Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

IK WACHT OP DE ONTMASKERING

Home

Peter Henk Steenhuis

,,Als je al mijn films door een citroenpers zou halen, houd je een vloeistof over met een bepaalde kleur, een mengsel met een licht melancholieke, naar zoet neigende smaak, niet te bitter en zeker niet alcoholhoudend. Die smaak ben ik.' De regisseur Frans Weisz levert zelfkritiek: ,, Ik ben jong en veelbelovend, ik hunker ernaar dat te zijn.''

'We waren nog geen minuut bezig, toen zei Ischa: 'Waarom ben je met deze onzin begonnen? Waarom maak je nou niet eens één keer iets wat met jezelf te maken heeft?''

,,Dat gesprek met Ischa Meijer vond meer dan vijfentwintig jaar geleden plaats, maar ik herinner het me nog precies. Het was in Valkenburg, we waren bezig met 'Heb medelij, Jet'. Verschrikkelijk, ik was zo ongelukkig toen we die maakten. En toen kwam die typische Ischa Meijer-aanval.

Ik antwoordde: 'Ischa, ik heb niet het idee dat er zich in mijn leven iets heeft afgespeeld wat de moeite van het vertellen waard is, laat staan dat iemand er zijn deur voor zou moeten uitkomen om er in de bioscoop naar te gaan kijken.' Dat eerste gesprek duurde een kwartier, toen moest er weer gedraaid worden. Daarna hebben we twee dagen gepraat, zonder dat er nog iets wezenlijks aan werd toegevoegd.''

,,Het kan geen toeval zijn dat dit gesprek nu begint met Ischa Meijer: ik wil een film over hem maken. Ik heb een optie genomen op 'Geheel de uwe' van Connie Palmen. Het moet geen biografisch verhaal worden, die gedachte heeft Palmen me wel uit het hoofd gepraat. Ook zij heeft in haar boek Ischa al vervreemd: hij heet anders, hij heeft andere tics, maar het blijft onmiskenbaar Ischa.''

,,Dit idee is een van de projecten die ik op het moment onder handen heb. Ik ben op een punt in mijn leven aangekomen dat ik - nee, 'balans opmaken' klinkt te afwachtend, ik ben nu 64 en als je weet dat ik zo'n twee, drie jaar over een film doe, dan is het vrij makkelijk uit te rekenen hoeveel films ik nog kan maken, ook al gun ik mijzelf 120 jaar.''

,,Een variant op de vraag van Ischa is: waarom kom je altijd weer op boeken van anderen uit? Ook dat is me vaak gevraagd. In een volgend leven wil ik leren schrijven, ik merk dat ik het mis. Maar ik zou een leven lang nodig hebben om op te schrijven wat ik zou willen schrijven. En dan moet alles nog verfilmd worden, want dat schrijven zou zonder meer in dienst moeten staan van de film. Wat zou je ooit nog eens willen worden? Die vraag beantwoord ik altijd met: dirigent, choreo-graaf of weer regisseur. Mijn leven is gebaseerd op samenwerken.''

,,Toch, bij elke film, steeds weer, vertel ik ook wel iets van mijn eigen verhaal. Mijn zoon, Géza, vroeg mij eens wat nu de rode draad is in mijn films. Inderdaad, ze zijn zo uiteenlopend dat het onmogelijk lijkt er een lijn in te ontdekken. Hier in mijn kamer heb ik de affiches van de films aan de muur hangen: 'Rooie Sien' naast 'Charlotte', daar, op de deur, 'Hoogste tijd', en daar 'Bij nader inzien', 'Havinck', 'Leedvermaak', 'Qui vive', 'De vrouw van het Noorden' - ze zijn me allemaal lief, maar waarin ze overeenkomen?''

,,Ik heb mijn zoon geantwoord: 'Als je al mijn films door een citroenpers zou halen, houd je een vloeistof over met een bepaalde kleur, een mengsel met een licht melancholieke, naar zoet neigende smaak, niet te bitter en zeker niet alcoholhoudend. Die smaak ben ik.' Dat is veel te demagogisch gezegd, maar toch, wie door al die films heen kijkt, ziet oningevulde verlangens, dromen, die veel over mijn eigen bestaan vertellen, en die ook bijna allemaal op een of andere manier te maken hebben met het verglijden van de tijd.''

