Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Humanitaire hulp hoort bij oorlog

Home

Peter Bos

In een moderne oorlog is een militaire campagne pas geslaagd als alle politieke, militaire én humanitaire doelen zijn bereikt. De coalitie van Amerikanen en Britten is in Irak dus ook verantwoordelijk voor mensen die vluchten voor de oorlog.

Zo'n vier jaar geleden dwong de toenmalige Joegoslavische president Milosevic honderdduizenden Kosovaren van etnisch-Albanese afkomst te vluchten naar de buurlanden Macedonië en Albanië. De Navo, in haar strijd om Joegoslavië op de knieën te krijgen, was daar natuurlijk niet gelukkig mee. Haar militaire campagne kreeg er een sterk humanitair karakter door.

De bewegingsvrijheid van de Navo in Albanië en Macedonië werd ernstig beperkt door de vluchtelingenstromen. Om de aanvoerlijnen open te houden, moesten de Navo-troepen zich wel bemoeien met het vluchtelingenprobleem. Daarnaast dwong de regering van Macedonië de Navo min of meer om tentenkampen te bouwen voor vluchtelingen, 'op straffe' van een gedwongen vertrek uit het voor de militaire operatie cruciale Macedonië.

Tegelijkertijd wilde de Navo maar al te graag haar humanitaire gezicht laten zien. Tijdens persconferenties werden vooral de humanitaire successen van het Navo-optreden benadrukt. Als die aandacht voor de humanitaire kant van de campagne er niet was geweest, zou de Navo een groot probleem hebben gehad. Haar actie zou in de ogen van velen meer kwaad dan goed hebben gedaan en daardoor het bondgenootschap in gevaar hebben gebracht.

De Kosovo-oorlog maakte zo nog eens heel duidelijk, dat het militair-humanitair optreden geen daad van barmhartigheid is, maar mag worden uitgelegd als puur eigenbelang. Militaire campagnes zonder plan voor het bijbehorende humanitair optreden zijn onvolledig, zeker gezien de media-aandacht van tegenwoordig.

De oorlog in Irak valt op zich niet te vergelijken met de oorlog in Kosovo destijds. Dat is de afgelopen dagen wel gebleken. De zogenaamde 'coalition of the willing and able' is niet zo groot (al willen de VS ons doen geloven van wel) en de legitimiteit van het optreden van die coalitie wordt breeduit ter discussie gesteld. Nederland is formeel wel 'willing', maar niet 'able', of is het andersom? Humanitair gezien zijn er ook verschillen, maar in de kern van de zaak gaat het toch -net als toen- om het bieden van hulp en bescherming.

Met name over dat humanitaire onderdeel van de campagne is nog steeds niet veel bekend, alhoewel we ons niet kunnen voorstellen dat de coalitie daarover niet heeft nagedacht. Vaststaat dat de Iraakse leider Saddam Hoessein het de coalitie vanuit humanitair perspectief nog niet erg moeilijk heeft gemaakt. Net als bij de oorlog om Kosovo zijn er ook nu buurlanden die in voorkomend geval aan vluchtelingen hulp en bescherming moeten bieden. Of ze het doen is nog maar de vraag.

Turkije is een potentieel gastland voor de opvang van vluchtelingen, maar anders dan tijdens de eerste Golfoorlog zijn er nog geen Koerden massaal de Turkse grens overgejaagd. Dat valt overigens deels te verklaren uit het feit dat de arm van Saddam Hoessein niet echt meer tot het noorden van zijn land reikt. Daarmee is niet gezegd dat er geen vraagstuk van de Koerden meer bestaat. Hoe de coalitie hiermee om wil gaan is niet bekend. De vraag is of het naar tevredenheid oplossen of beheersen van de Koerdische kwestie wel in de campagnedoelstelling is opgenomen.

Iran huisvest al veel Iraakse vluchtelingen (meer dan 200000) en Jordanië werd in de Golfoorlog van 1991 ook meer dan gewenst 'belast'. Voor Iran kunnen het er trouwens niet genoeg zijn; het land kan zich geen betere bescherming tegen een inval uit Irak wensen dan veel tentenkampen aan de grens. Dat klinkt wat cynisch, maar het is nu eenmaal zo.

