Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In het toeval schuilt de geest

Home

Harm Visser

Op het biljart heersen de natuurwetten, voor de ballen is er geen ontsnappen aan. Op het niveau van elementaire deeltjes heerst het toeval en is het gedrag van het individuele deeltje onkenbaar. En in ons hoofd heerst het idee van de vrije wil, van de keuzevrijheid. De wetenschap slaagt er niet in die drie niveau's met elkaar in overeensteming te brengen, zegt biofysicus dr. J. Schins. Schins ziet een geestelijke oplossing.

De groeiende wetenschappelijke kennis op het gebied van evolutie en natuurkunde doet God, als verklaring voor het ontstaan van het leven, richting horizon verdwijnen. De thans gangbare opvatting onder wetenschappers is dat het leven zich geheel op eigen, zuiver materiële, kracht heeft kunnen ontwikkelen. Maar er zijn uitzonderingen, zoals de biofysicus dr. Juleon Schins, verbonden aan het Swammerdam Instituut voor Levenswetenschappen. In zijn onlangs verschenen boek 'Hoeveel geest kan de wetenschap verdragen?' verklaart Schins het materialisme failliet.

Dat er meer is dan alleen materie, was voor Schins een ervaringsfeit, namelijk dat hij vrijheid ervaart in een wereld die door deterministische natuurwetten wordt geregeerd. Schins: ,,Het heeft me als natuurkundige altijd verbaasd dat de natuurwetten zo'n ijzeren greep hebben op de materie. Je gooit tien keer een steen, en tien keer kun je met behulp van de natuurwetten precies voorspellen waar de steen terecht zal komen. En die natuurwetten zijn niet door Newton of Einstein bedacht, we zijn er gewoon achter gekomen dat ze bestaan en hoe ze werken. Toch heb ik niet het gevoel dat ik als mens al evenzeer door die natuurwetten word geregeerd. Ik ervaar namelijk vrijheid. En dan zeg ik: het kan niet zo zijn dat ik vrij ben, maar tegelijkertijd tot op mijn laatste elektron aan deterministische wetten gehoorzaam. Dan zouden al mijn reacties immers moeten vastliggen.''

Maar misschien bent u helemaal niet vrij in uw doen en laten. Want uw enige controle is uw eigen geest en dat is niet een erg betrouwbare instantie.

,,Dat is waar: ik kan niet zeker weten dat ik vrij ben. Ik kan het ook niet uit het gedrag van anderen afleiden. In die zin kunnen mensen robots zijn, of omgekeerd, kan ik niet uit het gedrag van een goed geprogrammeerde robot afleiden dat hij niet verantwoordelijk is voor zijn handelen. Ik kan het ook niet checken door de klok even terug te zetten om te zien of ik in die situatie weer precies hetzelfde zou doen of juist iets heel anders. Dus ik geef toe: ik heb het bij vrijheid over een beleving, over een subjectieve zekerheid en niet over een wetenschappelijk feit. En omdat het geen zin heeft iemand proberen te overtuigen met niet-wetenschappelijke argumenten, dacht ik: laat ik dan met wetenschappelijke argumenten proberen aan te tonen dat er vrijheid bestaat en dat die wel degelijk is zoals ik hem intuïtief aanvoel.''

In uw boek probeert u die vrijheid wetenschappelijk hard te maken door onder meer te stellen dat fundamentele deeltjes als fotonen en elektronen wier gedrag volgens quantumfysici door het zuivere toeval worden bepaald, keuzen maken. En dat die keuzen worden gemaakt door wat u 'geest' noemt. Dat lijkt een geest die als een duveltje uit een doosje komt.

,,Dat mag zo lijken, maar ik postuleer die geest -als een soort model- om te kijken of je een aantal zaken binnen dat model kunt brengen, waardoor je de zaak meer kloppend kunt maken. Dat is in de wetenschap een legitieme manier van werken. De andere manier is dat je iets uit iets anders afleidt; dit en dat zijn de feiten, dus moet er geest zijn. Maar ik heb voor deze manier gekozen. Uiteraard besef ik dat ik de mensen die een aversie hebben tegen alleen al het begrip geest niet zal overtuigen. Die zeggen: het kan sowieso niet waar zijn. Maar daar heb ik geen boodschap aan, want dat iets niet waar kán zijn, is geen wetenschappelijk argument.''

U noemt in uw boek het voorbeeld van glas: we kunnen er doorheen kijken, maar tegelijkertijd zien we ons erin gespiegeld. In het eerste geval gaan de lichtdeeltjes door het glas heen, in het tweede geval kaatsen ze terug naar het oog.