,,Een van de projecten waarop ik mijn zinnen heb gezet, is het derde deel van 'Leedvermaak'. Van alles wat ik gemaakt heb, komen deze films - 'Leedvermaak', 'Qui vive', en hopelijk straks het derde deel: 'Isaac' - het dichtst in de buurt van mijn eigen verhaal. Logisch, het zijn joodse familiedrama's waarin het oorlogsverleden een grote rol speelt. De personages komen bovendien uit een wereld die mij bekend is - ik ben opgegroeid in een joods jongenstehuis. En ook de moederfiguur, Ada, zij wordt in 'Leedvermaak' en 'Qui vive' gespeeld door Kitty Courbois, doet mij denken aan mijn eigen moeder, die mij nooit iets verteld heeft over haar kampervaringen.''

,,Toen Ischa Meijer mij interviewde, waren deze films nog niet gemaakt. Ik kon hem dus ook niet vertellen dat mijn werk ook over mijzelf gaat. Maar toen ik eens iets vergelijkbaars zei, riep hij uit: 'Houd toch eens op de Donald Duck van de Holocaust te spelen'.''

,,Ik heb veel aan dat interview met Ischa te danken. Op het moment van die confrontatie zei ik niks belangwekkends te vertellen te hebben. Klopt, maar tegelijkertijd dacht ik: 'Ik wil 'Charlotte' maken'. Ik wilde een film maken over de Berlijnse kunstenares Charlotte Salomon, die in 1943 in Auschwitz werd vermoord en haar leven in meer dan 1000 tekeningen en gouaches had vastgelegd.''

,,Als mijn zoon een video van 'Charlotte' aan een vriendje laat zien, heb ik de neiging te blijven kijken, terwijl ik bij mijn andere films meteen de kamer uitloop. Die film vertelt me nog steeds iets dat me ontroert en verrast. Bij de andere films herken ik alleen maar 'de fouten'.''

,,Bij het maken van 'Charlotte' ben ik voor het eerst een logboek gaan bijhouden. Niet zozeer om op te schrijven welke scène we op welk moment hebben opgenomen, nee, dat logboek was meer een houvast, een manier om het leed te bezweren. Die film was een groot gevecht tegen mijzelf. Ik wilde over mijn eigen schaduw heen springen - dat heb ik mijn hele leven willen doen.''

,,Ik lijd aan het Salieri-complex. Dat ken je niet? Volgens mij lijdt iedereen daar op enigerlei wijze aan. Een van de meest fascinerende films die ik ooit heb gezien is 'Amadeus' van Milos Forman. Het verhaal van de film wordt verteld door de hofcomponist Salieri, die zijn leven lang verscheurd is geweest tussen bewondering en diepe jaloezie voor Mozarts talent. Het sterkst komt deze jaloezie naar voren als Salieri met een partituur van Mozart in handen staat, een maagdelijke partituur zonder doorhaling of correctie. De zoveelste versie, denkt Salieri. 'Nee', verzekert Mozarts vrouw: 'Het is het origineel'. Wij zijn er in wezen van overtuigd een Mozart te zijn, en gaandeweg ons leven kijken we genoeg in de spiegel om te ontdekken dat we meer van Salieri weg hebben.''

,,Is dat zelfkritiek, zelfkennis, zelfhaat? Als ik aan het werk ben, heb ik altijd het idee dat wat ik maak weinig voorstelt. De eerste de beste reclamespot die ik zie is een meesterwerk, zeker vergeleken bij mijn gepruts. Het enige wat ik kan doen, is hopen op een wonder.''

,,De laatste jaren laat ik een vroege montage van een film aan enkele anderen zien, vooral om mijn eigen hartenklop te horen. Zodra ik anderen mijn film zie bekijken, kijk ik met hun ogen: dit is saai, te lang, hierin moet geknipt worden. Ik zit maar te schrijven wat er niet goed is; die logboeken staan vol zelfmedelijden. Dan gaat het licht aan, iemand draait zich om en zegt: 'Dat wordt goed, het wordt mooi'. Hoe kan dat nou, ik heb alleen maar ellende voorbij zien komen? Dat is het begin van het wonder.''

,,Kijk, daar rechts van die affiches, daar hangt een van de eerste tekeningen van mijn zoon. Prachtig. Dat heb ik hem destijds ook gezegd, toen hij er trots mee thuis kwam. Het gevoel wat een kind dan heeft, als zijn vader hem complimenteert, dat gevoel maakt ons. Ik wist natuurlijk best dat mijn zoon waarschijnlijk geen Rembrandt is. Toch bezorg ik hem een fantastisch gevoel. Toen er later meer tekeningen bijkwamen, zagen we de vooruitgang. Denk nu niet dat mijn zoon schilder wil worden, ik bedoel dat creativiteit, die in aanzet nog volmaakt 'onschuldig' en authentiek is, door liefde en waardering tot een wezenlijke ontwikkeling kan leiden. Een film is voor mij nog steeds het thuiskomen met een zelfgemaakte tekening, die door je liefhebbende vader of moeder vervolgens 'trots wordt opgehangen, voor iedereen zichtbaar'!''

