Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In de gevarenzone: vrije wetenschap

Home

Marc van Dijk

© afp

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers de actualiteit. Elftalspelers Paul van Tongeren en Sabine Roeser maken zich zorgen over het academische klimaat in Nederland.

Terwijl de onderwijsinspectie deze week vaststelde dat de kwaliteit van het Nederlandse basis- en middelbaar onderwijs achteruit gaat, is het volgens twee filosofen uit het Filosofisch Elftal wachten op dergelijke rapporten over het universitaire onderwijs en onderzoek. Zelf hebben ze beiden een 'gelukkige uitzonderingspositie', maar ze kijken met grote zorgen om zich heen.

Sabine Roeser, hoogleraar ethiek en techniek in Twente en Delft, zegt dat de zogenoemde 'flexibilisering' van universiteitspersoneel, uiteindelijk funest is voor de kwaliteit van de wetenschap. "In NRC Handelsblad beklaagde historicus Niels Feitsma zich onlangs over de nadelen van flexwerk, waarbij bedrijven werknemers uitsluitend tijdelijke contracten geven. De flexwerker is een soort wegwerpmedewerker. Feitsma stelt dat flexwerk veel verborgen nadelen heeft, zoals structurele verspilling van ervaring en gebrek aan betrokkenheid en kritische geest onder werknemers. Elk woord van kritiek kan immers leiden tot verlies van het tijdelijke dienstverband.

"Feitsma baseert zijn bedenkingen op zijn werkervaring in een magazijn. Maar tot mijn afgrijzen moet ik vaststellen dat op universiteiten hetzelfde probleem speelt. Onder druk van jarenlange bezuinigingen op wetenschappelijk onderzoek en onderwijs door de overheid verworden universiteiten tot bedrijven met een productieproces vol nare uitwassen. Een koers die in het bedrijfsleven al dubieus is, wordt toegepast in een wereld waar hij per definitie niet geschikt voor is. Met desastreuze gevolgen voor het wetenschappelijke klimaat."

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen en Leuven, herkent het probleem: "Op alle universiteiten die ik ken, is dezelfde tendens te zien; steeds meer onderzoek wordt gedaan door tijdelijke mensen: promovendi en postdocs. Dat is uitbuiting van die tijdelijke contractanten, zij kunnen zich niet ontwikkelen tot allround-geleerden, maar worden gedwongen om superspecialist te worden. Voortdurend op zoek naar een volgend contract.

Voor de senioren met een vaste aanstelling, waaronder vooral hoogleraren, betekent het dat ze zelf geen onderzoek meer kunnen doen; zij moeten hun tijd besteden aan het 'acquireren van onderzoeksgelden'."

'Bedrijfsleven dicteert'
Roeser: "Het aantal studenten en de kwantitatieve eisen ten aanzien van publicaties zijn alleen maar toegenomen, het aantal personeelsleden is niet meegegroeid - integendeel. Deze prestatiedruk speelt ook een rol bij de fraudekwesties die de laatste tijd aan het licht kwamen.

"Wat doet het met mensen als de diepgang in het werk zo onder druk staat? Die kun je niet zomaar ad hoc oproepen. Bij wetenschappers is dat nog sterker zo dan in bedrijfstakken waarin het efficiency-denken is uitgevonden. Door al die tijdelijke contracten raak je echte continuïteit kwijt. En die is bij uitstek nodig voor wetenschap. Het onderzoek wordt nu gedaan door de minst ervaren krachten, de 'wegwerpmedewerkers'.

"De positie van de wegwerpwetenschappers zou Marx uitbuiting noemen. De mens wordt als een productieschakel gezien, in plaats van als een persoon die je moet respecteren, waar je ruimte voor moet geven. Je kunt ze alles vragen, want ze zijn uiterst kwetsbaar. En als je ze niet meer nodig hebt, zet je ze evengoed op straat. Universiteiten worden gedwongen tot dit soort methodes, door de financiële beknelling die de overheid ze oplegt. Maar wetenschap is geen wegwerpproduct. Een zoektocht naar waarheid en inzicht verdraagt zich hier niet mee.

"De regering heeft besloten om een groot deel van het budget voor fundamenteel onderzoek over te hevelen naar de zogenoemde 'topsectoren', zoals water, tuinbouw en energie. Een verknoping van bedrijfsleven en wetenschap. Het bedrijfsleven dicteert zo in feite welk onderzoek er moet komen."

Dubieus
Van Tongeren: "Ik sprak een tijdje terug een Amerikaanse universiteitsbestuurder. Hij zei dat zijn taak heel overzichtelijk was: hij moest elke dag een miljoen aan fondsen werven, zodat het jaarbudget van 350 miljoen gehaald werd. Dat klinkt misschien best aardig: de bestuurder zorgt voor geld, de wetenschappers kunnen hun gang gaan. Maar in werkelijkheid kleven aan dat binnengehaalde geld natuurlijk allerlei belangen, en heft de vrije wetenschap zichzelf op deze manier op."

Roeser: "Natuurlijk is het prima om toegepast onderzoek te doen. Maar als dat ten koste gaat van geld dat bestemd is voor fundamenteel onderzoek, dan is dat dubieus. Het is een bewuste lijn van deze regering: wetenschap is research en development, die toevallig niet door een consultant gedaan wordt, maar aan een universiteit."

Van Tongeren: "Als de regering zou zeggen: er mag alleen nog een bepaald type kunst gemaakt worden, dan zou dat snel weggehoond worden. Maar als de overheid een bepaald type wetenschap voorschrijft, doet ze eigenlijk precies hetzelfde. Alleen lijkt het minder vreemd, omdat het heel redelijk klinkt dat onderzoek 'nuttig' en 'toegepast' moet zijn."

Efficiency-denken
Roeser: "Je zou bijna vergeten dat wetenschap veel meer is dan dat. Veel innovatieve ontwikkelingen ontstaan juist door nutteloze wetenschap. Alfa- en gammawetenschappen komen trouwens al helemaal niet voor in die zogenoemde topsectoren. Ik denk dat techniekethici de enige alpha-wetenschappers zijn die nog een beetje mee kunnen praten."

Van Tongeren: "Er zijn meer wetenschappers dan ooit, en geen samenleving kan duizenden kunstenaars en 'nutteloze' wetenschappers betaald zomaar vrijuit hun gang laten gaan. Maar de criteria op grond waarvan er geselecteerd wordt, deugen niet.

"Dat hangt samen met de achterliggende 'filosofie': het efficiency-denken. Er is op zichzelf niets tegen efficiency; wie zou er tegen kunnen zijn om dat wat je doet zo efficiënt mogelijk te doen? Het probleem is alleen dat je nog niet weet wát je moet doen, als je alleen maar weet dat je het efficiënt moet doen.

"Efficiency is een instrumentele categorie, geen doelcategorie. De vraag is dus wat het doel van wetenschap is. Hier ligt de kern: wetenschap heeft in principe geen ander doel dan 'wetenschap'. Dat betekent niet dat ze niet óók nuttig kan zijn, maar dat is uiteindelijk secundair. Hetzelfde geldt voor kunst.

"In onze hyper-utilitaire cultuur kunnen we die intrinsieke nutteloosheid moeilijk verdragen, dus gaan we doelen verzinnen. Tegelijkertijd weten we ook niet goed wat die doelen dan moeten zijn. Dus nemen we ofwel de onmiddellijke behoeften als doel (de gezondheid, de kosten van de zorg, het behoud van duurzaamheid), ofwel: geld. Geld is het doel voor iedereen die geen doel heeft."

Deel dit artikel