Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In clubhuizen van Schilderswijk zijn de bijbelverhalen verstomd

Home

Cokky van Limpt

Kerkelijk club- en buurthuiswerk raakte na jaren van naoorlogse bloei eind jaren tachtig volledig geseculariseerd. Overheid en politiek maakten voortaan de dienst uit, de kerkelijke besturen verdwenen. Toch viert de van oorsprong gereformeerde Stichting Jeugdwerk 's Gravenhage-Oost volgende week haar 50-jarig bestaan. Van 'Jezusverhalen' en avondsluitingen is geen sprake meer in de nu vooral door allochtonen bezochte clubhuizen. Maar nog altijd zijn er kerkleden uit de regio betrokken bij De Jeugdhaven, SamSam en Samson.

Kort na de Tweede Wereldoorlog, in de tijd van wederopbouw en herstel van (christelijke) normen en waarden, waren het de protestantse en rooms-katholieke kerken die zich met missionair elan ontfermden over de 'onmaatschappelijke' jeugd en hun gezinnen. In de volkswijken van de grote steden, in industriegebieden en in regio's met een hoge werkloosheid kwam het door de kerken bestierde en door de overheid -gedeeltelijk en later volledig- gesubsidieerde clubhuiswerk tot bloei.

In de binnensteden van Amsterdam, Leiden, Den Haag, Rotterdam en Dordrecht ontstond onder meer het 'Jeugdhaven'-werk. Deze Jeugdhavens waren evangelisatie-voorposten van de gevestigde gereformeerde kerken en stelden zich ten doel minderbedeelde kinderen uit de volksbuurten meer kansen te bieden. Het was een tijd van tomeloos idealisme. Talloze kerkelijke vrijwilligers wijdden zich aan de verheffing des volks, met het evangelie in de hand.

In Den Haag 'zond' de gereformeerde kerk van Den Haag-Oost (Benoordenhout en Archipelbuurt) ds F.E. Hoekstra 'uit', om als evangelisatiepredikant het Jeugdhavenwerk op te zetten. Jachtgebied was de Schilderswijk en het centrum. Met giften en de opbrengst van zilverpapier, melkdoppen en oude kranten kon al gauw het Jeugdhaven-pand worden aangeschaft aan de Prinsegracht 67A. Tot op de dag van vandaag zijn de Stichting Jeugdwerk en clubhuis De Jeugdhaven op dit adres gevestigd.

In deze Jeugdhaven, gelegen aan de rand van de Schilderswijk, werd vooral gewerkt met volwassenen -de 'moederclubs'- maar ook middenin de wijk kreeg het werk stevig voet aan de grond, met kinder- en tieneractiviteiten en kaartclubs voor de mannen.

Als uitgezondene door de gereformeerde kerk, was voor ds Hoekstra, predikant-voorzitter van het stichtingsbestuur, evangelieverkondiging een hoeksteen van het werk. In de kinderclubs vertelden de vrijwilligers en de beroepskrachten bijbelverhalen en in de moederclubs werden avondsluitingen gehouden. Maar daarbij bleef het niet. Hoewel veel Schilderswijkers door slechte ervaringen vijandig tegenover de kerk stonden, hadden zij groot respect voor Hoekstra. Bij hem wilden ze wel in de kerk zitten. Zo ontstond de 'pros-parochie' Modern, genoemd naar een feestzaal in de Van Ostadestraat, met eerst maandelijks, later wekelijks een dienst. In de beginperiode, de jaren vijftig, trommelde de leiding 's zondagsmorgens met deksels de buurtbewoners op voor de dienst.

Aanvankelijk konden in Modern geen 'officiële' kerkdiensten plaatsvinden. De Haagse classis stond dat pas in 1965 toe. De 'samenkomsten met dominee' werden echte kerkdiensten en vanaf dat moment kon er belijdenis worden gedaan, gedoopt en avondmaal gevierd. Onder leiding van mevrouw Hoekstra, de echtgenote van de dominee, borduurden de leidsters van de moederclubs avondmaalskleden en bij potterij Zaalberg werd een aardewerken avondmaalsstel besteld - een wijnkan en een hele serie kleine bekertjes, voor het geval mevrouw X niet uit dezelfde beker zou willen drinken als mevrouw Y...

