Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Intimiteit in tijden van Facebook en Wikileaks

Home

Stine Jensen

Lachende baby op de Facebookpagina van Stine Jensen. Later vroeg Jensen zich af: Is het verstandig om je baby zo te etaleren?

Wie zijn wij en welke leugens hangen we daarover op? Filosofe en schrijfster Stine jensen schreef voor de Maand van de Filosofie het essay 'Echte vrienden'. Een voorpublicatie.

Nadat ik ongeveer een half jaar Facebookfan was, begon er langzaam iets te knagen. Er klopte iets niet met de representatie van mijn 'vrienden' op Facebook; Kijk mij toch weer eens lol hebben, grappig doen en gelukkig zijn.

En er knaagde iets als het ging om het delen van informatie. Er was een tijd dat ik het onvoorstelbaar had gevonden om mijn vakantiefoto's aan  wildvreemde mensen te laten zien. Of om hen in skipak op een Oostenrijkse berg te zien met een duim in de lucht.

Maar op dit netwerk ging iedereen lekker los. Ik wist nu van een vage bekende dat ze naar de kapper was geweest, en de foto van the new me kwam in tegelijk binnen met meelevende berichten van Facebookvrienden over het overlijden van een bekende Nederlander.
 'Erg hè?' 'Ja, heel erg.' 'Ja, ik ben er stil van.' Waarover niet gesproken kan worden, wordt op Facebook allang niet meer gezwegen.

Het is niet per se onplezierig, hooguit nieuw en misschien wat ongemakkelijk om in een status-update de dood tegen te komen naast een kappersbericht. Maar ik voorzag gevaren, vooral van commerciële aard. In 2007 schreef ik een waarschuwingsartikel in NRC Handelsblad met veel uitroeptekens: 'Wake up!!! We live in McFacebook!!!'

Ik kreeg  nul reacties. Nul komma nul. Niet één.  Wat had ik eigenlijk verwacht? Niemand in Nederland leefde toen nog dagelijks in McFacebook, behalve ik. Inmiddels heeft één op de vijf Nederlanders een profiel aangemaakt.

Facebook staat niet alleen als het gaat om het delen van persoonlijke informatie. Er vindt een aardverschuiving plaats als het gaat om de grenzen tussen privé en publiek. In de publieke ruimte -- waaronder social media als Facebook en Twitter -bespreken we tegenwoordig allerlei persoonlijke zaken.

Het privédomein bestaat niet meer, of beter gezegd: het is overal. Op straat, in de trein, in cafés: ik vang flarden op van wat mensen die avond gaan eten, wie de kinderen haalt, ik luister mee als doktersafspraken worden verzet.

Tegelijkertijd is ook het publieke of professionele domein niet afgeschermd: ik stuur vanaf mijn werk af en toe een persoonlijk sms'je en in de trein lees ik werkmail.

Ook in de media lopen de domeinen ook door elkaar heen. Ik lees wat er in de vuilnisbak van Alexander Pechtold is aangetroffen (een zwangerschapstest!), plus nog wat andere schandaaltjes over politici. De klokkenluiderssite WikiLeaks deelt mij ongevraagd intieme zaken van wereldleiders mee. Kim Jong-il? 'Kwabbige oude man' die 'nooit helemaal hersteld is van zijn beroerte'.

Thuis, in mijn privédomein, vind ik tot slot een envelop op de deurmat: de overheid wil graag weten welke opvoedingsproblemen ik tegenkom. Of ik even vijftig vragen online wil beantwoorden.

Dit essay gaat over intiem kapitaal. De term 'intiem kapitaal' is van mij en borduurt voort op de terminologie van de Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002).

Bourdieu onderscheidde in zijn werk aanvankelijk drie soorten 'kapitaal' waarmee men in het politieke, culturele en wetenschappelijke veld macht en invloed kan verwerven: economisch kapitaal (geld en onroerend goed), cultureel kapitaal (kennis, vaardigheden en opleiding) en sociaal kapitaal (netwerk en relaties).
Bourdieu voegde daar later nog een vierde kapitaal aan toe: symbolisch en linguïstisch kapitaal (eer, prestige, imago). Deze laatste vorm van kapitaal houdt in dat je als mens niet alleen macht of invloed kunt verwerven door materieel bezit, maar ook door de immateriële, symbolische en hiërarchische positie die je inneemt in de maatschappij.

Bij Bourdieu draait deze laatste vorm van kapitaal vooral om sociale klasse. Gedragingen behoren ertoe: sommigen hebben een manier van spreken die verraadt dat ze bij de hoogopgeleiden horen of willen horen. Wanneer mensen hun kapitaal etaleren, doen zij dat vooral om zich van anderen te onderscheiden.

