Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Fukushima zijn burgers nog steeds bang voor straling in hun voedsel

Home

Bobbie van der List

Het burgerlaboratorium van Tarachine wordt gerund door twaalf vrouwen, die er voedsel en water testen. © Tanja Houwerzijl

Een groep vrouwen test in hun burgerlaboratorium voedsel op straling. Acht jaar na de ramp in Fukushima is er nog angst.

In het laboratorium van de organisatie Tarachine klinkt het geborrel van verhittingsprocessen, terwijl een aantal vrouwen testresultaten aflezen van een computerscherm. Ayumi Iida (33) heeft vandaag de leiding over vier amateurlaboranten. Ze kijkt toe hoe een van hen, gekleed in een witte doktersjas en haar mond verborgen achter een chirurgisch masker, fijngemalen shiitakes afweegt.

Lees verder na de advertentie

Alle vrouwen die in het lab werken - twaalf in totaal - doen het werk vrijwillig. “Iedere maand ontvangen we gemiddeld 120 tot 130 pakketjes met voedsel, drinkwater of grondstoffen van bezorgde burgers. Die controleren we voor twintig tot dertig euro per stuk op radioactieve stralingswaarden”, vertelt Iida.

Burgerlab

Het lab - de vrouwen noemen het zelf steevast een burgerlab - staat in de Japanse kuststad Iwaki, aan de rand van de prefectuur Fukushima. Vanuit het raam zie je de Stille Oceaan. Het is vandaag precies acht jaar geleden dat deze kuststrook het toneel was van wreed natuurgeweld: bij een zware aardbeving en daaropvolgende tsunami kwamen 16.000 mensen om het leven, vele dorpen aan de kustlijn werden met de grond gelijk gemaakt.

Hier is alleen schoongemaakt op schoolpleinen, en dat maar één keer. De overheid heeft onze bossen en bergen ook niet schoongemaakt.

Ayumi Iida

“Hier in Iwaki hadden we het geluk dat de tsunami niet zo ver landinwaarts kwam”, vertelt Iida. De ramp begon voor Iwaki pas echt toen bleek dat er in de nabijgelegen kerncentrale reactoren waren ontploft, waarbij radioactief materiaal vrijkwam. Alle dorpen binnen een straal van twintig kilometer van de kerncentrale werden ontruimd.

Die dorpen zijn inmiddels intensief schoongemaakt en voor alle dorpen geldt dat bewoners mogen terugkeren. Op zichzelf een positieve ontwikkeling, ware het niet dat steden die buiten de voormalige evacuatiezone liggen, niet in aanmerking kwamen voor een grondige schoonmaak.

Deze arbitrair getrokken grens is oneerlijk, vinden de vrouwen in Iwaki. “Hier is alleen schoongemaakt op schoolpleinen, en dat maar één keer. De overheid heeft onze bossen en bergen ook niet schoongemaakt”, aldus Iida. Zij is, met lotgenoten, bang dat wanneer het regent, water via besmette bossen naar beneden de tuinen instroomt.

Geigerteller

Wanneer Iida en haar dorpsgenoten hun huizen willen laten inspecteren op radioactiviteit, moet een gemeenteambtenaar met een geigerteller langskomen. Alleen als er meer dan 0.23 millisievert wordt gemeten - volgens de Japanse regering een acceptabele dosis - dan maakt de gemeente het huis schoon en wordt het land tot een meter diep afgegraven. “Naar alles beneden de 0.23 millisievert wordt niet omgekeken. Maar wat als de straling veel dieper in de grond zit, op vijf of zes meter?” vraagt Iida zich hardop af.

Als de overheid het niet doet dan doen we het zelf maar, dachten de vrouwen. “Niemand van ons wist ook maar iets af van radioactiviteit, maar door het volgen van intensieve trainingen door hoogleraren van goede universiteiten werden we steeds handiger”, vertelt Iida. Daarnaast kregen de vrouwen ook beter materiaal om mee te werken, waardoor zij steeds nauwkeuriger kunnen meten wat de exacte stralingsdosis in eten en grond is.

De 40-jarige Noriko Tanaka, die eveneens als vrijwilliger in het laboratorium werkt, kan zich de jaren van onzekerheid na de ramp goed voor de geest halen. “Ik was hoogzwanger toen de kerncentrale ontplofte. Samen met mijn familie evacueerde ik naar een veilig gebied. Na tien dagen keerden we alweer terug. Toen ik van mijn eerste kind beviel durfde ik haar geen borstvoeding te geven, wat als ik haar zou besmetten? Er was zo weinig informatie beschikbaar. Dus kocht ik maar babymelk in de supermarkt.”

Geen interesse

De grootste angst van Tanaka is dat uiteindelijk niemand meer interesse toont in de leefbaarheid van hun stad, en dat niemand kritisch kijkt naar de mogelijke gevaren van kernenergie. “Ik vrees voor de veiligheid van mijn kinderen als de huidige trend doorzet en steeds minder mensen ons helpen met het inspecteren van onze leefomgeving.”

Ai Kimura (39) heeft vandaag ook dienst als vrijwilliger. Ze is moeder van vier kinderen en roert zich in de discussie: “Mensen willen het er niet over hebben. Sommige vrouwen van de ngo hebben het er zelfs niet over met hun eigen man, of ze zijn gescheiden omdat ze niet langer samen kunnen leven. Mensen willen verder met hun leven, ze vinden ons maar gek.”

Kimura’s dochters vertellen dat vriendjes en vriendinnetjes alles mogen eten en drinken. “Al hun vriendjes gaan naar het strand, maar mijn kinderen mogen niet. Het is te gevaarlijk, iedere dag lekt er nog radioactief materiaal de zee in.”

Lees ook:

In Fukushima spelen de robots nu mikado met radioactief puin

Bij de zevende verjaardag van de ramp in Fukushima was energiedeskundige Wim Turkenburg, emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, voor het eerst op de plek des onheils. Aan Trouw vertelde hij wat hij daar aantrof.  

Deel dit artikel

Hier is alleen schoongemaakt op schoolpleinen, en dat maar één keer. De overheid heeft onze bossen en bergen ook niet schoongemaakt.

Ayumi Iida