Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Bangladesh zijn de vluchtelingenkampen overvol

Home

Ate Hoekstra

Rohingya vluchtelingen zitten buiten hun schuilplaats op een heuvel in de buurt van Cox's Bazar. © REUTERS

Een man en een vrouw raken met elkaar in gevecht als onduidelijk is aan wie een toegeworpen hulppakket toekomt. Ze horen bij de menigte vluchtelingen die zich verdringt bij een vrachtwagen van waaruit hulpverleners hen witgrijze zakken met hulpmiddelen toegooien. 

Mensen schreeuwen en mensen duwen. Abdul Azzam kijkt zorgelijk toe. “Het is verschrikkelijk. Dit kamp kan al die mensen helemaal niet aan”, klaagt hij.

Lees verder na de advertentie

Azzam, een kleine man met een dikke, zwarte baard, ontvluchtte de Burmese deelstaat Rakhine een jaar geleden. Dat was ruim voordat de exodus van vluchtende Rohingya’s op gang kwam. In Cox’s Bazar, een Bengaals district op de grens met Burma, puilen alle vluchtelingenkampen uit.

In minder dan drie weken zijn er naar schatting 370.000 Rohingya moslims van Burma naar Bangladesh gekomen. Ze zijn op de vlucht voor het Burmese leger, dat bezig is met een nietsontziende vergeldingsactie tegen de Rohingya, nadat op 25 augustus militanten de politie aanvielen. In de weken voordat de exodus op gang kwam bood Bangladesh al onderdak aan ongeveer 400.000 Rohingya’s.

Onze huizen zijn te klein en we hebben niet genoeg eten

Sabbir Ahammed

Bijna allemaal komen ze naar Cox’s Bazar, waar de kampen al overbelast waren met Rohingya die in de afgelopen jaren naar Bangladesh vluchtten om te ontsnappen aan de onderdrukking door Burma’s boeddhistische meerderheid.

In het tien jaar geleden geopende Leda Kamp zitten alle hutten en huizen vol. Door de hoofdstraat van het kamp beweegt zich een continue stroom aan mensen: jong en oud, groot en klein, zwak en sterk. Voor de exodus woonden hier al zeker 50.000 vluchtelingen.  Sinds het begin van de vergeldingsacties, waarbij al zeker vierhonderd doden vielen, is dat aantal enorm gestegen.

“De meeste mensen die hier nu naartoe komen, hebben hier familie wonen”, vertelt Sabbir Ahammed, een Rohingya die al tien jaar in het kamp woont. “We kunnen hen niet weigeren. Maar dit kamp is helemaal niet klaar voor zoveel mensen. Onze huizen zijn te klein en we hebben niet genoeg eten.”

Groepjes mensen langs de weg

In een uitgestrekt gebied van Cox’s Bazar zitten overal groepjes mensen langs de kant van de weg te wachten op hulp. Onder hen veel moeders met kleine kinderen, maar ook stokoude vrouwen die amper nog kunnen lopen. Ze staren met hongerige en vermoeide gezichten naar ieder voertuig dat voorbijkomt, in de hoop dat er iemand stopt om hen te helpen.

Elders bouwen in sarongs geklede mannen nieuwe schuilplaatsen. Eenvoudige tenten zijn het, gemaakt van bamboestokken en plastic zeilen. Ongeschikt om voor lange tijd in te wonen, maar ze bieden in ieder geval voor het moment bescherming tegen wind en regen.

Zodra het in Rakhine veilig is, keren wij terug

Sabbir Ahammed

Tijdens een bezoek aan de kampen riep de Bengaalse premier buurland Burma gisteren op het geweld te stoppen en veiligheidszones in te stellen zodat de vluchtelingen terug kunnen keren. De oproep komt kort nadat Zeid Ra’ad al-Hussein, hoge commissaris van de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de vervolging van de Rohingya’s een ‘schoolvoorbeeld van etnische zuivering’ noemde.

In het Leda Kamp hopen de vluchtelingen dat het conflict spoedig voorgoed wordt opgelost. “Hier zijn we zeker van onze veiligheid, maar dat is ook het enige wat Bangladesh ons biedt”, zegt Sabbir Ahammed. “Zodra het in Rakhine veilig is, keren wij terug.”

‘Hoezo zijn wij indringers?’

