Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Panipat is het heel gewoon om op je vierde al in de textielfabriek te werken

Home

Aletta André

Sahiba (18, met een sjaal om haar hoofd) en haar zusje Reshma (11, met vlechtjes) zijn bezig garen uit katoenen lappen te trekken. Broertjes en neefjes en nichtjes helpen mee. De jongste, Nagma (met het oranje T-shirt), is vier. © Ruhani Kaur
FAIRTRADE

De schattingen lopen uiteen, maar zeker is dat het er in India miljoenen zijn: kinderen aan het werk, vaak voor maar een handjevol roepies. Zoals in de textielindustrie van Panipat. Pogingen deze kinderen naar school te krijgen, beginnen heel voorzichtig vruchten af te werpen.

Knopen van kleren afhalen, garen uit katoen trekken, stoffen sorteren op kleur: in Panipat verdienen duizenden arme Indiërs er een beetje geld mee en vaak werken hun kinderen mee. Maar Mahinoor (12) mag naar school!

Lees verder na de advertentie
© Ruhani Kaur

Containers

Drie vrachtwagens volgeladen met gebruikte kleding staan aan de kant van de hoofdweg, direct aan de rand van Panipat, een stad met zo’n 800.000 inwoners ten noorden van de Indiase hoofdstad New Delhi. Panipat is een van de grootste centra voor textielrecycling in de wereld. Dagelijks arriveren hier containers vol met niet draagbare kleding van over de hele wereld.

Als die kleine er niet was geweest, dan hadden we Mahinoor ook meegenomen naar de fabriek

Nizamuddin

De kleding in twee van de drie vrachtwagens aan de hoofdweg is al op kleur gesorteerd - de een roze en de ander blauw. De derde wordt uitgeladen door een stuk of tien arbeiders. In grote witte balen op hun hoofd dragen ze de kleding vanaf de hoofdweg door een wirwar van steegjes naar hun bestemming ergens in deze drukke, overvolle stad.

© Ruhani Kaur

Midden tussen de huizen en winkeltjes staan hier ook kleine textielfabrieken en sorteercentra, vaak enorme hallen waarin de oude kleding metershoog ligt opgestapeld. Veel van deze loodsen zijn aan de voorkant volledig open, zodat goed zichtbaar is hoe vooral vrouwelijke arbeiders de kleding op kleur sorteren en de knopen en ritsen verwijderen. Kleine kinderen zitten er vaak naast te spelen, bij gebrek aan opvang. Een deel van dit werk wordt ook aan huis gedaan. Hier werken kinderen vanaf een jaar of tien gewoon mee in het sorteerwerk.

De gestripte kleding, op kleur geselecteerd, wordt in fabrieken met machines verwerkt tot nieuw garen. Uiteindelijk worden daarvan goedkope dekens gemaakt en die worden in grote aantallen gekocht door onder meer het Indiase leger en de Indiase spoorwegen.

Een loods in Panipat waar textiel gesorteerd en verwerkt wordt © Ruhani Kaur

Arbeidsmigranten

De resttextielindustrie hier in Panipat is grotendeels een informele branche met belabberde arbeidsomstandigheden. Toch komen er jaarlijks duizenden arbeidsmigranten op af, met hun kinderen.

Zoals Nizamuddin en zijn vrouw Noorva - ze hebben geen achternaam. Allebei werken ze zeven dagen per week voor 400 tot 700 roepies (5 tot 8 euro) per dag, minder dan het wettelijk minimumloon. Nizamuddin werkt als lader en losser van de vrachtwagens die de kleding vervoeren. Noorva haalt handmatig de draden uit katoenen stoffen. Feestdagen en ziektedagen worden niet uitbetaald, op sociale voorzieningen kunnen ze niet terugvallen en ze weten niets over beschermende kleding als mondkapjes.

“Ons grootste probleem is de kleine”, zegt Nizamuddin en hij wijst naar de peuter op de vloer. Tien jaar geleden verhuisde hij met zijn gezin van een dorp in het oosten van India naar Panipat. Noorva weet niet hoe oud haar dochtertje Ladli is. “Vijf?”, gokt ze. “Nee, drie”, zegt Nizamuddin, en dat antwoord lijkt waarschijnlijker. Het meisje kan niet lopen, zegt hij. “Dokters hebben ons niet kunnen helpen. Wij werken allebei, en daarom moet onze dochter Mahinoor op haar passen. Die is twaalf.”

Tot voor kort waren Mahinoor en haar twee jongere broertjes tijdens het oppassen ook aan het werk. Gewoon thuis, een enkele kamer aan een donkere gang waar ze een kraan met tien andere families delen. Een zwaar vervuild moeras om de hoek dient als toilet. Met hun werk konden de drie kinderen zo’n 60 eurocent per dag verdienen, afhankelijk van het aantal kilo’s stof dat ze verwerkten. Mahinoor zorgde ook voor het aanvegen van het huis en bereidde alle maaltijden voor het hele gezin.

Hoe lang Mahinoor het werk aan huis deed, is niet duidelijk. “Twee of drie maanden”, zegt haar moeder. “Een maand of negen”, zegt ze zelf. “Ik kreeg last van mijn ogen en ik had de hele dag hoofdpijn.”

“Als die kleine er niet was geweest, dan hadden we Mahinoor ook meegenomen naar de fabriek”, zegt Nizamuddin. Noorva kijkt fel op. “Nee, dan hadden we haar naar school gestuurd.” Ze maakt een grimas - haar felle reactie bezorgt haar lichamelijk last, want ze heeft zware rugpijn. Maar thuisblijven wil ze niet, want dan krijgt ze niet betaald. “Ik ga straks naar de dokter voor een pijnstiller en dan gewoon naar mijn werk.”

Een vrouw versleept een berg textiel dat ze moet sorteren © Ruhani Kaur

De gezinssituatie is tekenend voor die van veel migrantenfamilies in India. Keihard werken voor een salaris dat nooit toereikend is, geen grootouders in de buurt of andere steunpilaren uit het dorp waar ze vandaan komen, duizend-en-één problemen en langzaamaan het verlies van tijdsbesef.

Vaak werken de kinderen mee, want in de textielrecycle-industrie in Panipat is kinderarbeid is geen uitzondering, vooral in de kleine werkplaatsen aan huis waaraan fabrieken delen van het productieproces uitbesteden.

De districtsoverheid kan geen cijfers geven. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de schaal van kinderarbeid in Panipat, zegt Nidhi Gupta, die zich als district child protection officer van de lokale overheid al zes jaar inzet voor kinderrechten. Al die tijd werd in Panipat niets gedaan met het NCLP, het elders succesvolle centrale overheidsprogramma om kindarbeiders te rehabiliteren. Maar binnenkort wordt het hier alsnog opgezet. Kinderarbeid, zegt Gupta, is een ‘groot probleem’ in deze industriestad.

Schakelscholen

Maar sinds juli dit jaar gaan Mahinoor en haar broertjes tóch naar school, en dat is te danken aan de internationale organisatie Humana People To People India (HPTP). Die richt zich op educatie en runde in Panipat al drie opvangcentra en schakelscholen voor kinderen tot tien jaar.

In mei van dit jaar kwamen daar drie schakelscholen bij voor kinderen vanaf elf jaar, als onderdeel van wat uiteindelijk een child labour free zone moet worden, een stadsdeel vrij van kinderarbeid. Dat doet HPTP samen met de Indiase MV Foundation, die zich al decennia specialiseert in het gevecht tegen kinderarbeid. Het project krijgt steun van onder meer de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (onderdeel van het ministerie van economische zaken), de Landelijke India Werkgroep en de Nederlandse sociale onderneming Sympany, die via Nederlandse gemeenten gebruikte kleding inzamelt en verkoopt.

Mahinoor (12) op school, met haar kleine zusje op haar arm. © Ruhani Kaur

Het idee is dat kinderen na één of twee jaar bijscholing doorstromen naar formeel onderwijs of, in het geval van de oudere tieners, met vaardigheidstraining in het werken met bijvoorbeeld naaimachines en computers klaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Begin dit jaar onderzocht HPTP hoe groot het probleem van kinderarbeid is. In drie woonwijken van Panipat waar overwegend migranten wonen, ging ze van deur tot deur met een enquête. Er werden 2493 huishoudens bezocht en daar werden 4148 kinderen tussen de vijf en achttien jaar geteld. Daarvan waren er 327 nog nooit naar school geweest en nog eens 244 gingen ooit wel naar school, maar waren gestopt. 440 van alle kinderen (ruim 10 procent dus) werkten, van wie 72 als dagloner in de textielrecycle-industrie. De rest werkte bijvoorbeeld in winkels en horeca, het merendeel hielp mee in familiebedrijfjes.

