Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In 1883 wel parlementaire enquête over het spoor

Home

Een parlementaire enquête over de Betuwelijn kwam er niet. Ook voor een diepgaand onderzoek naar het Fyra-debacle is voorlopig geen meerderheid te vinden. Zo'n 130 jaar geleden hield de Tweede Kamer al wel een enquête over het spoor.

Treinen bestellen in Italië? De parlementaire enquêtecommissie die in 1883 verslag deed van haar bevindingen over het Nederlandse spoor, had dat geen goed idee gevonden. Materieel moest bij voorkeur in Nederland worden besteld, meenden de Kamerleden. Koopt eigen waar.

Dat kon in die jaren ook. Nederland kende meerdere fabrikanten. Tegenover het station van Haarlem, eindpunt van de eerste treinrit in de Nederlandse geschiedenis in 1839, zat bijvoorbeeld Beijnes. Het ontstond als een samenwerking tussen de gelijknamige broers, timmerman en smid. Aanvankelijk legden ze zich toe op de wagenbouw, maar het echte succes kwam toen ze zich meer specialiseerden in rijtuigen voor rails.

De parlementaire enquête ging over veel meer dan materieel alleen. De Tweede Kamer zag wat er in voorgaande jaren gebeurd was: "In de tweede helft van de negentiende eeuw heeft het met stoomkracht gedreven verkeer langs ijzeren spoorwegen, waarvan de aanvang der eeuw nog zelfs niet droomde, in de geheele beschaafde wereld een omvang en gewigt verkregen, die alleen met de reusachtige uitbreiding van het net der banen zelve kunnen worden vergeleken."

In België, en sinds de eenwording ook in Duitsland, zorgde de regering voor een behoorlijke regie. Nederland liet veel over aan particulier initiatief. Het had een sterk verbrokkeld netwerk opgeleverd met de nodige manco's. Meer sturing was noodzakelijk. Maar hoe moest dat? Zowel 'dralen' als 'overijld handelen' konden het economisch belang schaden. Nederland industrialiseerde in rap tempo. Voor gedegen besluiten ontbrak bovendien overzicht.

De enquête probeerde daar verandering in te brengen. De negenkoppige commissie stond onder leiding van de Zeeuwse liberaal Tak van Poortvliet. Die kende de dossiers goed, want hij was kort daarvoor nog enkele jaren minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid geweest. De parlementariërs verhoorden deskundigen uit binnen- en buitenland. Van de aanpak elders kon immers ook geleerd worden. Door internationale vergelijking kon bovendien het peil van het Nederlandse spoor op waarde worden geschat. Zo bleek de globale prijs per kilometer (vijf cent voor de eerste klasse, vier cent voor de tweede en tweeënhalve cent voor de derde) goed voor een positie als Europese middenmoter. Groot-Brittannië en Frankrijk rekenden minder, Duitsland en België meer.

De achthonderd pagina's verslag maakten verder duidelijk dat de kwaliteit van het vrachtvervoer nogal eens te wensen overliet. Waar bedierf onderweg of kwam beschadigd op de plaats van bestemming aan. Niet elke spoorwegbeambte verstond zijn vak even goed. De Kamerleden pleitten voor meer scholing. En het moest afgelopen zijn met personeel dat naast hun baan nog eigen handeltjes dreef. Het gebruik van alcoholische dranken door spoorwegbeambten onderweg en tijdens stops, tot dan toe niet ongebruikelijk, moest voortaan helemaal uit den boze zijn.

Met de aansluitingen op spoor in de buurlanden vielen nog slagen te maken. De Nederlandse havensteden dreigden anders de slag te verliezen van concurrenten in Noord-Duitsland.

De voornaamste conclusie van de enquête was dat de exploitatie van het spoor tot maximaal drie partijen beperkt moest worden. De regering nam dit advies niet direct ter harte, maar werd geholpen door de marktontwikkelingen. Rond 1890 waren er nog twee grote spelers over: de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij en de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen. Het Rijk legde inmiddels alle spoorlijnen aan. De overheid ontving daarvoor huur en deelde in de winst van de bedrijven. Vanaf 1917 werkten de twee ondernemingen op sommige vlakken samen onder de noemer Nederlandsche Spoorwegen. In 1938 kwam het tot een fusie.

Deel dit artikel