Jordanië heeft liever geen nieuwe vluchtelingen, maar leunt zo sterk op de Verenigde Staten, dat het het bondgenootschap liever niet teleurstelt. Koeweit kan sowieso niet dwarsliggen, maar iedere vluchteling is een potentieel blok aan het been van de coalitie. Saoedi-Arabië heeft in 1991 meer dan 30000 Iraakse vluchtelingen opgevangen en zal evenmin dwars liggen. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor Syrië.

Het is duidelijk dat de positie van Turkije anders is dan die van de overige buurlanden van Irak. Tijdens en na de eerste Golfoorlog heeft het land meer dan 400000 Irakezen opgevangen, merendeels Koerden. De huidige bevelhebber van de Nederlandse landmacht weet daar alles van: hij stond aan het hoofd van het Nederlandse bataljon dat bij die opvang betrokken was.

Maar wat Turkije toen, en Albanië en Macedonië later, is overkomen met de massale toestroom van vluchtelingen zal, als het aan de Turken ligt, niet weer gebeuren. Daarvoor vindt men de Koerdische kwestie te explosief.

De vraag is nu, of de Turkse beslissing om geen vluchtelingen toe te laten gerechtvaardigd is. Wie alleen kijkt naar het internationaal humanitair recht, zegt nee. Wie door een politieke bril kijkt en vindt dat een staat nu eenmaal uit welbegrepen eigenbelang soeverein mag handelen, zegt ja.

Bij dit alles mag niet worden vergeten dat Turkije aan het begrip 'vluchteling' een geografische beperking toekent. Turkije erkent alleen vluchtenden uit Europa als vluchteling. Niet-Europeanen kunnen slechts tijdelijke bescherming krijgen in afwachting van hun reis naar zogenaamde 'third countries'. Dat lijkt een beetje op Macedonië in 1999, waar de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) werd gedwongen in te stemmen met een evacuatie- en transferprogramma vanuit de 'corridor Macedonië'.

Waar het, gegeven de ontwikkelingen op het slagveld en de houding van de buurlanden, nu vooral om gaat, is de vraag of de Brits-Amerikaanse coalitie er in slaagt voldoende hulp en bescherming te bieden in Irak zelf. Dat is tegenwoordig een militaire verantwoordelijkheid. Het mag niet zo zijn dat de wereld dadelijk weer boos naar de UNHCR kijkt, als blijkt dat de opvang van naar verwachting misschien wel 600000 mensen ongeorganiseerd verloopt. De UNHCR is nu zeker beter voorbereid dan indertijd in Kosovo, maar de roep om extra fondsen voor de hulp aan Irak heeft nog niet veel opgeleverd. Fondsenwerving is en blijft een lastige opgave voor de UNHCR en het is niet te verwachten dat, net als in Albanië en Macedonië, Irak zal worden overspoeld door veel bilaterale humanitaire missies. Daarvoor is er te weinig brede steun voor deze oorlog.

De UNHCR hoopt dat de Iraakse vluchtelingen zoveel mogelijk in het eigen land blijven. De sleutel hiervoor ligt bij de 'coalition of the willing and able'. Het is nu wel duidelijk (en dat was het voor de militaire planners uiteraard altijd al) dat deze militaire operatie geen 'walk-over' is. De reis naar Bagdad is beslist geen plezierreis en duurt lang, om over de gevechten om Bagdad nog maar niet te spreken. De logistieke aanvoerlijnen zijn moeilijk te beveiligen en het sein staat voor de hulpverlenende organisaties, zo ze al bereid zijn achter de troepen aan te reizen, nog lang niet op veilig. De UNHCR en andere hulpverlenende organisaties kunnen voor het moment niet veel meer doen dan afwachten, wetende dat de roep om hulp, voedsel, water en medische verzorging alleen maar groter zal worden. De Turkse opstelling maakt het er allemaal niet eenvoudiger op en kan zelfs in humanitair opzicht explosief zijn.

Er is dus alle reden om de humanitaire kant van de oorlog tot de verantwoordelijkheid van de coalitie te rekenen. Uiteindelijk is een militaire campagne -tegenwoordig, dus ook die in Irak- pas geslaagd als alle politieke, militaire én humanitaire doelen zijn gehaald.

Deel dit artikel