Het team van HPTP interviewde ook vijf textielfabrikanten. “Ze steunen onderwijs en hebben niet direct kinderen in dienst. Maar ze geven wel toe werk uit te besteden aan werkplaatsen aan huis”, zegt Madhav Singh, een lokaal teamlid van HPTP. “En omdat het uitbesteden van werk via tussenpersonen gebeurt, weten deze fabrikanten niet of er indirect toch kinderen voor hen werken.”

Mahinoor op weg naar school, haar vader Nizamuddin kijkt toe. © Ruhani Kaur

Dat geldt ook voor Ramesh Kumar, een voormalig leraar die tien jaar geleden een handel in oude kleding begon. Hij staat in een brede, modderige straat voor het hek van zijn werkplaats, een grote hal vol witte pakketten die uitpuilen van de kleding. Het textielafval ligt achterin de loods. Daar zitten enkele vrouwen knopen los te trekken. Kumars bedrijfje verwerkt zo’n twintig ton oude kleding per week, die hij na het sorteren en het verwijderen van knopen en ritsen doorverkoopt aan spinnerijen.

“Ik zou nooit kinderen inhuren, ik steun zelf een stichting voor onderwijs”, zegt hij beslist, en hij laat een glanzende folder met foto’s van een school zien. Wel geeft hij toe dat hij de lonen zo laag mogelijk houdt. “Ik betaal 150 roepies (1,80 euro - red.) per dag. Er komen weleens politici langs die de arbeiders overhalen het dubbele of meer te eisen. Maar dat kan ik me niet veroorloven.”

Kin­der­rech­ten­ac­ti­vis­te Kiran Sharma gaat van deur tot deur om ervoor te zorgen dat alle kinderen naar school gaan

Dat laatste geldt ook voor anderen, want de textielindustrie staat er niet florissant voor. Mede door concurrentie van goedkope stoffen uit China en door stijgende kosten, zoals die voor elektriciteit en belasting, is de industrie in Panipat de afgelopen jaren al flink gekrompen.

HPTP moedigt fabrikanten nu aan om hand in hand de strijd tegen kinderarbeid aan te gaan, bijvoorbeeld door gezamenlijk op te trekken in het overleg met de overheid en met maatschappelijke organisaties. “We kunnen wel met de politie fabrieken binnenvallen om die te betrappen op kinderarbeid, maar dat is een traumatische ervaring voor de kinderen”, zegt Madhav Singh van HPTP. “Bovendien is het resultaat veel duurzamer als de kinderen en hun ouders uit vrije wil voor onderwijs kiezen.”

Paarden en koeien

Een groot deel van het werk van HPTP is daarom het voortdurend motiveren van de gemeenschap: er is een motivatiecentrum, er zijn motivatiebijeenkomsten en huisbezoeken van een motivatieteam. De lage lonen van de ouders zijn één reden dat kinderen niet naar school gaan, maar niet de enige - overheidsscholen zijn immers gratis en bovendien dragen de verdiensten van veel kinderarbeiders nauwelijks bij aan het huishouden.

Kinderrechtenactiviste Kiran Sharma gaat voor HPTP van deur tot deur om ervoor te zorgen dat alle kinderen naar school gaan. In haar eigen omgeving is dat al gelukt met zo’n dertig kinderen, zegt ze. Maar nu gaat ze op bezoek bij een paar gezinnen waarvan de kinderen nog altijd thuisblijven. Het gaat om vijf seminomadische gezinnen die midden in de stad op een klein stukje open veld in tenten wonen en in paarden en koeien handelen. En daarover is ze sceptisch.

Terecht, blijkt al snel. “Ik moet voor de paarden zorgen”, zegt de twaalfjarige Sarfood op de vraag waarom hij niet naar school gaat. Hij zit in de tent televisie te kijken. Zijn moeder en tantes zijn thuis, alle mannelijke familieleden werken buitenshuis als afvalraper. “Ga dan in elk geval twee uurtjes per dag”, probeert Sharma.

