Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Infotainment hoeft niet op z’n Amerikaans

Home

Jaap Kooijman en Universitair hoofddocent Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van Fabricating the Absolute Fake: America in Contemporary Pop Culture (AUP 2008)

Vermenging van informatie en entertainment krijgt in Nederland ook voet aan de grond, maar we kunnen daar ook een eigen vorm aan geven.

Politiek moet spannende televisie kunnen opleveren. Met name de Amerikaanse presidentsverkiezingen dienen voor programmamakers als inspiratiebron. Daarom kwamen bij het begin van het Nederlandse verkiezingsspektakel direct al de premierskandidaten voor het voetlicht in plaats van hun partijen. In Nederland kiezen we geen minister-president, was de veelgehoorde en terechte kritiek op het premiersdebat van RTL4. Presentator Frits Wester wuifde die weg. Het zijn de politici zelf die zich als kandidaat-premier profileren, stelde hij. ,,Zij zijn de mannen met hun hoofd groot op de posters.”

Vermenging van informatie en entertainment heeft in Amerika een lange traditie. De Amerikaanse televisie spreekt de kijker niet alleen aan als burger die geïnformeerd dient te worden, maar vooral ook als consument die moet worden vermaakt. Het televisie-format van het presidentsdebat kan aan beide eisen voldoen. Kijkers genieten van het spektakel, de strijd tussen twee kandidaten, terwijl zij tegelijkertijd worden geïnformeerd over belangrijke politieke kwesties.

Ook in Nederland wordt informatie en entertainment steeds meer vermengd. In programma’s als De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman gaan politici in discussie met BN-ers, waarbij de grens tussen politicus en celebrity vervaagt. Politici zijn mediapersoonlijkheden van wie het imago net zo relevant is als hun politieke opvatting; televisiesterren als Georgina Verbaan en Albert Verlinde mengen zich makkelijk in het politieke debat. Jan Peter Balkenende is gastredacteur bij RTL Boulevard en sms’t met Jan Smit.

Heeft het zin om deze ontwikkeling als een vorm van amerikanisering te duiden? Aan de ene kant waarschuwen Nederlandse critici, al sinds het begin van de twintigste eeuw, voor ’Amerikaanse toestanden’ die resulteren in commercialisering en culture vervlakking. Aan de andere kant kan amerikanisering gezien worden als een vorm van democratische vernieuwing die met name aan jeugdsubculturen inspiratie biedt om zich af te zetten tegen de gevestigde orde van eerdere generaties.

Een soortgelijke tegenstelling is terug te zien in de vermenging van informatie en entertainment. De nadruk op spektakel en vermaak kan leiden tot trivialisering en vervlakking, maar tegelijkertijd wordt het politieke debat toegankelijker en aantrekkelijker gemaakt voor een breder publiek.

Wat niet vergeten moet worden is dat deze vermeende Amerikanisering ook in de VS zelf plaatsvindt. In 1985 publiceerde Neil Postman zijn bestseller ’Amusing Ourselves to Death’, in het Nederlands vertaald als ’We amuseren ons kapot’, waarin hij waarschuwt tegen de dominante rol van televisie, een medium dat met zijn entertainmentlogica het publieke debat reduceert tot louter vermaak. Onlangs haalde president Barack Obama het nieuws met een soortgelijke waarschuwing, dit keer gericht op de nieuwe media. Volgens Obama zou door de nieuwe media de burgers voornamelijk worden vermaakt, in plaats van hen meer zelfstandig en handelsbekwaam te maken.

Net als met Postman indertijd werd Obama’s kritiek te makkelijk afgedaan als cultuurpessimisme. Postman en Obama vergeten niet alleen de democratische mogelijkheden van televisie en nieuwe media, maar impliceren ook een nostalgisch verlangen naar een tijd waarin de burger wel goed geïnformeerd zou zijn.

Het probleem van dit debat is dat de discussie blijft steken in voor- en tegenstanders die of te optimistisch zijn over de democratische potentie van de media of inderdaad vervallen in cultuurpessimisme. Op dit punt kan het debat over amerikanisering een constructieve bijdrage leveren. Dat debat leert dat amerikanisering ons niet slechts passief ’meer Amerikaans’ maakt maar dat we ook actief elementen uit de Amerikaanse cultuur overnemen en daar een eigen betekenis aan geven.

De vermenging van informatie en entertainment is net zo min als Amerikanisering een proces dat alleen als negatief of positief kan worden geduid. Een post-Postman positie is nodig, waarin we erkennen dat de vermenging van informatie en entertainment het politieke debat democratischer kan maken, maar dat het ook makkelijk kan leiden tot trivialisering en oppervlakkigheid. Hiervoor moet de harde tegenstelling tussen informatie en entertainment, tussen inhoud en verpakking, worden doorbroken.

Ironisch genoeg was het juist Barack Obama die tijdens de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 liet zien dat informatie en entertainment goed samen kunnen gaan. Cultuurpessimisten zouden zijn oproep voor hope en change, in combinatie met een prominente rol voor televisiester Oprah Winfrey, af kunnen doen als holle retoriek. Obama wist met zijn woorden echter wel degelijk veel Amerikanen te inspireren en te betrekken bij het politieke debat. Of het volgende premiersdebat op de Nederlandse televisie de juiste vorm is om hetzelfde te bereiken, is twijfelachtig. Maar dat ligt niet per definitie aan de vermenging van informatie en entertainment. We moeten alleen nog een eigen vorm vinden.

Lees verder na de advertentie
Premier Jan Peter Balkenende was tijden de campagne van vier jaar geleden gasthoofdredacteur van het tv-programma RTL Boulevard. Links van hem Daphne Bunskoek en Albert Verlinde. (FOTO MARCEL HEMELRIJK, ANP) © ANP

Deel dit artikel