Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Industrie moet pillen testen op jong en oud

Home

Annemarie Wagemakers en Ivan Wolffers

Dat geneesmiddelen onvoldoende getest worden op kinderen en ouderen is een kwestie van geld. Onderzoek naar specifieke groepen is duurder dan 'de gezonde man tussen 18 en 45' oproepen. Maar de industrie kan makkelijk minder uitgeven aan skireisjes en reclame.

Geneesmiddelen voor kinderen zijn onvoldoende getest op veiligheid en effectiviteit (Trouw, 9 april). Dit geldt ook voor ouderen. Die worden vaak uitgesloten van geneesmiddelenonderzoek.

Ouderen consumeren een groot deel van de geneesmiddelen. De groep 65-plussers, ongeveer 14 procent van de Nederlandse bevolking, gebruikt een derde deel van alle medicijnen. Maar naar verhouding nemen zeer weinig ouderen deel aan onderzoek naar geneesmiddelen. Dat is een verontrustende discrepantie. Temeer omdat ouderen vanwege hun hogere consumptie van medicijnen meer last hebben van bijwerkingen.

Proefpersonen voor geneesmiddelenonderzoek worden (onder meer) geselecteerd op leeftijd. Wie kent niet de advertentie waarin gezonde blanke mannen tussen de 18 en 45 jaar gevraagd worden. Het blijkt dat geneesmiddelenonderzoek veel vaker bij mannen wordt verricht dan bij vrouwen. Toch worden de medicijnen voorgeschreven aan iedereen, zonder dat uitgezocht is of de werking wel hetzelfde is en of de dosering aangepast zou moeten worden bij bepaalde gebruikers. Dat heeft gevolgen. In de bijsluiter staat dan bijvoorbeeld: 'Ouderen dienen dit geneesmiddel met enige voorzichtigheid te gebruiken, omdat slechts beperkte gegevens beschikbaar zijn over het effect bij deze patiënten'. Er is een parallel te trekken met alcohol. Bekend is dat vrouwen minder alcohol verdragen dan mannen: hun lichaam is kleiner, de afbraak van alcohol verloopt langzamer. Een logische gedachte is dat ook medicijnen een verschillende werking zullen hebben. Onderzoekers weten dat blijkbaar: wanneer vrouwen hetzelfde zouden reageren op medicijnen als mannen, zouden ze wel vaker worden betrokken in het onderzoek.

Een zelfde verhaal gaat op voor ouderen: met het toenemen van de jaren veranderen lichaamsfuncties en de uitscheiding van lichaamsvreemde stoffen verloopt trager. Bij ouderen ligt de werking van de nieren gemiddeld 35 procent lager dan bij jongere mensen. Een arts zou dus bij geneesmiddelen die door de nieren worden uitgescheiden ongeveer twee derde van de hoeveelheid moeten voorschrijven die 'normaal' is. Toch wordt vaak een standaarddosis gegeven en dat is voor ouderen nogal eens een overdosis.

Ouderen hebben vaker te maken met verschillende aandoeningen tegelijkertijd. Dit beïnvloedt de werking van de medicijnen en maakt het moeilijk het effect van het nieuwe middel aan te tonen. Dit is een reden waarom naar schatting in 20 tot 30 procent van de onderzoeken ouderen niet betrokken worden. Wanneer een onderzoek strenge eisen stelt aan de gezondheid van proefpersonen, raken jongeren vanzelf oververtegenwoordigd.

Meer leeftijdsgroepen in onderzoek betrekken betekent dat er meer geld nodig is. Dit lijkt een struikelblok. De uitgaven van de farmaceutische industrie aan marketing, waaronder nep-

onderzoeken en skicursussen, overtreffen ruimschoots de budgetten voor onderzoek. Met een verschuiving in deze verhouding kunnen geneesmiddelen op meer groepen getest worden.

Zolang de farmaceutische industrie aan geneesmiddelen verdient en wet- en regelgeving ontbreekt zal er niet veel veranderen. Richtlijnen voor het registreren van geneesmiddelen zijn er wel maar zijn juridisch niet bindend. Er is een internationale richtlijn waarin staat dat het belangrijk is zoveel mogelijk 65-plussers bij het onderzoek te betrekken. Ook zouden groepen niet onnodig van onderzoek mogen worden uitgesloten op grond van het lijden aan andere ziekten.

Maar in de praktijk blijkt dat ook als het medicijn niet op ouderen is getest, het wel geregistreerd wordt en op de markt komt. Het betreffende farmaceutische bedrijf krijgt dan de opdracht om alsnog onderzoek te doen bij ouderen. Er is echter onvoldoende controle op dit vervolgonderzoek en het zal dus niet altijd gedaan worden. Het is niet duidelijk waarom de registratie-autoriteiten de naleving van de richtlijnen voor de registratie van nieuwe geneesmiddelen niet aanscherpen en beter contoleren.

De overheid moet inzien dat economisch onrendabele groeperingen altijd de dupe zijn van marktwerking. Onafhankelijke financieringsbronnen blijven nodig voor de meest kwetsbaren. Onderzoek naar geneeskundige handelingen houdt geen gelijke tred met de ontwikkelingen in de maatschappij.

En dat dit zinvol is blijkt wel uit recent onderzoek dat aantoont dat de behandeling van hoge bloeddruk op hoge leeftijd een zeer effectief middel is om beroertes te voorkomen. Behalve dat de overheid garant moet staan voor geneesmiddelenonderzoek op alle leeftijden is het ook voor ouderen van belang dat er werkzame en veilige geneesmiddelen zijn.

Deel dit artikel