Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Innovatief medicijn kost nu eenmaal wat

Home

HENK JAN OUT, BIJZONDER HOOGLERAAR FARMACEUTISCHE GENEESKUNDE RADBOUDUMC, WERKZAAM BIJ TEVA PHARMACEUTICALS en MEDE NAMENS BRANCHEORGANISATIES NEFARM...

De farmaceutische industrie heeft de naam enkel op winst te jagen. Dat klopt helemaal niet, vindt Henk Jan Out, bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde.

De afgelopen weken verschenen in de media verschillende ongenuanceerde berichten over de prijzen van nieuwe geneesmiddelen. Geneesmiddelfabrikanten wordt verweten eenzijdig gericht te zijn op winstmaximalisatie en daar de prijs van geneesmiddelen op af te stemmen. Het belang van de patiënt zou op de tweede plaats staan. Als trotse werknemer en vertegenwoordiger van deze sector vind ik dat er te gemakkelijk wordt geoordeeld.

Ten onrechte wordt de suggestie gewekt dat de prijzen van geneesmiddelen de oorzaak zijn van de stijgende zorgkosten. De Nederlandse uitgaven aan geneesmiddelen gaan al jaren omlaag. Het aandeel van geneesmiddelen is minder dan 10 procent van het totale zorgbudget.

Lees verder na de advertentie

Twee miljard per middel

De prijs van een geneesmiddel is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Hoogleraar Schellekens beweert voor een habbekrats een medicijn tegen de ziekte van Pompe na te kunnen maken. Maar de prijs van een nieuw innovatief geneesmiddel is de resultante van alle investeringen die een bedrijf heeft gedaan om het product te ontwikkelen én de waarde die het vertegenwoordigt voor de samenleving. Volgens de meest recente schatting bedragen de kosten van onderzoek en ontwikkeling per goedgekeurd geneesmiddel ruim twee miljard euro.

De waarde van een medicijn is voor de samenleving groot, omdat uitgaven voor geneesmiddelen zich kunnen terugverdienen door lagere maatschappelijke en zorgkosten. Zo kunnen ziekenhuisopnames en operaties voorkomen worden door medicijnen. Ook kunnen patiënten eerder terugkeren in het arbeidsproces. Over sofosbuvir (Sovaldi®) dat de ziekte hepatitis C kan genezen, ontstond ophef wegens de kosten van 40.000 euro per kuur. De werkelijkheid ligt genuanceerder: sofosbuvir maakt in veel gevallen zeer dure levertransplantaties onnodig. Het lijkt dan ook redelijk om wereldwijd geaccepteerde gezondheidseconomische modellen te gebruiken die de directe en indirecte kosten per gewonnen levensjaar in goede kwaliteit meten, en daar de prijs op te baseren. Ontwikkelaars van geneesmiddelen vragen patent aan om de kosten die ze maken voor de productontwikkeling te kunnen terugverdienen. Daarom heeft een nieuw innovatief geneesmiddel aanvankelijk een relatief hoge prijs. Daarna worden ze vaak door meerdere generieke fabrikanten op de markt gebracht en gaat de prijs omlaag, soms tot de prijs van een doosje paracetamol. Middelen tegen hiv bijvoorbeeld zijn nu erg goedkoop en hebben van aids een chronische in plaats van dodelijke ziekte gemaakt.

Kort door de bocht

De kosten voor de ontwikkeling van een geneesmiddel stijgen, terwijl de patiëntengroepen specifieker worden. Hierdoor stijgen de kosten per behandeling. Hoewel dat op dit moment geen macro-economisch probleem is, geeft dit onrust. Simpelweg stellen dat farmaceutische bedrijven minder winst moeten maken is te kort door de bocht. Wat is een redelijke winst? Dit is een maatschappelijk relevante vraag waaraan bedrijven zich niet kunnen onttrekken.

Aan de andere kant moeten we ons realiseren dat innovatie niet gratis is. Zolang het onderzoeks- en ontwikkelingstraject miljarden kost, is het evident dat prijzen op een niveau liggen waarin deze kosten worden meegenomen. Wanneer we vrezen dat het huidige systeem op de lange termijn niet houdbaar is, moeten we gezamenlijk op zoek naar oplossingen. Daarbij past een genuanceerde dialoog tussen bedrijven, overheid, ziekenhuizen, artsen, verzekeraars en patiënten met oog voor de realiteit van alle aspecten, inclusief de prijs.

Deel dit artikel