Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Humanisten? Softer dan ooit

Home

TEKST WILFRED VAN DE POLL

Het humanisme heeft zijn pit verloren, vindt historicus Anton van Hooff. In ruil voor erkenning pleegt het verraad aan zijn gedachtengoed.

Laatst kwam een studente aan de Universiteit voor Humanistiek bij hem langs, vertelt Anton van Hooff. "Zij zei dat ze het moeilijk had. Wat bleek: ze was de enige echte atheïst tussen 55 eerstejaars. Haar medestudenten waren allemaal aan het mediteren en spiritualiseren." Van Hooff schudt zijn hoofd. "Buitenlandse humanisten verbazen zich vaak over de weke sfeer die er in Nederland heerst."

Van Van Hooff (1943) - schrijver en oud-hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Universiteit van Nijmegen - mag het humanistische geluid in Nederland een stuk scherper klinken. Hij is voorzitter van De Vrije Gedachte, de oudste humanistische vereniging in Nederland, opgericht door Multatuli en anderen in het midden van de 19de eeuw onder de naam De Dageraad. Ze telt tegenwoordig vijfhonderd leden.

De domesticatie van het humanisme begon na de Tweede Wereldoorlog, zegt hij. Toen ontwikkelde het zich van een marginale, losse groep atheïsten en vrijdenkers tot een meer gestroomlijnde beweging; nog steeds divers, maar wel meer geïnstitutionaliseerd. Seculieren zochten naar erkenning en gelijkschakeling. In 1946 werd daartoe het Humanistisch Verbond opgericht - nu de bekendste humanistische organisatie met zo'n dertienduizend leden.

"Nederland is het enige land waarin humanisme als een aparte zuil is vormgegeven", zegt Gerty Lensvelt-Mulders, rector magnificus van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. "In de context van die tijd was dat een voor de hand liggende keuze. Dat bracht rechten met zich mee, zoals geestelijke verzorging vanuit humanistische inspiratie."

Van Hooff: "Men wilde emanciperen. Ik snap dat wel. Toen ik jong was, behoorde tachtig procent van mijn omgeving tot een kerkgenootschap. Het Humanistisch Verbond liet zien dat er ook andersdenkenden waren, die dezelfde behandeling eisten als ieder ander." Maar men sloeg volgens Van Hooff door in dit 'wij ook-denken'. "Zij een omroep, wij ook een omroep. Zij geestelijk verzorgers, wij ook geestelijk verzorgers."

Anno 2013 zijn er bij koepelvereniging de Humanistische Alliantie zo'n vijftig organisaties aangesloten. Er is een humanistische omroep, een universiteit, een vrijwilligersorganisatie, ontwikkelingshulp, geestelijke verzorging en humanistisch basisonderwijs. Humanisme is niet meer alleen een kritische houding van individuen die zelf wilden nadenken en opkwamen voor menselijke waardigheid. Het heeft trekken van een volwaardige geloofsgemeenschap, waarvoor in 1952 op de eerste World Humanist Congress zelfs een soort geloofsbelijdenis werd opgesteld (in 2002 herzien). In deze Amsterdam Declaration worden de 'fundamentals' van het moderne humanisme verwoord.

Mainstream-humanisme
Deze verzuiling heeft onverwachte gevolgen. Doordat het humanisme in hetzelfde schuitje kwam te zitten als andere 'levensbeschouwingen', treft hen nu ook hetzelfde lot. Zo dreigt overheidsfinanciering voor humanistisch vormingsonderwijs op het basisonderwijs te verdwijnen - zoals ook voor het godsdienstonderwijs. Het voortbestaan van de humanistische omroep Human is al even onzeker. Morgen, op Wereldhumanismedag, lanceert de omroep een campagne om een doorstart te maken als aspirant-ledenomroep, en daarmee het vege lijf te redden.

Het heeft iets ironisch dat de seculiere wind die in Den Haag waait ook humanisten omver blaast. Want vertegenwoordigt het humanisme niet juist bij uitstek seculier Nederland?

Voor Van Hooff is het duidelijk. Een humanist is per definitie atheïst, vindt hij. Toch noemt De Vrije Gedachte zich uitdrukkelijk 'atheïstisch humanistisch'. Dat was noodzakelijk, aldus Van Hooff, omdat het woord 'humanisme' niet meer voldeed. Bij het mainstream-humanisme dreigt de 'strijdbaarheid tegen religie en andere onwetenschappelijke kwakzalverij' te verdwijnen, moppert hij.

Nee, Van Hooff heeft niet veel op met organisaties als het Humanistisch Verbond. Toch had die de afgelopen jaren een vrij polemische slogan: 'Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?' Dat moet hem toch als muziek in de oren klinken, zou je zeggen. Van Hooff: "Ja, ze suggereren wel goddeloos te zijn, maar als je kijkt naar de praktijk, dan blijkt dat niet. Men heeft geweldig veel respect voor religie. Men staat er open voor. Dat is verraad aan de traditie."