De eerste twee vormen van kapitaal zijn in waarde gedaald. Het huidige rechtse klimaat kent niet langer vanzelfsprekend waarde toe aan het culturele kapitaal. Het economische kapitaal liep voor velen na de financiële crisis een deuk op. Het sociale kapitaal daarentegen floreert als nooit tevoren. Het draait om je contacten, netwerk en bereik.

Mij gaat het niet om het hebben van die netwerken en contacten, maar om wat we ermee delen. In de theorie van Bourdieu ontbreekt een vorm van eigentijds kapitaal die niet als inzet heeft dat je kunt uitdrukken tot welke sociale klasse je behoort, maar die eerder egaliserend werkt, omdat die kapitaalvorm allerlei grenzen doet vervagen: tussen werk en thuis, tussen binnen en buiten, tussen nationaliteiten, tussen bekend en onbekend, tussen links en rechts, tussen burger en politicus, tussen docent en student, tussen vriend en kennis. Intiem kapitaal noem ik dat.

Onder intiem kapitaal versta ik alles wat betrekking heeft op waardevolle persoonlijke informatie. Intiem kapitaal geeft macht en invloed. Intiem is je relatie en vrijwel alles wat met het lichaam te maken heeft. Intiem is dat wat normaliter alleen 'echte' vrienden van je weten, wat je met een paar mensen deelt. Intiem is dat wat niet voor andermans oren of ogen bedoeld is. Intiem is de informatie waarvan je wilt dat die niet voor iedereen openbaar beschikbaar is.
Wat privé is voor de een, is dat niet voor de ander. Mij gaat het om de toenemende mate waarin wij zelf besluiten persoonlijke informatie te verspreiden en te delen, en het feit dat we die van anderen kunnen bestuderen, zonder dat hier enige privacywet aan te pas komt. Intiem kapitaal is in deze tijd een manier -- zo niet dé manier - om macht en invloed te verwerven in de politiek en de media.

Intiem kapitaal is verhandelbare privacy. Voorbeeld: WikiLeaks. Burgers lekken anoniem overheidsdocumenten die van private aard zijn: meningen over het karakter en de capaciteiten van politici en andere zaken die de overheid liever niet naar buiten gebracht wil hebben. De burger heeft ineens een machtig instrument in handen gekregen: de mogelijkheid om intiem kapitaal online te lekken. Maar wat weet de overheid eigenlijk van mij?

De verschuivende grenzen tussen privé en publiek zijn geen abstract gegeven, maar een realiteit in mijn leven. Ik vraag me echt af welke foto's ik  wel en niet op Facebook moet zetten.

Zo stond er een tijd lang een foto op van mijn lachende baby in een tonnetje. Vlak nadat ik die had gemaakt, kwam Rita Verdonk met een campagnefilmpje met watertrappelende mensen bij wie het water tot aan de lippen stond: 'Tot hier en geen centimeter verder!' Hops, daar ging de foto van mijn baby de ether in met het volgende onderschrift.
Geinig, vond ik zelf, en dat vonden mijn Facebookvrienden ook, getuige de opgestoken duimpjes. Maar is het verstandig om je baby zo te etaleren? ('Joh, wat doe je nou moeilijk man!' 'Moeilijk? Robert M., alias het monster van Riga dat inmiddels misbruik van meer dan 83 kinderen heeft bekend, had ook een Facebookaccount!' 'Maar deze foto krijgt hij niet in handen!' 'Oh nee? Er zijn ook computers en bibliotheken in gevangenissen, toch?')

Met betrekking tot de journalistiek -- als consument en als beoefenaar -- kun je ongeveer dezelfde vragen stellen. In hoeverre is het van belang om iets te weten over het persoonlijk leven van mensen die je interviewt? Neem de persoon achter WikiLeaks, Julian Assange. Doet het er toe, in een artikel over WikiLeaks, of hij twee vrouwen 'verkracht' zou hebben, of zijn dat  misschien opzettelijke, valse lekken?

Dan de overheid: ik aarzel (die aarzeling had ik eerder zelden) of ik de lijst van de overheid met vijftig vragen over de opvoeding wel moet invullen. Voor wie is die lijst?  Wat gebeurt er met mijn informatie, waar wordt die opgeslagen? Diezelfde overheid schijnt zo lek te zijn als een mandje, toch?

Ik ben  veranderd in een wantrouwige burger. Misschien is een dosis wantrouwen gezond, maar ontspannen leven is anders. Vertrouwen is kennelijk niet vanzelfsprekend. En in dat afnemende vertrouwen -- in vrienden, in journalisten en in de overheid -- zit misschien wel de sleutel tot het begrijpen van onze veranderende omgang met intimiteit. Want waarop is intimiteit anders gestoeld dan op vertrouwen?

Voorpublicatie uit Stine Jensen, Echte vrienden: Intimiteit in tijden van Facebook, GeenStijl en WikiLeaks, essay van de Maand van de Filosofie, 2011, ISBN 978 90 477 0356 3, prijs € 4,95


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel