Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hou toch eens op met dat masculiene gemok

Home

Elma Drayer

De Saoedische Sarah Attar (rechts) op de 800 meter voor vrouwen tijdens de Olympische Spelen in Londen. © AFP
Column

Het islamitische koninkrijk Saoedi-Arabië, ik vertel niks nieuws, doet nogal moeilijk over vrouwelijke onderdanen die zich buitenshuis begeven. Laat staan over vrouwelijke onderdanen die in het openbaar aan sport wensen te doen.

Dat Saoedische vrouwen deze zomer voor het eerst in de geschiedenis toestemming kregen om naar de Olympische Spelen af te reizen, was dan ook een klein mirakel. Maar een judoka mocht van haar vader alleen de mat betreden als ze heur haren bedekte op een wijze die Allah welgevallig is. Het Internationaal Olympisch Comité gaf paps op het laatste nippertje gelijk. De beslissing heette een doorbraak te zijn voor de emancipatie der moslima's. Maar het was natuurlijk wat het was: een knieval voor religieus geïnspireerd seksisme op de sportvloer.

Zeker, daarbij vergeleken leven wij in Nederland in een waar paradijs. Toch blijkt ook hier de deelname van vrouwelijke sporters nog steeds tot tobberijen te leiden.

Afgelopen zaterdag opende uw krant met een beschouwing over de sekseverhoudingen tijdens de Spelen onder de kop 'Mannen dragen de vlag, vrouwen halen de medailles'. Belangrijkste punt van zorg: vrouwelijke landgenoten zouden in Londen beduidend succesvoller zijn dan hun mannelijke tegenvoeters.

De laatste dagen is het evenwicht geloof ik weer enigszins hersteld. Maar ook als dat niet het geval was geweest: wat is precies het probleem? Doet het ertoe of op het erepodium een mannelijke of een vrouwelijke Nederlander staat? En dan nog: waarom stemt het niet tot vreugde dat vrouwen een achterstand van eeuwen langzaam aan het wegwerken zijn - ook in de sport?

Dat is te luchthartig gedacht, althans volgens genoemde beschouwing. Het betoog wemelt van termen als 'scheve verhouding', rept van een 'verontrustend' fenomeen, van een 'kloof' die 'almaar groter' wordt. Enige troost: volgens de chef d'équipe presteren Nederlandse vrouwen 'bij de tafelwijnen, niet in de champagneklasse'. Ze scoren heel aardig in 'kleine sporten', zoals daar zijn hockey en wielrennen. Nauwelijks in sporten die er werkelijk toe doen. Alleen met zwemmen kunnen ze heel best meekomen. Maar dat is dan weer geen eigen verdienste. Dat komt doordat Nederlandse vrouwen van oudsher 'ideaal' zijn gebouwd: lang en sterk.

De analyse deed me denken aan de wijze waarop de prestaties van meisjes in het onderwijs worden geproblematiseerd. Sinds duidelijk is dat zij hun mannelijke klasgenoten evenaren, soms zelfs overtreffen, heeft menigeen zich het hoofd er al over gebroken. De verjuffing, de hedendaagse lesmethoden, de algehele feminisering van de samenleving - talloze boosdoeners zijn inmiddels aangewezen. Enige troost: meisjes kiezen vooralsnog vooral voor de zachte vakken. Daarin scoren ze heel aardig. Nauwelijks in de vakken die er werkelijk toe doen.

Wellicht is dit dedain, om de befaamde socioloog Abram de Swaan te parafraseren, de laatste stuiptrekking van een stervend patriarchaat. Het moet immers niet eenvoudig zijn om te verwerken dat je superioriteit nergens op was gebaseerd. Maar het stemt ook enigszins treurig. Als ambitieuze vrouwen anno 2012 in dit land zoveel masculien gemok genereren, wat staat onze zusters elders in dit universum dan nog te wachten?

Deel dit artikel