Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hulpverleners waren druk met ouders, niet met Sharleyne

Home

MAAIKE BEZEMER en REDACTIE ONDERWIJS& OPVOEDING

Jeugdzorg | Bij de zaak rond de 8-jarige Sharleyne waren veel hulpverleners betrokken. Maar zijzelf kwam niet aan bod.

De inspecties voor Jeugdzorg, Gezondheidszorg en Veiligheid en Justitie brachten nauwkeurig in kaart dat minstens acht instanties gedurende drie jaren betrokken waren bij Sharleyne, en vooral bij haar ouders. Centrum voor Jeugd en Gezin, politie, algemeen maatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, Jeugdgezondheidszorg, huisarts. Vanaf het moment dat moeder en kind apart gingen wonen van de vader, juni 2012, tot vlak voor de dood van het meisje was er hulp.

In het rapport halen de inspecties het Verdrag inzake de Rechten van het Kind aan: de belangen van het kind moeten altijd de eerste overweging zijn. Wat had ze zelf nodig? Sharleyne stond niet centraal.

Hoogleraar pedagogiek Micha de Winter doet onderzoek naar geweld in de jeugdzorg. In het vooronderzoek dat hij onlangs afrondde, trof het hem hoe vaak er niet was ingegrepen. Hij sprak slachtoffers die bij niemand terecht konden. Afgelopen week nog haalde Marieke Hopman de kinderrechten aan bij haar onderzoek naar thuisonderwijs. Er is veel strijd over de hoofden van kinderen heen, constateerde ze. "Niemand vraagt wat zij ervan vinden."

Sharleyne is alleen kort door schoolmaatschappelijk werk en de doktersassistente van de Jeugdgezondheidszorg gezien, zonder dat de ouders erbij waren. De Winter vindt dat kwalijk. "Ik heb zelf een kleindochter van acht, daar kun je echt heel veel aan vragen."

Toch is het volgens de hoogleraar niet of-of. Hulpverlening gaat niet zónder de ouders. Met deze afloop, een dood meisje, moet je wel zeggen dat er niet genoeg naar het kind is gekeken. Maar of de jeugdzorg heeft gefaald? De Winter: "Je kunt kinderen niet permanent onder toezicht stellen, of meteen uit huis plaatsen. Kinderen zitten in één systeem met hun ouders. Daar hoort bij dat je je op de ouders richt. Het zijn hún problemen die effect hebben op het kind."

Uit het inspectierapport blijkt ook hoe lastig de situatie van het kind was in te schatten. Volgens de jeugdgezondheidszorg was het meisje stil en verlegen. Ze had zindelijkheidsproblemen. Maar de school noemde haar vrolijk, ze kon goed meekomen en zag er verzorgd uit.

Vader maakte zich van begin af aan zorgen over het overmatig gebruik van middelen bij moeder thuis. Moeder stelde dat dat ontstond door spanningen in relaties. Het was niet structureel. De instellingen accepteerden deze verklaring. Moeder meldde zich vrijwillig bij Verslavingszorg, met 'positief effect'.

De Winter heeft begin dit jaar dossiers van politie en jeugdzorg toegestuurd gekregen door het tv-programma 'Zembla'. "Als je die leest, geloof je niet dat er een mens in de wereld is die dit kind níet meteen uit huis wil halen. Maar uiteindelijk ging het bij die dossiers om een half verhaal, vooral geredeneerd vanuit de vader. Ik heb ook gelezen over een opa en oma die in beeld waren. Het was niet alleen kommer en kwel."

De inspecties constateren dat de professionals grotendeels volgens de protocollen werkten. Maar, zegt het rapport ook: "Ze moeten altijd nagaan of ze voldoende doen. Van hen mag ook een stap extra verwacht worden." Die stap kwam te laat. Voorjaar 2015 verslechterde de communicatie tussen de ouders en de samenwerking met de hulpverleners. Specialistisch onderzoek naar het meisje was net begonnen. Breed overleg zou 9 juni plaatsvinden. Het meisje overleed een dag eerder.

Deel dit artikel