Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Irak wil zijn christenen niet kwijt

Home

Judit Neurink, Bagdad, Dohoek en Irbil

Jalal uit Mosoel woont sinds een jaar met zijn gezin in een kamertje in Al Qosh. ©EDDY VAN WESSEL

REPORTAGE | Vele duizenden christenen zijn de afgelopen jaren het geweld in Irak ontvlucht naar het Westen. Sommigen zien daarin een gerichte campagne om Irak te ontdoen van zijn christenen. Achterblijvers zijn bezorgd. Ze proberen de uittocht te stoppen en emigranten over te halen terug te keren.

'Mensen willen roven, hun zakken vullen.' Vader Gabriellian van de Armeens-orthodoxe Kerk in Bagdad klinkt stellig. Van een strijd in Irak waarvan vooral christenen de dupe worden, zoals christelijke vluchtelingen en organisaties in het Westen beweren, is geen sprake. Dat zijn verhalen om mensen aan asiel te helpen, en vader Gabriellian bestrijdt ze. "Christenen hebben het niet slechter dan anderen in Irak. Deze mensen lichten er een paar feiten uit, het is niet de echte situatie."

Het is de onveiligheid die mensen wegjaagt, stelt de priester, en dat geldt voor iedereen. "Moslims en christenen zijn gelijk in Irak. Mensen vergeten de geschiedenis van de natie, waarin we altijd samenleefden. Willen ze het land vernietigen?"

Bezetting
Vader Gabriellian leidt de slinkende Armeense gemeenschap in Bagdad. Ook zijn kerk ondervindt de gevolgen van de massale uittocht van christenen, met name na de bezetting van de Syrisch-katholieke Onze Vrouwe van de Verlossing Kerk, waarbij meer dan vijftig doden vielen eind vorig jaar. "We proberen mensen hier te houden, door er voor ze te zijn en een goede relatie te onderhouden", verzucht hij. "Maar we kunnen ze niet dwingen."

Vroeger kwamen zo'n zevenhonderd mensen naar de mis in zijn kerk in de Bagdadse wijk Karada. "Nu zijn het er nog zeventig. Het is niet dat iedereen vertrokken is, maar velen durven niet meer te komen."

De kerk staat achter hoge muren, die met camera's in de gaten worden gehouden. In het kantoor van vader Gabriellian staat een grote platte tv die de bewakingsbeelden toont. Hij doet dat af met een wegwerpgebaar. "Zo'n aanval als op de Onze Vrouwe van de Verlossing Kerk kan niet meer plaatsvinden, net zo min als op moskeeën. Niemand accepteert dat nog."

Oudste natie
De Armeense gemeenschap is sinds de genocide in Turkije en Syrië van 1915 gevestigd in Irak. "We zijn de oudste natie hier, onze kerk was de eerste. Dit is onze stad, we hebben onze eigen scholen, onze identiteit." Zo'n driehonderd gezinnen krijgen bovendien maandelijks een uitkering of een pensioen van de kerk.

Vader Gabriellian benadrukt dat zijn kerk, onder meer in de persoon van de aartsbisschop, probeert goede relaties te onderhouden met alle groepen in Irak. De kerk ontvangt regelmatig grote donaties van rijke Irakezen die goed willen doen. Tijdens het gesprek belt een vrouw die kleding wil schenken. Er zijn gesprekken met imams, uitnodigingen voor conferenties. "Ze hebben ons nodig, en wij hen."

Of zij die vertrokken naar Europa het echt zoveel beter hebben, betwijfelt hij. "Ze krijgen misschien een makkelijker leven, maar hun families zijn uit elkaar gerukt. Zij die gingen, lijden evenzeer als zij die bleven."

Duizenden christenen besloten in Irak te blijven, maar wel een veiliger onderkomen te zoeken. Ze vertrokken naar het Koerdische noorden: de steden Dohoek, Irbil (met name de christelijke voorstad Aincawa) en Soelaimania, en de christelijke dorpen in de omgeving van Dohoek. Tussen die Koerdische handelsplaats en het Arabische Mosoel liggen in de Vlakte van Nineveh veel christelijke dorpen die hun inwonertal zagen verdubbelen.

Een van die plaatsen is Al Qosh, sinds 2006 de woonplaats van de 65-jarige Yusuf. Hij vertrok uit Bagdad, maar bleef heel bewust in Irak. Hij woont met vrouw, zoon en hun dochters plus hun gezinnen in Al Qosh.

