Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Interview / Ann Meskens kijkt met de ogen van Tati

Home

Leo van Essen

De menselijke onhandigheid en het geklungel raken de Vlaamse filosofe Ann Meskens. Met dank aan haar grote passie, de Franse komiek Tati. Ze bekijkt zijn films keer op keer en bezoekt de opnamelocaties als waren het bedevaartsplaatsen. Tati is het vrolijke tegengif voor het cultuurpessimisme waar de hedendaagse filosofie aan lijdt, zegt Meskens.

Het beeld dat filosofie bij velen oproept, is dat van diepe ernst, een statige kop en een grote naam.

De serie ’Kopstukken Filosofie’ van uitgeverij Lemniscaat is een illustratie van een dergelijke opvatting van de wijsbegeerte. Menig filosofieliefhebber zal de delen in de kast hebben staan: allemaal ernstig denkende hoofden op een rij.

Als ik ergens over Tati kom praten, gaat er iets komisch verkeerd

Maar filosofie is meer dan alleen maar de geschiedenis van dode mannen en die van een enkele dode vrouw. Daarom richt de uitgever zich de laatste jaren nadrukkelijk op ’levende filosofie’. En omdat niets levendiger is dan de liefde, schrijven in de nieuwe reeks van Lemniscaat filosofen over datgene waar ze helemaal weg van zijn en uren over kunnen doorpraten: hun passies.

Binnenkort verschijnt de passie van Marc van den Bossche (voor wielrennen) en over enkele maanden ook die van Xandra Schutte (voor haar zoon) en van Stephan Sanders (voor zijn in 2004 overleden moeder). De passies van Ger Groot, Marcel Möring, Ad Verbrugge en Désanne van Brederode zullen later volgen.

Steeds gaat het om een concrete passie, zoals voor eten, smartlappen, porno of sciencefiction.

De Belgische filosofe Ann Meskens (1965) opent de reeks met een boek over de Franse filmmaker Jacques Tati (1907-1982). Iedere keer opnieuw keek ze naar zijn films uit de jaren vijftig en zestig, zonder dat ze haar ooit gingen vervelen. Ze was zo idolaat van de filmmaker dat ze op bedevaart ging naar de plaatsen waar hij de opnames voor zijn films maakte; haar vriend zeulde ze daarbij met zich mee.

Van de ernstigste mensen moeten we het niet hebben

Waarom Tati, een komiek? Lopend tussen een menigte shoppende mensen op het Amsterdamse Rokin, vertelt ze hoe Tati kan helpen om in deze mensenmassa nog individuen te zien. Het gaat dan om een andere manier van kijken. Vermijd de massa, luidt het filosofische advies sinds Seneca.

Maar wie kijkt met de ’Tati-blik’ ziet geen uniforme massa meer, maar individuele wezens die stuk voor stuk komisch zijn vanwege hun al te menselijke onhandigheid en geklungel.

Tati is volgens Meskens ook de remedie tegen het hardnekkige cultuurpessimisme binnen de filosofie. Een van zijn meest pregnante uitdrukkingen kreeg dit pessimisme in een interview dat Martin Heidegger aan het Duitse blad Der Spiegel gaf. Daarin zei hij, terwijl hij sprak over de steeds groter wordende macht van de technologie: ’Alleen een god kan ons nog redden’. Beangstigend aan de moderne wereld was volgens Heidegger dat alles daarin zo perfect functioneerde. Maar in de films van Tati gebeurt juist het omgekeerde: niets functioneert perfect, alles gaat kapot en lijdt schipbreuk. De mens blijft in zijn verhouding tot de moderne technologie dezelfde kluns die hij altijd is geweest. En dat is de grote tatiëske opluchting, vindt Meskens.

„Ik heb serieus voor het lichtvoetige gekozen”, zegt ze. „Ik wilde met de verschrikkingen van de moderne tijd in het achterhoofd een boek schrijven over Tati. Vrolijkheid is namelijk een serieuze zaak. Ik geloof niet dat de ernstigste mensen zullen zorgen voor betere structuren en oplossingen. Critici vragen mij ook waarom ik het individu benadruk in een samenleving die zo egoïstisch is. Daarvoor geldt hetzelfde als voor de vrolijkheid. Alleen iemand die als individu sterk genoeg is, kan er voor anderen zijn. Zo is ook alleen iemand die op een milde en humoristische manier naar de mens kan kijken, in staat om het schrikbeeld van de perfect functionerende machine te dragen. En dat kan de postmoderne mens. Hij is veel leniger en sterker dan vaak wordt aangenomen.”

’Ik wil dat de film begint als de toeschouwer de zaal uitloopt’, is de uitspraak van Tati die als motto van haar boek dient. Zijn films zijn volgens Meskens dan ook een école du regard, een opleiding in het zien. Tati was zelf een meester in het kijken. Als hij op een terrasje, samen met de filmploeg, mensen zat te observeren, zag hij van iedereen het meest. „Ieder kan die Tati-blik oefenen”, zegt Meskens die zelf nu ook op een terrasje aan de Amsterdamse gracht is gaan zitten. „In de films gaat het dan niet alleen om beelden, maar ook om geluiden. Luister nu bijvoorbeeld naar dat geluid van dat roerende lepeltje. Hoor het geroezemoes. De flard van een zin in het Engels. Het zachte geklots van het water.” De serveerster vergist zich en komt bij ons tafeltje met de bestelling van een ander. Op het water komt een kleurrijk bootje voorbij met een man die op een trompet speelt. De ober komt langs en struikelt pardoes met dienblad en al. De mensen lachen.

„Dit is tatiësk”, zegt ze. „En dit gebeurt mij nu altijd. Overal waar ik ga om over Tati te spreken, gaan er dingen mis of gebeurt er iets geks, iets onverwachts. Op weg naar een radio-interview in Brussel stapte ik in een trein. We reden, en opeens stonden we stil in een weiland. De machinist kwam zich vervolgens verontschuldigen. ’Ik ben verkeerd gereden’, zei hij. Elders viel alle techniek uit toen ik voor publiek sprak.”

Humor is een van de moeilijkste menselijke eigenschappen, legt Meskens uit. „De klassieke filosofische interpretatie is dat we lachen om uit te lachen. Maar de lach kan, zoals bij Tati, ook voortkomen uit een bepaald soort gevoeligheid waardoor het alledaagse opeens als komisch verschijnt. Zelf was ik erg gegrepen door een gebeurtenis uit het leven van Tati. Als middelbare scholier werd hij tijdens de Engelse les gevraagd om twee simpele zinnetjes te vertalen en uit te spreken: ’Ik doe de deur open’ en ’Ik doe de deur dicht’. Hij liep naar de deur van het klaslokaal, en zei: ’I open the door’. En terwijl hij over de drempel stapte en de deur achter zich sloot, zei hij: ’I close the door’. Vervolgens liep hij naar huis. Hij kreeg straf voor deze grap, maar de klas lag natuurlijk dubbel van het lachen. Op jonge leeftijd was hij dus al bereid om zichzelf op te offeren om anderen aan het lachen te maken. En dat hield hij een levenlang vol. I open the door. I close the door. Geniaal.”

Ann Meskens: Tati, de passie van Ann Meskens. Lemniscaat, 120 blz. €14,50.

Deel dit artikel