,,Precies. Het glas is te beschouwen als een soort zeef of rooster: sommige lichtdeeltjes gaan door de zeef heen, andere niet. Alleen: zo'n zeef of rooster is tot op heden niet gevonden. Terwijl men alle verschijnselen van lichtverstrooiïng die men kent al vijftig jaar bestudeert en met succes beschrijft. Maar, en daar gaat het mij om, de quantummechanica werkt uitsluitend met kansen -er is zoveel procent kans dat het foton door het glas heen vliegt- terwijl wij mensen de feiten meten: het foton is door het glas heen gevlogen, óf niet. Met andere woorden: wij meten geen kans. We meten slechts feiten en leiden daaruit de kans af dat iets wel of niet gebeurt. In de praktijk betekent dit dat we precies kunnen vertellen hoeveel fotonen door het glas heen zullen vliegen, maar niet hoe het komt dat één enkele foton dat wel of niet doet. Al die kansen zeggen dus niets over het gedrag van individuele deeltjes. Ik stel daarom de vraag: hoe komt het dat een deeltje de ene keer door het glas vliegt en de andere keer terugkaatst? Op die vraag heeft de quantummechanica geen antwoord.''

Quantumfysici zeggen dat er juist wel kansen worden gemeten en geen feiten.

,,Dat is waar, maar dat komt doordat ze onder de feiten uit willen; men dicht de kans de status van een realiteit toe, alsof een kans iets ís. Mij lijkt dat een filosofische blunder van de eerste orde. Ik bedoel: de realiteit kan alleen maar uit feiten bestaan en niet uit kansen. En een feit is: het foton is weerkaatst. Dat is wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Maar daarover kan de quantummechnica niets zeggen, sterker: daarover wil men niets te zeggen hebben.''

De quantummechanica zegt dat enkelvoudige gebeurtenissen worden bepaald door het zuivere toeval.

,,Ja, maar daarmee geef je aan dat je het niet weet. Want het blijft volkomen contra-intuïtief dat je wel precies kunt berekenen waar een afgeschoten kogel neer zal komen, maar dat dit niet lukt met een afgeschoten foton. Dan is het feit dat hij al dan niet door het glas heen zal vliegen, plotseling een gevolg zonder oorzaak. Waardoor de quantumfysica alleen maar kan zeggen dat als je hem een miljoen keer afschiet, hij vijfhonderdduizend keer door het glas heen zal gaan, en vijfhonderdduizend keer niet. Mijn uitgangspunt is echter dat ieder gevolg zijn oorzaak heeft. Daardoor kan er juist wetenschap worden bedreven.''

Kort en goed komt het er op neer dat u weigert aan te nemen dat er zuiver toeval bestaat.

,,Daar komt het op neer, ja. Niettemin gaat dat foton de ene keer door het glas heen, en de andere keer niet. Welnu: dit is dan ook het moment dat ik geest introduceer, als een aspect van de realiteit dat verantwoordelijk is voor de invulling van de keuzes die de natuurwetten openlaten. In feite maakt het me niet uit wat of wie geest is: hij kan in het foton zitten, maar het kunnen ook instanties zijn die van buitenaf de keuze bepalen.''

Waarom veronderstelt u geen onderliggende natuurwet die we nog niet kennen, zoals de fysicus 't Hooft doet, waarom meteen geest? Pas als we honderd procent zeker weten dat die natuurwet niet bestaat, ontstaat er wellicht ruimte voor andere mogelijkheden.

,,Sinds de quantummechanica bestaat, is er niet één quantumfysicus geweest die iets meer over dat foton heeft kunnen zeggen dan zou volgen uit de quantummechanica.''

Maar dat laat onverlet dat u zelf een keuze maakt: u postuleert een keuze makende geest in plaats van een vooralsnog onbekende natuurwet die het gedrag van individuele deeltjes bepaalt - er nog steeds van uitgaande dat zuiver toeval niet kán bestaan.

,,Laat ik zeggen dat ik niet volledig ontken dat zo'n natuurwet zou kunnen bestaan. Wel zeg ik dat ik de kans dat die bestaat, bijzonder klein acht, omdat er nog geen spoortje van is gevonden, terwijl de quantummechanica toch bepaald niet in de kinderschoenen staat.''

Ieder gevolg heeft zijn oorzaak, zegt u. Maar bent u dan niet een harde determinist - gebeurtenissen liggen van A tot Z vast, dus ook ons gedrag. Dat lijkt in tegenspraak met het idee van vrijheid of vrije wil.

