Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Inspectie: Jeugdhulp in gezinshuis en zorgboerderij moet professioneler

Home

Maaike Bezemer

Zorgboerderij Ensink in Enschede, gefotografeerd in 2014. De boerderij en de personen op de foto komen niet in het verhaal voor. © Werry Crone

De jeugdhulp in kleinschalige woonvoorzieningen zoals gezinshuizen en zorgboerderijen moet professioneler, vindt de inspectie voor Gezondheid en Jeugd.

Deze groep van zorgaanbieders is de laatste jaren gegroeid omdat gemeenten, die sinds 2015 verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, kleinschalige woonvoorzieningen voor jongeren stimuleren. In totaal zijn er circa 3000 aanbieders van kleinschalige jeugdzorg. De inspectie heeft daarvan 49 woonvoorzieningen bezocht.

Lees verder na de advertentie

Standaard kwaliteitseisen ontbreken

In een evaluatierapport dat vandaag uitkomt, concludeert de inspectie dat het merendeel van de bezochte aanbieders voldoet aan bijna alle basisverwachtingen voor passende jeugdhulp. Maar het ontbreekt de relatief nieuwe sector aan een gestructureerde werkwijze, aan standaard kwaliteitseisen en checklists. Een aantal koepels van gezinshuizen werkt al met onderzoekers en gedragsdeskundigen aan een zogenoemd kwaliteitskader. Dat moet eind van het jaar klaar zijn. De inspectie wil echter het liefst dat ook zorgboeren aanhaken. En dan zijn er nog vele zelfstandigen die cliënten opnemen op basis van een persoonsgebonden budget en rechtstreeks contracten afsluiten met gemeenten.

Het aanbod is enorm divers, ziet senior-inspecteur Hans Jagers: “In een gezinshuis zitten meestal vier tot zes kinderen, maar er zijn ook zorgboerderijen met veel meer kinderen en groepsleiders. Het is bijzonder dat in Nederland elke welwillende privépersoon een opvang kan starten. Maar ze zijn verantwoordelijk voor kwetsbare kinderen met vaak complexe problemen.”

Het is bijzonder dat in Nederland elke welwillende privépersoon een opvang kan starten

Senior-inspecteur Hans Jagers, inspectie Gezondheid en Jeugd

De inspectie pleit met name voor betere scholing en ondersteuning van medewerkers, zodat elk kind de juiste hulp krijgt. Aanbieders moeten helder zijn over hun expertise, zodat gemeenten en instellingen kunnen zien welk kind ze waar kunnen plaatsen. Jagers: “Soms moeten aanbieders erkennen dat ze niet alle kennis in huis hebben, niet elk kind kunnen opnemen.”

De inspectie heeft sinds 2016 tot aan het najaar van 2017 49 gezinsgerichte aanbieders bezocht. Alle onderzochte gezinshuizen en zorgboeren hebben tijd en aandacht voor de kinderen, ze hebben oog voor hun achtergrond en gaan respectvol om met de ouders. Kinderen hebben genoeg privacy en mogen bijvoorbeeld ook hun eigen kamer inrichten.

Geen medicatie-overzicht

Verbeteringen zijn vooral nodig op organisatorisch vlak. Bijna de helft van de aanbieders maakt geen gebruik van een systematische risicotaxatie, terwijl een eenvoudige checklist al kan helpen om te zien of de opvang fysiek en sociaal-emotioneel veilig is. Van de huizen waar kinderen medicijnen gebruiken, heeft veertig procent van de aanbieders geen actueel medicatie-overzicht. Een kwart van de aanbieders werkt met professionals die niet geregistreerd staan. Ook biedt een flink deel geen toegang tot onafhankelijke vertrouwenspersonen of een onafhankelijke klachtencommissie.

Volgens bestuurder Rob de Munck van koepel gezinshuis.com gaat ‘hun’ kwaliteitskader straks over dezelfde punten waarop de inspectie gezinsgerichte zorg beoordeelt: de positie van cliënten, of de hulpverleners bevoegd en bekwaam zijn, leefklimaat en organisatie. Hij is het met de inspectie eens dat ‘het veld’ zelf met richtlijnen moet komen. “Het moet een kwaliteitskader zijn, geen knelkader.” Toch richten de koepels zich in eerste instantie op de eigen gezinshuisouders. “Gezinshuizen zijn een relatief nieuw fenomeen, laten we dat nu eerst maar goed regelen. Prima als zorgboeren daarna aanhaken.”

Gezinsgerichte jeugdhulp 

Nu gemeenten sinds januari 2015 verantwoordelijk zijn voor jeugdhulp, moeten kinderen en jongeren zoveel mogelijk kleinschalig worden opgevangen, vergelijkbaar met een gewoon gezin. Dat lukt al bij 60 procent van 35.000 uit huis geplaatste jeugdigen. 18.000 verbleven eind 2016 in een pleeggezin en 3.430 in een gezinsgerichte vorm van jeugdhulp, zoals een gezinshuis. De ouders in een gezinshuis hebben een zorgopleiding en kunnen daardoor complexere problemen aan. Dat laatste aanbod is in een jaar gegroeid met 13,5 procent (410 huizen). Nog altijd zitten 13.650 jeugdigen in andere, en dus grootschaliger vormen van jeugdhulp, waarvan 1.230 in een gesloten instelling. 

Lees ook:  Versnippering in jeugdzorg maakt controle lastig

De inspectie constateerde al eerder dat  controle  op de  circa 3000 logeerhuizen, gezinshuizen en zorgboerderijen lastig is. Veel kleine aanbieders handelen uit hun hart.  Maar liefdevolle zorg is niet altijd verantwoord.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Het is bijzonder dat in Nederland elke welwillende privépersoon een opvang kan starten

Senior-inspecteur Hans Jagers, inspectie Gezondheid en Jeugd