Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik schrijf op wat Jezus echt bewoog

Home

Emiel Hakkenes

Al jaren is Paul Verhoeven, regisseur van Soldaat van Oranje, Basic Instinct en RoboCop, gefascineerd door Jezus. Morgen verschijnt het boek dat hij over hem schreef. „Maria is niet door de heilige geest bezwangerd, want dat kan niet.”

Oorspronkelijk wilde Paul Verhoevens uitgever op de omslag van het boek ’Jezus van Nazaret’ een afbeelding van Jezus met een kruis. „Dat wilde ik niet”, zegt Verhoeven (1938). „Want mijn boek gaat over de mens Jezus, die bepaald geen doetje was. Daarom staat nu een ets van Rembrandt op de voorkant, van Jezus die de handelaren uit de tempel drijft.”

Jezus als onderwerp ligt gevoelig. Bent u voorbereid op de reacties?

„Ach, ik heb wel het een en ander achter de rug met de films die ik heb gemaakt. Ja, misschien maakt een boek over Jezus wel meer indruk, maar de meeste mensen zijn volgens mij geïnteresseerder in films dan in Jezus. Ik moet de eerste nog tegenkomen die het evangelie kent. Nou ja, ds. Carel ter Linden ofzo. Die kent het wel. Maar ik ken het evangelie beter dan de meeste mensen. Misschien is dit een goede inleiding. En dan kunnen ze het meteen op de goede manier lezen.”

In uw boek betoogt u dat veel gangbare bijbelinterpretaties historisch gezien twijfelachtig zijn. Maar uw alternatief lijkt soms provocerend bedoeld. Bijvoorbeeld dat Jezus niet uit de maagd Maria zou zijn geboren, maar verwekt is door een Romeinse soldaat die haar verkrachtte.

„Ik zeg niet dát dat zo is, maar het lijkt me heel waarschijnlijk. Het is een betere verklaring dan een bevruchting door de heilige geest. En provocerend? Een waarheid achterhalen die verdoezeld is, dat is al snel provocerend. Het zou minder omstreden zijn als ik stelde dat Jezus gewoon door Jozef was verwekt, maar daar geloof ik niet in. Misschien is die heilige geest er wel bij verzonnen om aan te sluiten bij de Griekse mythologie waarin mensen met bijzondere capaciteiten door God zijn verwekt. Raar is het in ieder geval. En hoe het ook is gegaan, Maria is niet door de heilige geest bezwangerd, want dat kan niet.”

Alles wat u zich niet kunt voorstellen, kan volgens u niet gebeurd zijn. Is dat niet al te gemakkelijk gedacht?

„Misschien is het wel kinderachtig, ja. Maar ik vind het wel helpfull. Als ik het me niet kan voorstellen, is het denk ik echt niet waar. Hoe kan je nou over water lopen? Dat kan toch helemaal niet? En ik heb genoeg voorstellingsvermogen. Daarom maak ik films, nietwaar? Ik kan Jezus in een film ook wel over water laten lopen, maar dan moet ik wel allerlei digitale effecten uithalen. Ik geloof alleen in wat zonder trucs tot stand kan komen. Trouwens, waarom zou die man in godsnaam over dat water gaan lopen? Wat is daar de functie van? None! Ik snap niet dat je je dáár druk om maakt.”

Ik maak me er niet druk om. U neemt in uw boek de moeite het te verwerpen.

„Er is bij dat water heus wel íets gebeurd. Dat verhaal heeft een functie. Volgens mij wil de evangelist hiermee beweren dat Jezus de zoon van God is, of God zelf, en dus alles kan.”

Als jongeman kwam u eens terecht bij een pinkstergemeente. Uw ’mentale weerbaarheid’ won toen van de extase, waarna u naar eigen zeggen de deur naar godsdienst dichtgooide. Bent u bang voor het bovennatuurlijke?

„Die deur heb ik later wel weer geopend. Dat zit al in mijn film ’Spetters’. Hoofdpersoon Rien is door een motorongeluk verlamd geraakt, en zijn gelovige vriendin Maja neemt hem mee naar een pinkstergemeente. De prediker legt zijn hand op Riens hoofd en verzoekt de heilige geest neer te dalen. Als Rien zich tot halverwege uit zijn rolstoel heeft opgedrukt, wint zijn mentale weerstand het van de extase. Daarna valt hij terug in zijn rolstoel. Ik wil daarmee duidelijk maken dat bidden niet helpt, je kunt beter zelf de handen uit de mouwen steken.

Mijn onderzoek naar Jezus is ook een terugkeer naar de godsdienst. Maar ik blijf wel in de werkelijkheid. Niet dat ik bang ben voor wat ik niet kan beredeneren, maar in die pinksterextase werd ik bijna psychotisch. Daar moet ik dus mee oppassen. Daarom beperkt mijn fascinatie zich tot de historische Jezus. In een bovennatuurlijke Jezus geloof ik niet. Maar hoor eens, ik lig hier toch niet op de divan?”