,,Ik kan me voorstellen dat dit zo lijkt. Maar het punt is: ik zie oorzakelijkheid en determinisme niet als synoniem. Kijk, ik besta uiteindelijk uit elektronen die in mijn brein aanleiding zullen geven tot een stroompje die mijn arm in beweging zet. Vanuit de quantummechanica gezien zou er dan vijftig procent kans zijn dat mijn arm, bij wijze van spreken, naar links of naar rechts gaat en waarop ik dan geen vat zou hebben. Maar dat is in werkelijkheid niet zo. Als ik een boek pak, dan maakt mijn arm precies de goede beweging. Vandaar dat ik zeg dat er een principe nodig is dat een keuze maakt, waardoor ik dat boek kan grijpen. Welnu: als ik nu zélf dat principe ben én ik heb de mogelijkheid om uit een aantal opties te kiezen, dan ben ik dus vrij en zo voelt het ook.''

Maar als dat ík keuzen kan maken, wie of wat zorgt dáár dan weer voor, het ik in het ik? Een dergelijke redenering leidt toch tot een eindeloze regressie in oorzakelijkheden? ,,Die regressie zit er inderdaad in. Maar omdat dit wetenschappelijk nergens toe leidt moeten we die regressie ergens afbreken. Waar ik hem afbreek, daar postuleer ik God. God als de eerste oorzaak. Want alleen Hij is in staat oorzaak te zijn zonder zelf gevolg te zijn. Dat is ook precies het verschil tussen God en al het andere.''

Behalve dan dat je er een vooralsnog onbekende natuurwet tegenover kunt stellen die toeval uitsluit. En als die zou bestaan, dan zouden we dus in een strikt deterministische wereld blijken te leven.

,,Ja, maar dan moeten de wetten die een deterministische natuur voorschrijven ook ergens vandaan komen.''

Is dat nog een zinvolle redenering? Natuurlijk, uiteindelijk voert alles terug naar de oerknal. En van die oerknal kun je weer zeggen dat die door God is teweeggebracht.

,,Mij interesseert vooral de wet die de oerknal beschrijft. Die wordt namelijk niet door de oerknal veroorzaakt. De oerknal gehoorzaamt aan die wet. Dus moet die wet buiten de tijd staan en eeuwig zijn.''

Maar dan is er dus géén eerste oorzaak. Als die wet inderdaad eeuwig is dan pleit dat tegen het bestaan van God als eerste oorzaak. Anders gezegd: als God eeuwig is dan kan hij ook niet de eerste oorzaak zijn.

,,Dat vind ik wel een moeilijk punt ja: of de eeuwigheid van zo'n wet zijn eigen noodzaak bewijst? Intuïtief zeg ik van niet. Maar bewijzen kan ik het niet.''

Mag ik concluderen dat, hoe wetenschappelijk u uw betoog ook aankleedt, u uiteindelijk God als gaatjesvuller van de wetenschap gebruikt?

,,Zelf zie ik dat niet zo. Ik beroep me namelijk op een ander principe, daar waar de wetenschap zélf aangeeft niet verder te mogen gaan wil zij consistent blijven. Ik zeg niet: hier kan de wetenschap iets niet verklaren en in dat gaatje plaats ik dan God als verklaring. Dat heeft ook weinig zin, want meestal blijkt dat je God op een gegeven moment als verklaring weer overboord moet zetten, omdat de wetenschap toch in staat blijkt te zijn het onverklaarde te verklaren.''

Ooit komt ze wellicht met een verklaring voor het zuivere toeval.

,,Ik acht die kans heel, heel klein. Maar mocht het gebeuren, dan ben ik de eerste die zal erkennen dat ik ernaast heb gezeten.''

In uw boek wekt u de indruk dat het u niet uitmaakt of God nu wel of niet bestaat. Het lijkt u alleen om het betoog, de redenering te gaan. Dat die in het voordeel van God uitpakt, lijkt haast een bijkomstigheid. Maar bent u gelovig?

,,Ja, ik ben inderdaad gelovig. Maar daar gaat mijn boek niet over. Ik houd me strikt aan de wetenschappelijke feiten.''

Maar uw geloof is wél het uitgangspunt voor het schrijven van het boek geweest. Had u niet in de inleiding moeten schrijven: ik geloof en ik ga in dit boek laten zien dat ik daar goede redenen voor heb.

,,Misschien had ik dat in de inleiding moeten schrijven ja, want ik geef volmondig toe dat ik vanuit mijn geloof eerder op de ideeën zal komen die ik in mijn boek verwoord, dan iemand die niet gelooft, die zal er natuurlijk nooit geest bijhalen. Maar ik blijf volhouden dat ik op mijn redenering moet worden afgerekend, niet op mijn geloof. Trouwens: ik ben nog nooit een geloofskwestie tegengekomen die met de wetenschap botste. Ik geloof bijvoorbeeld dat Christus over het water heeft gelopen. Want noem mij één natuurwet die lopen over water volkómen uitsluit. In feite hebben we het hier ook over kans: de kans dat het je een keer lukt over het water te lopen is bijzonder klein. Maar níet nul.''

Deel dit artikel