Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Iedereen is verwonderd dat ik om iets futiels ontplof, maar ik kán niet meer

Home

Erik Jan Harmens

Erik Jan Harmens. © Jörgen Caris
Column

Ik heb een weekend lang een bevriend stel over de vloer. Gezellig, maar er zijn ook nadelen: steeds als ik naar de wc wil, zit er iemand op, het doucheputje zit vol haren en hoeveel pindakaas kunnen twee mensen in één weekend wegkanen? 

Elke dag gaan er per persoon ook nog eens twee tot drie appels doorheen, waartegen ik maar geen bezwaar maak, want fruit is gezond. Voor ze hun tanden erin zetten gaat vanzelfsprekend het stickertje eraf, alleen dat stickertje plakken ze op de rand van de fruitschaal. Daar hangt nu dus de hele tijd een slinger van etiketjes met productbeschrijvingen als ‘Elstar, friszoet & sappig’ of ‘Golden Delicious, mildzoet & knapperig’.

Lees verder na de advertentie

Het stoort me, dat mijn visite die stickertjes op de rand van de fruitschaal plakt, maar het is te klein om een punt van te maken. Ik hoor het mezelf al zeggen: “Leuk dat jullie er zijn, maar even over die stickertjes op de appels die jullie op de rand van de fruitschaal plakken. Gooi die gewoon even in de hoe-noemen-we-dit-ding, waar ik nu de klep uitnodigend van openhoud? De..? Vuilnisbaaaaak, ja, heel goed!”

Hoeveel pindakaas kunnen twee mensen in één weekend wegkanen?

Zo veel kleins

Ik wil er wel iets van zeggen, van die stickertjes, maar houd het binnen. Zoals ik heel veel dingen binnenhoud die te klein zijn om iets van te zeggen. Dat mensen bij het stoplicht rechtsaf richting aangeven en dan linksaf slaan. Dat de Boekenweek, ik herhaal de Boekenwéék, negen dagen duurt. Dat op een verpakking staat: ‘Hier openen’, maar nergens een lipje zit. Dat niemand het woord ‘defect’ nog gebruikt, behalve als een apparaat stuk is. Dat mensen niet één compleet bericht whatsappen, maar opgedeeld in dertig delen, waardoor er zo veel houtblokgeluiden uit mijn telefoon komen, bij elk afzonderlijk bericht hoor je ‘kloenk!’, dat het is of er een Braziliaanse percussieband langskomt.

Zo zijn er nog honderd andere dingen die allemaal te klein zijn om iets van te zeggen, tot er nog een laatste dingetje bij komt, bijvoorbeeld dat iemand op de fiets ‘tingeling’ roept als ik zonder te kijken de straat oversteek. Het is maar iets heel kleins, iemand roept ‘tingeling’, maar ik kan het op dat moment gewoon even niet hebben, ‘tingeling, tingeling, tingeling’, en dan knapt het. Iedereen om me heen is verwonderd dat ik om iets futiels ontplofte, maar het is de optelsom van tel even mee: honderd-en-zes futiele dingetjes. Zo veel kleins is te groot voor mij. Ik kán niet meer.

Auteur en dichter Erik Jan Harmens schrijft wekelijks over wat er gebeurt in zijn drukke hoofd. Lees hier zijn eerdere artikelen. 

Deel dit artikel

Hoeveel pindakaas kunnen twee mensen in één weekend wegkanen?