Sektarische oorlog
"Ik heb Bagdad sinds 2006 niet meer gezien", zegt accountant Yusuf in zijn bescheiden huis. Hij vertrok in een tijd van ontvoeringen en moorden, na telefoontjes waarin duizenden euro's werden geëist voor zijn veiligheid. "Ik was zo bang dat ik mijn baan opzegde en mijn huis en meubels verkocht."

Anders dan priester Gabriellian denkt Yusuf wel dat christenen meer slachtoffer zijn van het geweld dan anderen. "Christenen willen alleen werken om hun gezin te voeden, en in vrede leven. Anderen laten zich leiden door de zucht naar macht, leiderschap en maken onderscheid tussen mensen."

Yusuf heeft gemengde gevoelens over het pleidooi van sommige partijen voor een eigen, christelijke regio in de Vlakte van Nineveh. Positief is dat het christenen zelfbestuur kan opleveren, en ze het economisch beter zouden kunnen krijgen. Maar dat overtuigt hem niet. "We zijn allemaal Irakezen: christenen, sjiieten en soennieten. Waarom zou je dan de christenen samenbrengen in een kleine regio? Irak is voor alle Irakezen. Het is beter om mensen te leren dat er geen onderscheid tussen ons is. Als we zo'n eigen regio willen, dan steunen we in feite de sektarische oorlog."

Arabieren
Jalal (54) uit Mosoel denkt er net zo over. Hij woont sinds een jaar in Al-Qosh, met vrouw en vier kinderen. "Alle Irakezen zijn al duizenden jaren onze broeders, we zijn onderdeel van de Iraakse maatschappij."

In Mosoel was hij bewaker van een kerk, tot de bedreigingen te ernstig werden. Het leven in Al Qosh is moeilijk, omdat Jalal als huisschilder nauwelijks voldoende verdient. Toch wil het gezin het land niet verlaten, benadrukt Jalals vrouw Hyfa'a. "Er is buiten Irak ook geen werk, en dit is ons land. We zijn christenen uit Irak, niet uit Amerika. De Amerikanen zien ons niet eens als christenen, maar als Arabieren."

Saeed Shamaya pleit juist voor een christelijke enclave, omdat die zou kunnen dienen om christenen uit het westen terug te lokken naar Irak. De 85-jarige voorzitter van het Chaldese Democratisch Forum in Irbils christelijke voorstad Aincawa is diep ongelukkig met het vertrek van een groot deel van zijn gemeenschap. "We zijn bezorgd, omdat met het aantal ook de macht van christenen in Irak afneemt. Er wordt nauwelijks nog naar ons geluisterd."

Shamaya, die als dichter in de jaren zeventig en na 2003 buiten Irak kon reizen, besloot zijn oude dag in eigen land door te brengen. Na de Amerikaanse invasie zag hij de christelijke gemeenschap in Aincawa meer dan verdubbelen door de toestroom van geloofsgenoten. De Koerdische regering had geen bezwaar en bood hulp. "Ze zien dat we geen terroristen zijn. We worden makkelijker toegelaten en krijgen sneller een verblijfsvergunning dan anderen."

20 euro per maand per persoon

Wie geld had om te investeren of in Aincawa een zaak te beginnen, bleef. Anderen vertrokken naar het Westen. Shamaya: "Dat is de eerste reden voor vertrek: een economische. Daarna speelt de angst dat wat er elders in Irak is gebeurd, hier ook kan gebeuren. Iedere keer als het in Bagdad slechter wordt, worden mensen hier bang en overwegen ze te vertrekken."

De kerken proberen daar het hoofd aan te bieden door tijdens de preek gelovigen op te roepen in Irak te blijven, en door gevluchte families een klein bedrag (zo'n 20 euro per maand per persoon) aan steun te geven. Maar de huren stijgen, en het leven is duur in de Koerdische hoofdstad Irbil. Shamaya zag velen alsnog vertrekken.

De achterblijvers in Irak weten dat velen in het Westen geen of ondermaats werk vonden, en ongelukkig zijn. "Een klein percentage dat geen werk heeft, komt terug zodra ze een paspoort hebben." Shamaya vertelt dat er daarom nu actief wordt geprobeerd mensen over te halen terug te komen.

Lees verder na de advertentie
Vader Gabriellian van de Armeens-orthodoxe kerk in Bagdad. ©EDDY VAN WESSEL

 Zij die vertrokken krijgen misschien een makkelijker leven. Maar hun families zijn uit elkaar gerukt.  
Vader Gabriellian

Deel dit artikel