Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Berlijn werd Besnyö geboren als fotografe

Home

kunstredactie

AMSTERDAM - 'Een vrouw die iets geweldigs tot stand heeft gebracht, dat trok me aan'. Dat zei fotografe Eva Besnyö in 1985 in Opzij, toen het blad haar de Annie Romeinprijs toekende. Die vrouw was Marie Curie; een boek over Curie's leven was een van de weinige die Besnyö in 1930 meenam toen ze Hongarije verliet. Gisteren overleed ze, 93 jaar oud, in het Rosa Spier Huis in Laren.

Begin dit jaar richtte de Hongaars-Nederlandse fotografe haar laatste tentoonstelling in. Eerst in het FOAM (het fotomuseum in Amsterdam dat zij samen met collega wijlen Paul Huf stichtten) en later in het Rosa Spier Huis, woon- en werkcentrum voor oudere kunstenaars en wetenschappers, waar ze in 2001 kwam wonen. Daar waren haar beste foto's te zien, haar belangrijkste werken; Besnyö had ze zelf uitgekozen. Veel van de foto's die daar hingen, stamden uit haar Berlijnse periode (1930-1932). ,,Toen was ik nog vrij'', zei ze daar zelf over. ,,Ik kon doen wat ik wilde. Daarna kwam Hitler. Toen was het op.''

De oorlog stopte haar niet, maar veranderde wel haar mening over fotografie. ,,De vorm was voor mij primair. Daar ben ik van teruggekomen.'' Over foto's van de vernietiging in Rotterdam door de Duitse bombardementen zei ze: ,,Daar schaam ik me nu nog voor. Want het waren prachtige foto's en over verwoestingen hoor je geen prachtige foto's te maken.''

Besnyö werd op 29 april 1910 in Boedapest geboren. Op 20-jarige leeftijd verlaat ze Hongarije en gaat op aanraden van de reclame- en portretfotograaf Jozsef Pécsi -haar eerste leermeester- naar Berlijn. In Berlijn ontwikkelde Besnyö haar eigen beeldtaal, die aansloot bij de aan de Bauhaus-beweging verwante Nieuwe Fotografie: composities met veel diagonalen, opvallende camerastandpunten en een spel met schaduw en licht.

Het politieke klimaat in Berlijn verslechterde snel door de opkomst van de nazi's en de Joodse Besnyö besloot om met haar vriend, de filmer John Fernhout, naar Nederland te gaan. Daar trouwde ze hem en kwam via haar schoonmoeder Charley Toorop in contact met Joris Ivens, Menno ter Braak, Emmy Andriesse en de hele Nederlandse avant-garde uit die periode. In de oorlog dook ze eerst onder, maar wist zich later te 'ariseren' en nam zelfs deel aan het verzet.

Na de oorlog nam Besnyö afscheid van de nadrukkelijke compositie en de constructivistische lijnen en perspectieven en ontwikkelde zich tot een bewogen 'sociale fotograaf'. Ze maakte veel portretten van de wederopbouw, van gewone mensen, van de Watersnoodramp en vooral van de opkomst van de vrouwenbeweging Dolle Mina.

In 1936 organiseerde zij in Amsterdam de expositie DOOD (De Olympiade Onder Dictatuur), een protest tegen de Spelen onder nazi-vlag in Berlijn. ,,Dat is een van de dingen waar ik om herinnerd wil worden'', zei ze later. Maar velen zullen bij haar naam denken aan die foto van het zigeunerjongetje aan het Balatonmeer met die enorme cello op zijn rug.

Deel dit artikel