Sayedul Bashar (in het midden met het blauw-grijze overhemd) en zijn familie. © Ate Hoekstra

Ergens tussen Rakhine en Bangladesh is vader Sayedul Bashar zijn schoenen kwijtgeraakt. Zijn kleren en die van de rest van zijn familie zijn vuil. In hun ogen schuilt een diepe vermoeidheid. Nu rusten Bashar en zijn gezin uit aan de kant van de weg. Twee lange dagen moesten ze lopen om weg te komen van het Burmese leger, dat in de deelstaat Rakhine Rohingya-moslims zoals zij aan het verdrijven is.

Deze islamitische minderheid woont al generaties in Burma, maar wordt door de boeddhistische meerderheid gezien als indringer uit Bangladesh en moet volgens hen verdreven worden. Bashar begrijpt daar niets van. “Hoezo zijn wij indringers? Mijn vader en mijn grootvader zijn beiden in het dorp geboren waar ik mijn hele leven heb ­gewoond. Mijn vader was hoofd van een school.”

De 43-jarige Bashar, basisschoolleraar, wijst naar het pad dat door de rijstvelden loopt en achter een rij bomen verdwijnt. Ergens achter die bomen ligt de Naf-rivier. Aan de ­andere zijde van die rivier ligt Rakhine. “Dat pad is de enige route die nog open is om weg te komen uit Burma”, zegt Bashar. “Alle andere routes naar Bangladesh zijn door het Burmese leger geblokkeerd.”

Een paar weken geleden laaide het geweld in Rakhine op. Bashar zat er middenin. De vader van zes kinderen doet zijn verhaal in Cox’s Bazar, een Bengaals district vlakbij de grens met Burma. Het is de plek waar de afgelopen weken honderdduizenden Rohingya naartoe zijn gevlucht. Weg uit Rakhine.

“Het geweld was enorm heftig. We zagen hoe het leger mannen vermoordde en hoorden hoe ze de vrouwen verkrachtten die achterbleven. Wij bleven aanvankelijk buiten schot. Ik wilde ook niet vertrekken. Ik hoopte daarom dat het na verloop van tijd weer kalm zou worden.”

Die kalmte kwam niet. De militairen bleven rondhangen bij zijn dorp, Kaziabat. “Vorige week kwamen een paar soldaten naar ons toe. Ze zeiden dat we ons geen zorgen hoefden te maken en dat we niet weg hoefden. Maar een dag later brandden ze een dorp verderop plat. Toen vreesden we voor het ergste. De dag daarop staken de soldaten ons huis in brand. Er bleef niets overeind.” Van de tweehonderd families die in het dorp woonden zagen er meer dan 130 hun huizen in vlammen opgaan. Allemaal waren ze ­Rohingya.

Gouden beker

Als leraar komt Bashar uit een welgestelde Rohingya-familie. Nu ze op de vlucht zijn, is van die welvaart niets meer over. Een paar tassen met kleding en kostbaarheden is alles wat de familie kon meenemen.

Bashar’s zoon graait in één van de tassen en haalt een goudkleurige ­beker tevoorschijn. Die kreeg zijn zus onlangs omdat ze op school de hoogste cijfers haalde. De familie was zo trots dat ze de beker onmogelijk achter konden laten.

Er is ook wel opluchting. In Cox’s ­Bazar zijn ze in ieder geval veilig. Bashar: “Het is alsof ik verlost ben van honderd stenen die in mijn maag lagen.” Vrij van zorgen is hij echter niet. Een moeder en schoonvader zijn achtergebleven in Rakhine, in een ander dorp dan Bashar moest ontvluchten. “Ik ga proberen hen hier naartoe te halen.”

Suu Kyi niet naar VN-vergadering

De leider van Burma, Aung San Suu Kyi, gaat niet naar de Algemene Vergadering van de VN vanwege de crisis in haar land. Dat heeft haar kantoor woensdag verklaard. De 72e Algemene vergadering van de VN opende gisteren en vergadert vandaag achter gesloten deuren over de situatie in Burma.

Burma en Suu Kyi kregen internationaal kritiek vanwege etnisch geweld tegen Rohingya. De crisis is het grootste probleem tot nu toe sinds Nobelprijswinnaar Suu Kyi regeringsleider in het land werd. Volgens de VN moet er snel veel geld worden uitgetrokken voor de opvang van de mensenmassa in Bangladesh.

Lees ook: Bisschop Tutu schrijft Aung San Suu Kyi: 'Spreek je uit voor de Rohingya'

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Onze huizen zijn te klein en we hebben niet genoeg eten

Sabbir Ahammed

Zodra het in Rakhine veilig is, keren wij terug

Sabbir Ahammed