Wat fascineert u zo aan de figuur van Jezus?

„Jezus is ingebed in onze cultuur. Je wordt er mee opgevoed. Het kruis zie je overal. Dat vind ik trouwens heel merkwaardig: dat misschien wel het belangrijkste culturele fenomeen van de westerse beschaving wordt gesymboliseerd door een marteling. Dat tekent de mensen. Blijkbaar beleven ze plezier aan die kruisiging.”

Voor christenen is het kruis geen luguber, maar een troostrijk symbool. Het drukt voor hen uit dat Jezus voor de zonden van de mensen stierf en opstond uit de dood.

„Het staat voor wat het is. Het blijft een kruis, ook al hecht je daar een verheven betekenis aan.”

Zo kun je ieder symbool van zijn waarde ontdoen.

„Ik zeg gewoon wat ik zie. Ik zie een marteling. Als je de opstanding wilt uitdrukken, moet je dat anders doen. Al zou ik niet weten hoe. Rembrandt heeft het wel geprobeerd, maar dat is ook niet echt gelukt. Misschien heeft de evangelist Marcus wel de beste oplossing gekozen door er maar helemaal niets over te zeggen.”

U analyseert in uw boek grondig de evangelieteksten, vergelijkt ze met andere bronnen. Wat beoogt u daarmee?

„De waarheid.”

De waarheid?

„Of noem het ’de werkelijkheid’. Het is mijn poging om erachter te komen wat daar tweeduizend jaar geleden is gezegd en gedaan. Waar stond Jezus voor, wat predikte hij? Hij verkondigde Gods koninkrijk, en dacht dat dat al begonnen was, omdat hij ’in Gods naam’ mensen kon genezen. Het leek me goed een keer op te schrijven wat Jezus nu echt dacht.”

Wat u dénkt dat hij dacht.

„Ja, natuurlijk. Alles wat ik opschrijf is wat ik denk. Maar Jezus dacht écht dat Gods koninkrijk al gekomen was. Of heb jij soms een betere interpretatie?”

Blijkbaar vond u het noodzakelijk om met dit boek*

„Er is niets noodzakelijk. Dat ik leef is ook niet noodzakelijk.”

*uw afwijkende interpretatie van de evangeliën te verkondigen. Voor wie is dat volgens u interessant?

„Misschien wel voor niemand. Ik geef in dit boek verslag van wat ik denk ontdekt te hebben. Je vraagt een historicus toch ook niet waarom hij een boek schrijft?”

Is het uw bedoeling dat mensen ophouden te geloven in de gangbare interpretatie van Jezus’ levensverhaal?

„Staat dat soms in mijn boek?”

Nee. Maar daarom kan dat nog wel uw doel zijn.

„Dat is het niet. Dat moeten mensen helemaal zelf weten. Ik geef dingen aan die ik leuk, interessant, anders vind. En anders zal het zeker zijn, want ik ben een ander soort mens dan er normaal in de kerk rondloopt. Mensen mogen het boek zo wegleggen als het ze niet aanstaat. En als jij zo doorgaat, beginnen ze er waarschijnlijk niet eens aan.”

Wat vindt u van mensen die geloven dat de Bijbel van kaft tot kaft Gods woord is?

„Dat is onzin. Ze zien dat echt verkeerd. Het is toch door mensen geschreven? Dat is duidelijk te zien aan alle redactie die er heeft plaatsgevonden. Als je daar niet aan wilt, kun je net zo goed in het creationisme geloven. Dat staat ook loodrecht op alles wat wetenschappelijk aantoonbaar is.”

U schrijft aan het eind van uw boek dat als mensen de ethiek van Jezus zouden volgen de ’clash of civilizations’ minder dodelijk kan zijn.

„Die ethiek, zoals Jezus die vooral verkondigt in zijn parabels, vind ik de moeite waard. Voor mij was Jezus een heel begaafde man, maar zijn ethiek is tegenwoordig bijna weggevallen. Want zeg nou zelf: dat het lam bij de leeuw ligt, daar zijn we toch nog lang niet aan toe?”

Zou het de meeste gewone gelovigen ook niet te doen zijn om die ethiek, in plaats van over de vraag of Jezus echt over water liep?

„Als dat zo is, fijn. Dan vinden ze in mijn boek een bevestiging. Maar ik geloof niet dat iemand het interessant vindt of Jezus over het water liep, want dat is zulke onzin dat je er niet eens over hoeft te praten. Maar misschien dat mensen die het christendom verlaten hebben, door dit boek zullen denken: misschien zit er tóch wel wat in, in die ethiek van Jezus. Dat is niet per se mijn opzet, maar als het zo mocht zijn: prima.”

Deel dit artikel