Die kerkdiensten waren een belevenis, herinnert E. Noordanus, vormingsleidster uit die jaren, zich. ,,Mensen gingen tijdens de dienst naar de wc. De een nam haar hondje mee naar Modern, de ander een kanarie, die altijd meezong met de zegen. Een moeder van een groot gezin werd tijdens de dienst door andere moeders geholpen met haar verstelwerk.'' Stap voor stap wijdde ds Hoekstra de Modern-bezoekers in de rituelen in. Voordat hij de zegen gaf of een kind doopte, legde hij eerst de betekenis uit. Zo werd ook de eerste avondmaalsdienst, in 1968, voorafgegaan door een voorbereidingsdienst met een agapè -liefdemaaltijd zoals die in de vroeg-christelijke kerk wel werd gehouden. Tachtig volwassenen en vijftig kinderen namen deel aan deze broodmaaltijd, waar zij vragen konden stellen en discussiëren. Hoekstra vond de wekelijkse kerkdienst zo belangrijk, dat hij erop stond die door te zetten in de gezinskampen die elke zomer werden georganiseerd.

Hij reisde persoonlijk af naar de Veluwe, waar de kampleiding met de handen in het haar zat. Noordanus: ,,In ons eerste gezinskamp realiseerden we ons niet dat we in feite de Schilderswijk verplaatsten naar de bossen van Garderen. 's Avonds hingen er rode lampjes aan de huisjes en werd er flink 'stuivertje gewisseld'. En overdag deden de mannen wat zij in de vakantie thuis gewend waren: bier drinken. Die eerste zondag was het ook nog eens bloedheet en toen Hoekstra arriveerde voor de dienst, waren ze met z'n allen laveloos. Hoekstra was nijdig, maar de dienst ging door, mét collecte.''

Intussen werd het clubhuiswerk midden jaren zestig steeds professioneler. Er deden nu ook sociaal-cultureel werkers hun intrede. En de gemeente, die de clubhuizen inmiddels volledig subsidieerde, eiste een ombuiging van evangelisatorisch naar professioneel vormingswerk. Ds Hoekstra wist zich nog enige tijd te onttrekken aan dit nieuwe regiem; hij loddste zelfs nog tot tweemaal toe een kandidaat-predikant binnen.

Ds Wim Verbaan, inmiddels met emeritaat, werd in 1965 als pastoraal werker, maar naar de gemeente gepresenteerd als vormingsleider om het mannenwerk in De Jeugdhaven op te zetten. Zijn hoofdtaak bestond uit het afleggen van huisbezoeken aan buurtbewoners van wie Hoekstra vermoedde dat ze wel zouden openstaan voor een pastoraal gesprek. Ook leidde hij gesprekskringen in de moederclubs en verzorgde hij lezingen-met-dia's over 'de bijbel: wat is dat voor een boek?'.

,,Voor mijn eerste huisbezoek moest ik naar Stien O., een omvangrijke prostituee in ruste. Ik had geen idee wat er van mij werd verwacht, maar O. wist er wel raad mee. 'Jij bent dat jonge domineetje hè? Jou kan ik wel vertrouwen. Als je nu eerst m'n bril zoekt, die is op de grond gevallen. En ga nu ook even op de wc-pot staan om m'n geld te pakken. Dat zit in een plastic zak in de stortbak.' Ik voelde me hoogst opgelaten, maar nu zou je zeggen: een prima pastoraal bezoek.''

De vormingsleiders en maatschappelijk werkers waren niet erg gecharmeerd van deze pastorale bemoeienis met hún cliëntèle. De doelen van de professionele hulpverlening en de evangelisatorische doelen van de kerk gaven ook in de concrete werksituatie steeds meer frictie.

Een van de eerste professionele werkers was Boudewijn Tiggelman. In 1966 trad hij in dienst. Hij zat op de urgentie-opleiding van de sociale academie Rotterdam en werkte twee dagen per week als jeugdleider in De Jeugdhoek. ,,Als kind was ik al bekend met het werk van de stichting. Ds Hoekstra was onze wijkpredikant en ik volgde catechisatie bij hem. Ik herinner me nog dat we tegen kerstmis op de fiets naar de Schilderswijk moesten, om de arme kindertjes daar cadeautjes te brengen. Toen ik als jeugdleider was aangesteld, werd er van me verwacht dat ik in elke club eerst een bijbelverhaal zou vertellen -eerst luisteren, dan timmeren. Dat was moeilijk. De kinderen schreeuwden, gilden, zaten grappen te maken. Meestal koos ik een verhaal over een stoere figuur, zoals Simson. Maar dát was toch geen evangelisatiewerk, vonden de kerkelijke vrijwilligers.''

