Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Iemand die kennis vermeerdert, vermeerdert smart

Home

Willem Breedveld

Zoals vaker in Nederland: een taboe wordt ter discussie gesteld, dan volgt een fase van soms hoog oplopende politieke strijd, niet zelden met als uitkomst dat het oorspronkelijke taboe plaats maakt voor een min of meer gelegaliseerde praktijk. Zo verwierven softdrugs hun gedoogstatus en sneuvelde het bordeelverbod. En zo ook verschoven de grenzen in vraagstukken van leven en dood. Onder strikte voorwaarden is abortus en euthanasie in Nederland toegestaan.

Vanwege dit automatisme begrijp ik heel goed waarom mijn collega Gerbert van Loenen zich zorgen maakt over het gemak waarmee tegenwoordig oordelen geveld worden over het al dan niet onwaardige leven van anderen. Wat vroeger een taboe was, de onaantastbaarheid van het leven, dat van jezelf, maar ook van anderen, wordt indringend ter discussie gesteld en komt volgens hem onherroepelijk de grens in zicht dat sommige mensen ’uitgestoten worden uit de mensengemeenschap’, zoals hij zaterdag in Letter & Geest betoogde. Samengevat in de gedachte: ’Hij had beter dood kunnen zijn’, tevens de titel van het boek dat hij over dit onderwerp schreef.

De adjunct-hoofdredacteur weet waarover hij praat. Hij kreeg het gewraakte zinnetje dikwijls te horen over zijn partner die in 1996 blijvend hersenletsel opliep. Hij stierf bijna 10 jaar later. Dat waren zware jaren, maar zeker zo waardevol als daarvoor, aldus Van Loenen. Maar juist daarom bleef het oordeel dat zijn vriend beter dood had kunnen zijn hem indringend bij. Is dat snelle oordeel, vraagt hij zich af, misschien een gevolg van de euthanasiewetgeving? Die nodigt mensen immers uit om te spreken over de eigen dood, inclusief de vraag of de dood in sommige gevallen te verkiezen is boven het leven en dat kan weer tot gevolg hebben dat ze ook over anderen oordelen dat die beter dood hadden kunnen zijn.

De vraag die Van Loenen aan de orde stelt is, of met de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht (voor sommigen zelfs tot en met de pil van Drion), onherroepelijk ook de beschikking over het leven van anderen gaat schuiven. Bijvoorbeeld in gevallen van ’onwaardig’ geacht leven van pasgeborenen, maar ook in al die gevallen waarin men zich afvraagt of behandeling nog zin heeft, of een medisch doel dient. Denk aan zwaar demente mensen die een longontsteking krijgen. Of aan langdurige comapatiënten, een kwestie die onlangs Italië nog in de ban hield.

Die kans bestaat, maar zoals Van Loenen achtervolgd wordt door een zinnetje, word ik achtervolgd door de tekst uit Prediker 1:18: ’Want in veel wijsheid ligt veel verdriet en als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart’. Daarmee bedoel ik dat de moderne mens niet alleen meer weet en dus ook vrij nauwkeurig in staat is het ziekteverloop te voorspellen. Dank zij diezelfde kennis zijn we ook in staat het leven te rekken tot ver voorbij de natuurlijke grens. Meer dan vroeger zijn we zodoende genoodzaakt afwegingen te maken, niet alleen over onszelf, maar onvermijdelijk ook over anderen.

Wat die kennis voor onszelf betekent is evident en dat is al lastig genoeg. Vraag is nu of diezelfde kennis ertoe zal leiden dat we indringender de waarde van het leven van anderen ter discussie zullen gaan stellen, ook in gevallen waarin zij zelf niet of niet meer in staat zijn om hun wil te uiten? Ik weet dat nog niet zo gauw. Ik zie het gevaar wel wat Van Loenen signaleert. Maar anderzijds zie ik ook dat de kennis er is om vast te stellen dat de waardigheid van het leven van geval tot geval verschilt. Ik prijs me daarom gelukkig met de huidige wetgeving, waarin het laatste oordeel in deze kwesties nadrukkelijk is voorbehouden aan de rechter. Maar Van Loenen heeft gelijk: de druk om ook die grens te slechten, is niet gering. Zijn boek komt dus geen moment te laat.

Deel dit artikel