Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In netelige situaties biedt fantasie enige soelaas

Home

Rob Schouten

© Maartje Geels
Column

Zoals ik een maand geleden al meldde, staat mijn huis in de steigers.

De woningbouwvereniging heeft beslist dat de buitenkant gerestaureerd moet worden. Dat is nog steeds zo. Ik word elke ochtend tussen zeven en half acht gewekt door mannen die over mijn dak stampen om even later aan voor- of achterzijde de boor ter hand te nemen en het voegwerk eruit te drillen. En als ik in de keuken ontbijt, zie ik er een op een trapje op mijn balkon balanceren, terwijl hij op geschoolde wijze het houtwerk van een buitenkast losrukt.

Lees verder na de advertentie

Ik heb inmiddels verschillende detachementen langs zien trekken: steigeropbouwers, boorders, spuiters, schilders; terwijl ik onder de douche sta, hoor ik ze op luide toon Pools of Noord-Hollands met elkaar praten en deze column schrijf ik onder het toeziend oog van een man met een kapje voor zijn mond en een koptelefoon op, als ware ik een gevaarlijk monster dat slechts met de grootste omzichtigheid benaderd moet worden.

Het blijft iets zondigs hebben om andermans leed ten eigen bate in te zetten

De samenvatting van deze situatie luidt: overlast! En het einde is nog niet in zicht. Eind oktober, fluisteren ze, maar zeker is dat niet. Het enige wat erop zit, is mijn verbeelding in te zetten. Om het te doorstaan, speel ik dat het hier oorlog is en dat ik op een hachelijke plek aan het kamperen ben. Ooit logeerde ik ergens in Mali alwaar ik ’s nachts in het stikduister naar het secreet stommelend, respectievelijk een geit omver stiet en twee op de grond slapende mannen wakker schopte.

Klinkende hoofdprijs

Daar moet ik de laatste tijd vaak aan denken, het was vakantie, maar het voelde als oorlog. Nu doe ik of de steigers baileybruggetjes zijn, en de bouwvakkers soldaten, terwijl ik stoïcijns probeer door te werken alsof de wereld om mij heen er niet is. Ik voel me er licht schuldig over, alsof ik echte oorlogs- en noodsituaties misbruik – Sulawesi, Jemen –maar houd me dan weer voor dat het slechts fantasieën zijn. Ook komt de film ‘La vita è bella’ langs, waarin het omgekeerde gebeurt: de vader probeert in het concentratiekamp zijn zoontje wijs te maken dat de hele situatie een ingewikkeld spel is met als klinkende hoofdprijs een tank. 

Bij mij is de generator die de hele dag op straat staat te schuddebuiken die tank en bestaat het wapentuig uit beitels en schuurmachines. Op andere momenten verbeeld ik me in een Staatsloterij-commercial te zitten, waarin de lawaaiige mannen om mij heen eigenlijk bezig zijn op te stomen naar de hoofdprijs.

Wat ik maar wil zeggen, is dat fantasie enige soelaas biedt in netelige situaties. Zo heb je nog eens wat aan je jeugd, waarin je zwaaiend met houten zwaardjes vriendjes achtervolgde over de plankiers van de nieuwbouwwijk in wording. In zekere zin verjongt het restau­ratiewerk dus niet alleen mijn huis, maar ook mijzelf. Het blijft iets zondigs hebben om andermans leed ten eigen bate in te zetten.

Om boete te doen wens ik alle Soedanezen, ­Jemenieten en Sulawesiërs toe dat ze in Amsterdam Oud-Zuid komen wonen en kunnen zeuren over het beetje overlast dat een vertimmering van hun huis oplevert. Ook gratuit, besef ik, maar ik weet even niks beters.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Deel dit artikel

Het blijft iets zondigs hebben om andermans leed ten eigen bate in te zetten