Onzin, zegt Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond. "Het Humanistisch Verbond is seculier en verzet zich tegen een voorkeursbehandeling van religie. Sommige hardline religieuzen vinden ons daarin te ver gaan; de atheïstische hardliner Van Hooff vindt het niet genoeg. Volgens mij zitten we dan precies goed."

Van Hooff zoekt zijn identiteit in de vijandschap tegen religie, aldus Van der Ham. Voor Van der Ham is dat niet genoeg. "Wij willen ook wat te bieden hebben. Toen Jaap van Praag in 1946 het Humanistisch Verbond oprichtte, zei hij: er moet een seculiere levensbeschouwing zijn, voor mensen die niet meer religieus zijn maar nog wel met levensvragen zitten. Sommigen, zoals Van Hooff, zeggen dan: dat moet je niet willen, dan ben je kerken aan het imiteren. Maar dat is onzin. Alle mensen hebben levensvragen en de rijke traditie van seculiere denkers en humanisten kunnen handvaten bieden."

Religiekritiek
Waar het Humanistisch Verbond voor Van Hooff niet ver genoeg gaat in religiekritiek, gaat het voor humanistische geestelijk verzorgers, aangesloten bij de Vereniging Geestelijke Verzorgers (VGVZ), juist weer te ver. De discussie hierover barstte onlangs los na een essay van Margriet van der Kooi in Letter & Geest van 1 juni, dat inging op de medicalisering van het levenseinde. Vragen van stervende patiënten zijn fundamenteel religieus van aard, betoogde Van der Kooi. Ze verwees naar religieuze verhalen van hoop en troost. Vergeleken daarmee komen patiënten er met de slogan van het Humanistisch Verbond, die zij 'laf' noemde, maar bekaaid van af, vond ze.

De humanistische geestelijk verzorgers van de VGVZ delen haar kritiek op de slogan. Die werkt volgens hen onnodig polemiserend. In de praktijk bestaat er namelijk geen tegenstelling. En dat is precies waar Van Hooff zich aan stoort. "Humanistische geestelijk verzorgers treden op als een soort pseudoreligieuze helpers", schampert hij. "Humanisme in Nederland lijkt steeds meer op een religie. Terwijl humanisme juist de plek is waar je heengaat als je niks met religie hebt."

Het probleem is, zegt Van Hooff, dat zo'n inclusieve, 'pseudoreligieuze' benadering het steeds onduidelijker maakt wat een humanist nu eigenlijk ís. "Je hebt tegenwoordig christen-humanisten en moslim-humanisten, zoals alevieten. Zelfs Jezus wordt door sommigen een humanist genoemd. Ja, wat houdt die term dan nog in?"

Joachim Duyndam, hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit voor Humanistiek, ziet het probleem niet zo. Inderdaad kun je prima christen en humanist tegelijk zijn, zegt hij. "Kijk naar Erasmus, de vader van het humanisme in Nederland. Hij bleef zijn hele leven een godsdienstige monnik."

Maar wat is nu het specifiek 'humanistische' dat een geestelijk verzorger die afgestudeerd is aan de Universiteit voor Humanistiek aan een gedetineerde, zieke of stervende te bieden heeft? Gerty Lensvelt-Mulder: "Onze afgestudeerden geven de ruimte om te praten over de grote vragen. Ze bieden geen vastliggende antwoorden, maar leggen de zoektocht samen met je af, vanuit de overtuiging dat wij verantwoordelijkheid voor elkaar dragen."

Duyndam: "Het is vooral openheid die het humanisme kenmerkt. De humanist heeft niet maar één boek, maar de hele wereldliteratuur tot zijn beschikking. Hij kan vrijelijk putten uit allerlei bronnen. Niet volgens vaste kaders of dogmatisch. Een humanistische geestelijk verzorger wil mensen hun eigenheid teruggeven."

'Ruimte bieden', 'samen een zoektocht afleggen', 'mensen hun eigenheid teruggeven' - voor Van Hooff tonen dit soort mooie, maar in zijn ogen vooral ook holle frasen aan dat er iets misgaat. Het verlangen een eigen zuil te zijn, een levensbeschouwing onder de andere levensbeschouwingen, leidt paradoxaal genoeg tot een vervaging van het humanistische gedachtengoed, zegt hij. "Als ik aan het bed van een stervende stond, zou ik niet met religieuze uitvluchten komen. 'Het is bijna afgelopen', zou ik zeggen. En dan bedoel ik ook echt definitief afgelopen. Als we dat al niet meer durven te zeggen. Ooit kwamen humanisten juist in opstand tegen de zalvende praatjes van priesters en dominees."

Deel dit artikel