Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoosbuien, wen er maar aan

Home

Joep Engels

Rond 2100 valt gemiddeld elke tien jaar een extreme bui van meer dan 60 millimeter. Nu is dat nog 44 millimeter. © anp

Het was er de perfecte dag voor. Broeierig warm, totdat een paar fikse regen- en onweersbuien verkoeling brachten en kelders lieten onderlopen. Precies het extreme weer waarvan het KNMI gisteren voorspelde dat het Nederland deze eeuw vaker te wachten staat.

De nieuwe voorspellingen van het instituut in De Bilt borduren voort op het rapport dat het IPCC, het klimaatbureau van de VN, in september 2013 uitbracht. Daarin stond hoeveel warmer het wordt, hoeveel de zeespiegel stijgt of hoezeer de gletsjers smelten. Een rapport van een paar duizend bladzijden,"maar Nederland wordt er niet één keer in genoemd", zei Albert Klein Tank van het KNMI gisteren.

Terwijl het juist om die lokale effecten gaat. Niet alleen voor de individuele burger die wil weten hoe vaak het gaat hozen en of er nog kansen bestaan op een Elfstedentocht. Het is ook van belang voor Rijkswaterstaat dat zich moet voorbereiden op een stijgende zeespiegel en een grotere afvoer van de rivieren. Of voor de landbouw, het verkeer of de volksgezondheid.

Windpatroon
Voor al die sectoren heeft het KNMI vier scenario's doorgerekend, vier toekomstschetsen voor de klimaatverandering in Nederland. Twee scenario's waarin de wereld op de huidige voet doorgaat en de temperatuur aan het eind van de eeuw zo'n vier graden is gestegen. En twee waarin de uitstoot van broeikasgassen zo veel mogelijk wordt tegengegaan en de opwarming beperkt blijft tot één graad extra. In beide paren scenario's is er één waarin het windpatroon - onvoorspelbaar als altijd - onveranderd blijft, en één waarbij er wel een andere wind gaat waaien.

Lees verder na de advertentie
©

Die oefening had het KNMI in 2006 al eens gedaan, maar toen waren de uitkomsten nog vrij globaal: de winters worden zachter en natter, de zomers worden warmer en kennen meer extreme buien. Dit keer is de kennis van het klimaat zo veel groter dat De Bilt veel meer details kan geven. Zo telt Nederland nu gemiddeld 21 zomerse dagen per jaar. Dat waren er 30 jaar geleden nog maar 13 en dat worden er aan het eind van deze eeuw misschien wel 45. Een ander cijfer: nu valt eens in de tien jaar op een willekeurige plek in Nederland meer dan 44 millimeter regen. Rond 2100 is dat elke tien jaar een extreme bui van meer dan 60 millimeter.

"Extreem weer wordt veel intenser", zegt Bart van der Hurk van het KNMI. "Maar je kunt ook zeggen: de weertypes die wij nu extreem vinden, komen dan vaker voor. Die bui van 44 millimeter treft je dan eens in de drie of vier jaar."

Een opwarming van twee of vier graden die het IPCC voorspelt, zegt mensen niet zo veel. "Ook straks niet. Maar extremen wel. Dat zie je bij orkaan Sandy of nu bij de overstromingen op de Balkan. Het K-woord komt nadrukkelijk in beeld. Men vraagt zich steeds vaker af: is dit nu het gevolg van de klimaatverandering?"

De plensbui van 2010
Gerard van der Steenhoven, directeur van het KNMI, weet het nog goed. Augustus 2010 werd het oosten van Nederland getroffen door zware regenbuien. Van der Steenhoven had niet op zijn eigen weerbericht gelet, hij was te druk met verhuizen. Gevolg: inboedel natgeregend, parket bedorven. Schrale troost: in een opgewarmde wereld waren die hoosbuien nog veel heftiger geweest. Het KNMI berekende hoe deze storing zou uitpakken in een atmosfeer die twee graden warmer was (zie afbeelding). Dat gaat ergens tussen 2050 en 2100 gebeuren. Resultaat: het gebied dat met de heftige regen te maken krijgt, is twee keer zo groot en het zwaarst getroffen deel krijgt geen 100, maar ruim 150 millimeter te verwerken.

Deel dit artikel