Dan richt ze zich tot de vier meisjes in en rond de tent, tussen de acht en twaalf jaar. “Je kunt er ook leren naaien”, houdt ze hen voor. “Daar heb je echt wat aan.” Een duidelijke verklaring voor hun schoolabsentie geven de meisjes niet.

Ook de moeders spreekt Sharma aan. “In onze schakelschool krijgen ze ook gratis kleding en boeken. Kinderen moeten naar school.” Uiteindelijk beloven de meisjes dat ze een kijkje zullen komen nemen, maar erg overtuigend klinkt het niet. “Sommige ouders begrijpen echt de meerwaarde van school niet”, zegt Sharma.

De ouders hebben voor een deel nog gelijk ook: kwaliteitsonderwijs is op veel plekken in India nog ver te zoeken. Sinds 2010 is onderwijs verplicht voor kinderen tot en met veertien jaar en moet er voor alle kinderen een gratis overheidsschool beschikbaar zijn. Maar in de praktijk is het nog bij lange na niet zo ver.

In de wijken waar HPTP werkt, wijzen ouders erop dat de dichtstbijzijnde overheidsschool aan de andere kant van een drukke weg ligt. Dat vinden ze gevaarlijk en daarom gaan hun kinderen niet naar school. Anderen zeggen dat de school hun om documenten vroeg, zoals een geboorteakte of een doorstroomcertificaat uit de regio waar ze vandaan komen. Voor veel arbeidsmigranten is dat lastig, omdat ze die niet hebben.

Een van de leerlingen van een zogeheten schakelschool in Panipat, Puja van veertien, moet op haar jongere broertje passen. Daarom heeft ze hem meegenomen naar school. © Ruhani Kaur

HPTP helpt daarom de ouders bij het verzamelen van alle benodigde documenten, zodat ze niet geweigerd kunnen worden door overheidsscholen, en organiseert ook dat de kinderen samen veilig de weg kunnen oversteken.

Maar dan duikt een andere hindernis op: de overheidsscholen kunnen nauwelijks extra kinderen aan. “We hebben de kinderen in twee groepen verdeeld”, zegt Krishan Kumar, hoofd van de overheidsschool in de wijk Tehsil Camp, midden tussen de steegjes waar veel arbeidsmigranten wonen. Eén groep komt in de ochtend, de andere in de middag. “We hebben niet genoeg lokalen om aan alle kinderen tegelijkertijd les te geven.”

Volgens de wet mag dit gewoon: voor maximaal drie uur per dag helpen in een fa­mi­lie­be­drijf, zolang dat het schoolwerk niet in de weg zit

Genoeg leraren zijn er ook niet. Volgens de wet moet er een leraar voor elke dertig leerlingen zijn, maar Kumar heeft slechts budget voor een leraar op elke vijftig leerlingen. “We hebben daardoor geen leraar wiskunde voor de bovenbouw.”

Aan de mankracht om de kinderen daadwerkelijk op school te houden ontbreekt het ook. “Het aandeel ingeschreven kinderen dat echt dagelijks naar school komt ligt rond de 70 procent.”

Bruiloft

Dat merkt ook het team van HPTP: het inschrijven van de kinderen op de schakelscholen is slechts de eerste stap, en als die gezet is, betekent dat niet automatisch dat ze blijven komen. Zo bleef de zeventienjarige Mansi Chawaria kort nadat ze zich inschreef weer een week lang thuis. Toen coördinator Vinod Solanki polshoogte nam, bleek dat haar moeder, een weduwe met vier kinderen, Mansi’s bruiloft al aan het plannen was. Vinod haalde het meisje over om weer te beginnen met school. Maar of dat zin heeft?

Mansi zelf betwijfelt het. “Mijn man is al geselecteerd. Zodra ik getrouwd ben, kan ik niet meer studeren.”

Wat ook niet erg bevorderlijk is voor een geregelde schoolloopbaan, is dat veel kinderen onder druk blijven staan om een steentje bij te dragen aan het gezinsinkomen. Een deel van de kinderen op de schakelschool werkt nog steeds.