,,Op een gegeven moment breidt die lof zich uit. Komt er een vreemde binnen, die opmerkt: 'Mooie tekening hangt daar.' Dat is het begin van succes. Maar ook het begin van de faalangst, de zelfhaat, want hoezeer men je werk ook looft, zelf weet je dat het niet in het Rijksmuseum thuishoort, of, in mijn geval, dat het geen goede film is. Althans niet zo goed als ik zou kunnen maken, zoals dat jochie weet dat hij over een paar jaar een betere tekening zal kunnen maken. Daarom heb ik nog steeds het gevoel aan het begin te staan van mijn loopbaan.''

,,Ik heb vaak gedacht dat mijn lengte, 1 meter 58, mij tegen veel beschermd heeft, zelfs tegen slechte recensies. 'Ach, een Paul Verhoeven'. zo redeneert men, 'die kan wel tegen een stootje. Maar Frans Weisz, en dan ook nog z'n hele familie verloren, laten we een beetje aardig voor hem zijn.' Die bescherming is over, men begint mij stevig te kritiseren. Heel lang ben ik de jonge en veelbelovende regisseur geweest. Toen ik tegen de vijftig liep, liet men 'jong' steeds vaker vallen. Nu ben ik ook niet meer veelbelovend. 'De oude rot', zo bestempelt men mij tegenwoordig. Dat schrijft vast lekker weg, maar zo'n etiket is gruwelijk, onacceptabel, het diploma van oude rot heb ik nooit ontvangen. Ik ben jong en veelbelovend, ik hunker ernaar dat te zijn.''

,,Aan de andere kant: ik wacht mijn hele leven ook op de ontmaskering, bij de eerste woorden van kritiek denk ik: hij heeft gelijk. 99 Hoera's wegen niet op tegen één boe, want die ene criticaster heeft mij door. Ik kan mij nauwelijks een goede recensie herinneren, geen schouderklop, geen opbeurende woorden, maar iemand die zich na de première net te snel omdraait, om me niet aan te hoeven kijken en uit de verte een 'mooi' te hoeven mimen of een duim-opsteekgebaar te hoeven maken, die blijf ik me herinneren.''

,,Daarom zit ik tijdens premières vaak niet in de zaal, maar loop ik buiten of in de vestibule. Ooit hoop ik de kracht te hebben zelfs niet meer in de buurt van het theater te vertoeven, maar nu is m'n nieuwsgierigheid én ijdelheid nog te groot. Ik ben bang dat mijn negatieve uitstraling de film doet breken, maar tegelijkertijd hoop ik op het wonder, hoop ik erop dat men mij na afloop van de film naar binnen sleept en op de schouders naar het podium draagt.''

,,Zelfkritiek, zelfmedelijden - hoe authentiek zijn die gevoelens? Ken je de uitdrukking: 'Nicht beschriehen!' 'Nicht berufen!' Een joodse uitroep in de hoop het lot te bezweren. Niet zeggen, niet roepen, afkloppen. Dat ik niet bij zo'n première durf te zijn, is ook heel lang zo'n bezweringsritueel geweest. Ik mag dan wel weten dat de film niet goed is, maar als ik niets zeg, niets roep, ziet men het hopelijk niet.''

,,Wanneer een Amerikaan mij vraagt: 'How is your picture?', moet ik niet antwoorden met: 'Kijk maar, er zitten misschien wel een paar aardige beelden in'. Na zo'n opmerking doet een Amerikaan de luiken dicht. Waarom naar de bioscoop gaan als de maker het zelf al niet fantastisch vindt? Ik moet antwoorden: 'Mijn film? Hij is geweldig, waarschijnlijk het beste dat ik ooit gemaakt heb.' Een Amerikaan weet nu dat er misschien wel een paar aardige beelden in zitten.''

,,Zo'n gesprek is een ritueel. Net zoals mijn terugtrekkende bewegingen deel uitmaakten van een ritueel. Mijn zelfrelativerende opmerkingen waren ooit niet meer dan koket gedrag, in de hoop dat men verontwaardigd zou reageren: 'Wat? Een paar aardige beelden? Die film is een meesterwerk.' Die bezweringsrituelen hebben zich in de loop der jaren tot een wezenskenmerk ontwikkeld, je zou zelfs kunnen zeggen: tot authentiek gedrag, zoals er een wond ontstaat als je maar lang genoeg over één plek wrijft.''

Deel dit artikel