Met kerstmis speelden de kinderen van De Jeugdhoek altijd het kerstverhaal na. Inmiddels was Wim Verbaan opgevolgd door ds Klaas Wigboldus, tegenwoordig predikant in Voorburg en lid van het dagelijks bestuur van de gereformeerde synode. Wigboldus speelde erg goed piano en Tiggelman vroeg hem het spel en de kerstliedjes te begeleiden. En zo geschiedde. ,,Totdat de herdertjes op de deur klopten om het kindje Jezus te bezoeken, waarop 'Jozef' antwoordde: 'aan de deur wordt niet gekocht!' Wigboldus sloeg met een klap de piano dicht, onder het uitroepen 'hier kan ik als theoloog geen kant mee op'.'' Overigens maakte Wigboldus zich ook verdienstelijk in de moederkampen waar hij, gehuld in een nachtjapon en met een pruik op, na de avondsluiting mopjes ten beste gaf op een gehuurd orgeltje.

In de loop van de jaren zeventig is de band tussen kerk en clubhuiswerk steeds dunner geworden. De clubhuiswerkers veranderden maar de kerk veranderde niet mee. Joop Simonse zegt het treffend in zijn boek 'De teloorgang van het kerkelijk clubhuiswerk': ,,De kerk zond wel werkers, maar niet zichzelf. Zij bleef op haar plaats, bij de middenklasse, binnen de dominante cultuur.''

Een navrant voorbeeld daarvan: een jonge vrouw, die belijdenis had gedaan in Modern, werd de toegang tot het avondmaal geweigerd in een 'gewone' gereformeerde kerk, omdat de ouderling haar gezicht niet kende en zij haar attestatie (belijdenisbewijs) niet bij zich had.

Herkerstening maakte plaats voor emancipatie. In de Schilderswijk vonden nog meer ingrijpende veranderingen plaats. Met de grootscheepse sanering trokken veel van de oude (blanke) Schilderswijkers weg. De intimiteit en het sociale verband van weleer was verdwenen. Ook Modern werd afgebroken. Wat nog restte van de Modern-gemeente verhuisde naar de Lucaskapel, aan de rand van de wijk.

De meeste kerkelijke stichtingen voor club-en buurthuiswerk werden opgeheven en hun huizen gingen op in grote welzijnsorganisaties. Dat de Stichting Jeugdwerk 's Gravenhage-Oost nog steeds bestaat en alle mogelijke gemeentelijke reorganisaties van het werk heeft overleefd, mag een wonder heten. De activiteiten in haar drie huidige clubhuizen lijken overigens in niets meer op vroeger, zoals ook de Schilderswijk onherkenbaar veranderd is. Van de huidige bezoekers van SamSam en Samson is 95 procent allochtoon.

Bij de overwegend Turkse en Marokkaanse kinderclubs hoeven Robert van der Vlerk, coördinator sinds 1979, en zijn beroepskrachten allang niet meer aan te komen met een kerstverhaal. Hoewel? Van der Vlerk: ,,Met kerst organiseren we altijd een feestelijke maaltijd voor de kinderen. Het is traditie dat ik dan een verhaal vertel. Vorig jaar koos ik voor 'Het meisje met de zwavelstokjes'. Komt er na afloop een Turks meisje op mij af en dat zegt: 'mees, vertel je de volgende keer weer over Jozef en Maria? Dat vind ik toch veel mooier'.''

In de inhoud van het werk is allang niets meer terug te vinden van de eens zo sterke invloed van de kerk. ,,Integendeel,'' zegt Tiggelman, tegenwoordig welzijnsambtenaar in Leidschendam én lid van het bestuur van de stichting waarbij hij in 1966 in dienst kwam. ,,Nu zijn wij het zelf die proberen weer contact te leggen met de kerken om zo het draagvlak voor ons werk te verbreden.'' Toch is in het bestuur van de stichting de 'goede oude tijd' nog vertegenwoordigd. In Tiggelman, maar ook in ir. L. Hoekstra, zoon van de predikant-oprichter, en in mevr. G.H. Bekking, die in de jaren zestig en zeventig een van de moederclubs uit de Schilderswijk begeleidde.

Deel dit artikel