De elfjarige Reshma is een van hen, een meisje met vieze kleren aan en twee vrolijke staartjes op haar hoofd. Elke middag ná de HPTP-schakelschool - van twee tot vijf - zoekt ze het binnenplaatsje voor haar huis op. Dat huis heeft drie donkere bakstenen kamers. Buiten het ijzeren hek ligt de straat vol huishoudelijk afval. Het open riool loopt aan beide kanten van de weg. De lucht is zwanger van stofdeeltjes en ontelbaar zwarte vliegen. Hier zit Reshma dagelijks garen uit katoenen lappen te trekken.

Omdat mijn zus in een fabriek werkt, moest ik voortaan thuisblijven om voor de baby te zorgen

Meena Kumari (13 of 14)

Reshma’s oudere zus Sahiba, achttien, draagt een sjaal voor haar mond tegen het stof en de vliegen. Zij doet dit werk fulltime. Reshma’s jongere broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes werken ook na schooltijd mee. Volgens de wet mag dit gewoon: voor maximaal drie uur per dag helpen in een familiebedrijf, zolang dat het schoolwerk niet in de weg zit. Of dat laatste klopt, wordt uiteraard niet gecontroleerd door de overheid.

Voor Mahinoor, de dochter van Nizamuddin en Noorva die sinds juli naar school gaat, is de opening van de HPTP- schakelschool een kans die ze niet van plan is te laten lopen. Het is maar twee minuten lopen van haar huis. “Ik kan mijn eigen naam al lezen en schrijven”, zegt ze trots.

“Naaister”, zegt ze op de vraag wat ze na school zou willen worden. “Mijn moeder zegt dat als ik leer naaien, ik zelfstandig kan zijn.”

Na aandringen, durft Mahinoor ook haar eigen wens hardop uit te spreken. “Ik zou wel lerares willen worden… Maar mijn moeder weet niet of dat mogelijk is.”

4,35 miljoen kinderen

In de Indiase volkstelling van 2011 werden 4,35 miljoen kindarbeiders tussen de vijf en veertien jaar geteld, zo’n 1,7 procent van alle kinderen in die leeftijdsgroep. Dat was een behoorlijke daling ten opzichte van de 12,6 miljoen kindarbeiders in 1998.

Minderjarigen van vijftien tot achttien jaar mogen in principe werken in India. School is er alleen verplicht voor kinderen tot en met veertien jaar.

Kleding uit Nederland?

De afgeschreven kleding in Panipat komt uit alle werelddelen, maar waarvandaan precies? En komt er ook kleding uit Nederland?

“De keten van resttextiel is erg lang, ondoorzichtig en veranderlijk”, zegt Marianne Löwik van de Nederlandse sociale onderneming Sympany. Via gemeenten zamelt die gebruikte kleding en textiel in en die verkoopt ze door aan handelaren.

Van de opbrengsten steunt Sympany projecten in verschillende landen, zoals het Child Labour Free Zone-project van HPTP in Panipat.

Intussen probeert Sympany met hulp van onderzoeksbureau FFact de hele keten van ingezamelde gebruikte textiel in kaart te brengen.

Kinderen aan het woord

Nitin Kumar © Ruhina Kaur

‘Nu ik weer naar school ga, denk ik dat ik leraar wil worden’

Nitin Kumar (13)
Nitan: “Ik ben vorig jaar met school gestopt. Toen heb ik mijn vader geholpen in zijn sigarettenwinkeltje en ook heb ik een tijdje in een elektriciteitswinkel gewerkt. Ik kreeg niets betaald, maar ik leerde veel over elektriciteit en dat was leuk. Nu ik weer naar school ga, denk ik dat ik leraar wil worden.”
Silab Singh (56), zijn vader
“We zijn tien jaar geleden naar Panipat verhuisd. Mijn oom was al hier en hielp me aan een baan als busconducteur. Drie jaar geleden ben ik met gespaard geld een eigen winkeltje begonnen. Ik kan Nitins hulp goed gebruiken als ik niet in de winkel kan zitten. Maar we waren altijd van plan hem weer naar school te sturen. Alleen, na onze verhuizing was het toch al bijna zomervakantie. En er was gedoe met papierwerk. Nu hij naar school gaat, heeft hij een toekomst. Hij kan alles worden wat hij wil.”

