Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik hoef geen bloemen, ook niet op mijn kist

Home

Erik Jan Harmens

Erik Jan Harmens © Jörgen Caris
Column

Als ik doodga, met de nadruk op doodga, niet op als, maar als het dus eenmaal zover is, dan hoef ik geen bloemen op mijn kist. Ik hou er niet van. 

Wel van bloemen in het veld, maar niet als boeket. Voor mij zijn ze dood, de bloemen, de teler heeft ze van het leven beroofd. Een slachter doet dat ook, bij dieren. Ik eet geen vlees, om dezelfde reden waarom ik niet van bloemen hou. Voor mij is wat achter het cellofaan ligt gestorven en ik hou meer van wat leeft: bloemen in de wind, koeien in de wei. Ik hou in principe ook van telers en slachters, maar dan als ze niet werken, in hun vrije tijd.

Lees verder na de advertentie

Ik drink al vier jaar niet meer en heb over mijn geheelonthouding het nodige gepubliceerd, maar toch krijg ik als ik ergens optreed soms nog wijn als bedankje. Die gaat dan in een kast bij de andere flessen en komt weer tevoorschijn als ik visite heb of een etentje. Als ik een bloemetje krijg schenk ik het onderweg naar mijn auto aan een wildvreemde: “Alsjeblieft!” Ik verraste eens een vuilnisman, die wierp het boeket bij wijze van beroepsdeformatie direct in de laadbak. Ook moest ik een keer rennen, omdat de verkering van de ontvangende partij niet van mijn gebaar gediend was.

Als ik een boeket krijg, schenk ik het aan een wildvreemde

Soms vind ik het zo’n gek idee dat ik, net als een bloem of een koe, ooit doodga. De mensen die ik heb zien doodgaan leken zich nog ergens aan te willen vasthouden, zoals die wolf uit de tekenfilm ‘Road Runner’, die het ravijn al is ingerend maar nog met zijn handen wappert en met zijn benen trappelt. De stervenden konden niet meer terug, maar waren ook nog niet dood. Ze keken mij aan, alsof ze hoopten dat ik een haak bij me had, zoals vroeger bij zwemles, waarmee ik ze terug het leven in kon trekken. Het enige wat ik nog kon doen was simpele dingen zeggen, zoals: “Het is goed.” Wát er precies goed was bleef onduidelijk, maar het leek me beter om iets te zeggen.

Als iemand ligt opgebaard ben ik bang dat ie alsnog gaat bewegen. Alleen een vinger. Niemand ziet het, behalve ik. Ik zal eraan denken als de kist de vlammen in gaat of onder de aarde verdwijnt. Ik zal er niks over zeggen, want een dode kan niet bewegen. Wel in je hoofd, maar niet in het echt.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens schrijft over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. 

Lees ook zijn eerdere columns voor Trouw:

Mijn gedachten zijn vaker donker dan licht

Van de leesstoel naar het café

Mijn hoofd is als een overgelopen ligbad

Deel dit artikel

Als ik een boeket krijg, schenk ik het aan een wildvreemde