreden zoals het tegen Irak heeft gedaan.

Het politieke systeem in Iran is namelijk geleidelijk wat toleranter geworden. Naast de ayatollahs die formeel alle macht in handen hebben, zijn pragmatische politici naar voren gekomen. De strijd tussen beide groepen verloopt met wisselende uitkomsten maar een zekere liberalisatie is onmiskenbaar aan de gang.

Anders dan in het Irak van Saddam Hoessein is niet het hele verleden vernietigd maar hebben verworvenheden uit de tijd van de sjah de islamitische revolutie overleefd. Meer in het algemeen geldt dat de grote cultuur van het land -de Perzische cultuur- door de heerschappij van de islamitische geestelijkheid niet wezenlijk is aangetast: daarvoor is zij te diep geworteld.

De beste politiek ten aanzien van Iran is daarom voortgezette internationale pressie en niet, zoals sommige haviken in Washington willen, gewapende interventie. Het zou het einde kunnen betekenen van de moeizame weg naar democratische hervorming.

Deel dit artikel