Savita © Ruhani Kaur

‘Mijn baas was gemeen, ik moest smeken om mijn salaris’

Savita (15)
“Ik begon op mijn elfde met werken, nadat mijn moeder ziek werd. Ze had nierstenen en ik nam haar plaats in de fabriek in. Het was een kleine fabriek, met acht werknemers, voor het spinnen van garen. Ik heb er vier jaar gewerkt, van acht uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds, en ik verdiende 1500 roepies (18 euro -red.) per week. De baas was gemeen. Hij schold me uit wanneer ik te laat kwam en ik moest altijd smeken om mijn salaris. Toen de schakelschool opende, mocht ik van mijn moeder meteen gaan. Maar mijn vier oudere broers zijn het er niet mee eens. Ze beschuldigen me ervan een geheime affaire te hebben, daarom proberen ze mijn ouders over te halen mij snel uit te huwelijken, om een schandaal te voorkomen. Maar dat wil ik niet, want ik studeer juist heel hard. Ik leer nu naaien, ik droom van mijn eigen boetiek.”

Shekhar © Ruhani Kaur

‘Ik had geen ID-bewijs, daarom moest ik stoppen met school’

Shekhar (13)
“Ik ben vier jaar geleden met mijn ouders naar Panipat verhuisd. Mijn vader is metselaar, mijn moeder zit ziek thuis, ze heeft altijd buikpijn. We komen uit een dorp in Uttar Pradesh, in het oosten van India. In Panipat ging ik twee jaar naar een privéschool, maar toen zeiden ze dat we een Aadhaar-kaart, een ID-bewijs, moesten hebben. Dat hadden we niet, dus ben ik gestopt. Ik heb twee jaar lang in de meubelwinkel van mijn oom gewerkt. Ik ging elke dag daar werken, van acht uur ’s ochtends tot zes uur in de avond. Ik kreeg geen salaris, maar af en toe wat zakgeld: 20 of 30 roepies (25-35 eurocent - red.). Het was leuk om meubels te leren maken, maar ik ben blij dat ik nu weer naar school kan. Ik leer voor het eerst Hindi lezen en schrijven. Computerles vind ik het leukst. Later wil ik politieman worden. Daar heb je moed voor nodig.”

Meena © Ruhani Kaur

‘Ik verdien ongeveer 20 roepies per dag. Zo help ik mijn vader’

Meena Kumari (13 of 14)
“Nee, ik weet niet precies hoe oud ik ben. Ik ben tot de vijfde klas naar school gegaan. Maar ongeveer een jaar geleden moest ik daarmee stoppen, toen moest ik van school af, want mijn oudere zus kreeg een baby. Omdat mijn zus in een fabriek werkt, moest ik voortaan thuisblijven om voor de baby te zorgen. Haar schoonmoeder helpt ook mee met oppassen, dus in de middag heb ik wel tijd om te werken. Ik moet de blauwe draden scheiden van het witte katoen en daar krijg ik 2 roepies (2 eurocent - red.) per kilo voor betaald. Zo kan ik per dag wel ongeveer 20 roepies verdienen. Hiermee help ik mijn vader.”

Lees meer over kinderarbeid in ons dossier.

Lees ook:

Als de supermarkt een eerlijke prijs rekent, koop je dan nog thee of bananen?

Wat als je in de supermarkt een eerlijke prijs kon betalen voor je boodschappen? Zodat je niet profiteert van kinderarbeid als je een reep chocola koopt? En je je kop thee niet te danken hebt aan pesticiden?

Deel dit artikel

Als die kleine er niet was geweest, dan hadden we Mahinoor ook meegenomen naar de fabriek

Nizamuddin

Kin­der­rech­ten­ac­ti­vis­te Kiran Sharma gaat van deur tot deur om ervoor te zorgen dat alle kinderen naar school gaan

Volgens de wet mag dit gewoon: voor maximaal drie uur per dag helpen in een fa­mi­lie­be­drijf, zolang dat het schoolwerk niet in de weg zit

Omdat mijn zus in een fabriek werkt, moest ik voortaan thuisblijven om voor de baby te zorgen

Meena Kumari (13 of 14)