Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Humor en misère in staatje van niks

Home

JURGEN MAAS

Een Palestijnse vader en zoon zitten aan de thee. Vraagt de vader aan zijn zoon: “Hoe denk jij eigenlijk over Oslo?” Zegt de zoon: “Prachtig, heel mooi. Jammer alleen dat het zo moeilijk is om een visum te bemachtigen.”

Deze mop hoorde ik eens op de Westelijke Jordaanoever. Ik was hem al geruime tijd vergeten. Tot ik diverse grappen las in 'Het koffiehuis van Mohammed Skaik' van NRC-correspondente Caroline de Gruyter. Dat humor veel, zo niet alles, zegt over iemands politieke opvattingen, blijkt vooral uit de moppen over Yasser Arafat die de auteur in de Gazastrook hoorde en opschreef. Nee, ik verklap ze niet.

De Gruyter verbleef, vanaf de komst van Arafat in 1994, bijna twee jaar in de Gazastrook waar een miljoen mensen wonen in een gebied van veertig bij zeven kilometer. Tegenwoordig houdt ze domicilie in Jeruzalem en pendelt regelmatig op en neer naar 'het staatje van niks' - een treffende typering van de Gazastrook in vier woorden.

Misschien wel de mooiste anekdote uit het boek begint met een droom van wachtofficier Nafez Sheledan. Hij droomt dat eens de Palestijnse vlag over de hele wereld vliegt. Omdat de Palestijnse Autoriteit en Israël het er niet over eens kunnen worden wie verantwoordelijk is voor de veiligheid op het vliegveld in Gaza, is de droom nog steeds niet uitgekomen.

Toch denken veel Palestijnen dat Arafat zijn eerste vlucht naar het buitenland vanaf Gaza International Airport al heeft gemaakt. In mei 1996 toonde de Palestijnse televisie hoe Arafat in een Algerijns toestel vanuit Gaza vertrok. Dat het vliegtuig na een ereronde weer was geland, had de cameraploeg niet gefilmd.

Arafat vloog die dag weliswaar nog naar Cairo, maar uit angst niet vanuit Gaza. Daar was namelijk geen navigatieapparatuur. Hij reed per auto naar het Egyptische vliegveld in Al-Arish en nam daar het vliegtuig naar Cairo.

Hilarisch en schokkend tegelijk is het hoofdstuk over het Palestijnse parlement. Begrotingen kloppen niet. Niemand begrijpt de rekensommen van de minister van financiën. De parlementariërs schieten in de lach als een afgevaardigde op basis van de salarisschalen concludeert dat een ministerie vijf directeuren en drie werknemers in dienst heeft.

Wanneer parlementariërs een onderzoek eisen naar schending van de mensenrechten, wordt dit altijd toegezegd maar zelden uitgevoerd. Niet voor niets heeft een politieke veteraan uit Gaza, Haider Abdel Shafi, uit onvrede zijn parlementszetel opgegeven.

In het hoofdstuk 'Een natie van bedelaars' beschrijft De Gruyter het huisvuilprobleem. Sinds 1994 hebben twee Nederlanders de leiding over een huisvuilproject. Af en toe is de vuilnisman aan het afwassen bij een welgestelde familie, maar het project is een succes. Gaza is schoner dan ooit. Misschien wel omdat er een verkiezing tot vuilnisman van het jaar is. De winnaar krijgt duizend sjekel, ongeveer zeshonderd gulden, en een fiets.

Het project wordt gefinancierd door de Europese Unie. “Straks”, zegt een Europeaan tegen De Gruyter, “associëren ze de Unie alleen nog met huisvuil.” Wie weet; de Palestijnen klagen er massaal over dat ze zo weinig merken van buitenlandse studies naar ontwikkelingen in de Gazastrook. Tegelijkertijd woedt onder hen een discussie over de vraag of ze een bedelnatie zijn geworden.

In 1994 beloofden donoren 2,3 miljard dollar aan hulp, voor een termijn van vijf jaar. Inmiddels is bijna 1 miljard besteed. Voorstellen die te maken hebben met het milieu of de positie van de vrouw, doen het goed. De term gender heeft in het Arabisch al zijn intrede gedaan als algendara. Financiële steun is er in overvloed, want, zo geven de donoren ook toe, de buitenlandse hulp moet het vredesproces redden.

Voor de 1 500 Palestijnse niet-gouvernementele organisaties (NGO's) is er met de komst van de Palestijnse Autoriteit (PA) veel veranderd. Arafat wil ze het liefst inkapselen. Zover is het nog niet, maar veel financiële steun gaat nu rechtstreeks naar de PA. De concurrentiestrijd is hevig. Omdat Arafat weinig oppositie duldt, zijn bepaalde NGO's bolwerken van politiek verzet geworden. “Door die organisaties te steunen”, zegt een diplomaat, “steunen we ook het laatste restje Palestijnse democratie.”

Interessant is wat volgens de Palestijnen de nieuwe strategie van Hamas is: “Meewerken en de ideologie niet meer van de daken schreeuwen, maar intussen hergroeperen, en af en toe een zelfmoordenaar dood en verderf laten zaaien in Israël.”

Imad al-Falluji, exponent van deze strategie, was woordvoerder van Hamas en naar eigen zeggen oprichter van de gewapende tak van deze organisatie. Nu is hij minister van posterijen. Falluji wil Arafat zijn gang laten gaan, want het vredesproces is toch gedoemd te mislukken - en dan zal Hamas groter worden dan ooit.

De Gruyter wilde met haar boek ver weg blijven van de politiek en de retoriek van het vredesproces. Dat is haar gelukt. Wie nooit in de Gazastrook is geweest, kan zijn schade inhalen in 'Het koffiehuis van Mohammed Skaik'.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie