Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoofdwerk over Mani de gnosticus vertaald

Home

door Cokky van Limpt

Kerkhistoricus Hans van Oort ziet in de gnostiek van Mani, stichter van de enige gnostisch-christelijke wereldkerk, parallellen met de islam. ,,In de Koran zit van oorsprong een gnostische component.''

Op een symposium in Bilthoven is zaterdag de eerste Nederlandstalige uitgave van de 'Keulse Mani-Codex' gepresenteerd, vertaald, ingeleid en toegelicht door de kerkhistorici prof.dr. Hans van Oort (1949) en prof.dr. Gilles Quispel (1916). Na de ontdekking van de joodse Dode Zeerollen in het Israëlische Qumran en van de 'gnostische bibliotheek' bij het Egyptische Nag Hammadi is de -eveneens in Egypte opgedoken- Mani-Codex een van de vele opmerkelijke manuscriptvondsten uit de tweede helft van de vorige eeuw.

Voor Quispel is er inmiddels alle reden, de toekomst als 'gnooskleurig' te zien, zoals hij zaterdag zei. Hij noemde in dit verband zijn eigen recente vertaling van het Thomasevangelie, de verschijning, in maart, van een tweedelige encyclopedie voor gnosis en esoterie, de recente vondst van een apocrief evangelie van Judas, en dan nu het 'prachtig uitgegeven leven van Mani'.

Bovendien, voorspelde de nestor van het Nederlandse gnostiekonderzoek, ,,als er ooit een mogelijkheid is dat die multinational met een miljard lidmaten [de rk kerk] de gnosis integreert of althans gedoogt, dan is dat nú.'' De hervormde Quispel, die doorgaans antipapistisch spreekt over die 'petrinische kliek in Rome', heeft een hoge pet op van de nieuwe paus. Hij noemt Joseph Ratzinger, die hij in diens jonge jaren ontmoette, 'de meest vooruitstrevende en meest diepzinnige theoloog van het Tweede Vaticaans Concilie'.

Quispel: ,,In zijn jeugd las hij het boek 'Gnosis als Weltreligion', waarin de integratie van de gnosis, de kennisse als persoonlijke ervaring, werd bepleit. Ratzinger schreef daarover een lovende bespreking en deelde dat de schrijver van het boek mede.'' (Die schrijver was Gilles Quispel, CvL)

Het manicheïsme, waarvan Mani de naamgever is, was werkelijk 'Gnosis als Weltreligion', benadrukte Quispel. ,,Het was geen volksgodsdienst zoals het hindoeïsme en judaïsme, maar een wereldgodsdienst zoals het boeddhisme. En er is geen religie die zó eenvoudig is: 'De Geest redt de Ziel uit de stof'.''

In 216 werd nabij het huidige Bagdad een jongetje geboren. Zijn ouders heetten Pattikios en Mirjam. Mogelijk heette hij Mani, maar die naam kan ook de titel zijn die hem later is gegeven. Zijn vader treedt in in een ascetisch levende commune en neemt zijn vierjarige zoontje mee. Deze feiten waren al eeuwenlang bekend uit Arabisch-moslimse bronnen.

Maar wat wij pas weten sinds de vondst van de Mani-Codex, vertelde manicheïsme-kenner Van Oort afgelopen zaterdag, is dat die commune een groepering van joodse dopers was, behorend tot de sekte van de Elkesaïeten. Zij leefden in strenge afzondering en verrichtten op religieuze gronden, net als de hedendaagse moslims, rituele wassingen -van hun lichaam en vooral van hun voedsel. Ze hielden strikt de joodse geboden zoals sjabbat en besnijdenis. Bovendien blijkt uit de codex dat zij Jezus hadden aanvaard als Sotér, Redder, Heiland.

Mani protesteert tegen hun wetticisme, omdat deze joodse christenen leren dat God oorzaak is van alles, en dus ook van het kwade. Door de openbaringen die Mani krijgt, weet hij dat God niet slechts een tegenover is, maar deel van de mens zelf.

Al die wassingen bijvoorbeeld zijn niet nodig, zegt Mani tegen de dopers in de commune, waar het op aan komt is innerlijke reinheid. In plastische taal zegt Mani daarover in de Codex: 'Dat waterbad, waarin jullie jullie spijzen dompelt, betekent niets'. Ook uit gereinigd voedsel ontstaan 'bloed, gal, winden, en schijt der schande en onreinheid van het lichaam'. (...) 'Er is geen duidelijk onderscheid tussen uitwerpselen die ontstaan uit gedoopt en ongedoopt voedsel'.

Mani's innerlijke zelf komt tot kennis, doordat zijn hemelse zelf, zijn goddelijke alter ego, zich aan hem manifesteert. In de codex krijgt dat hemelse evenbeeld verschillende namen: Syzygos, Gezel, Tweeling. Deze openbaring van zijn hemelse Paargenoot -ervaren als zijn echte en onvergankelijke innerlijk, zijn ware Zelf- brengt Mani tot zelfkennis, en zo wordt hij een gnosticus.

'Toen Hij dan tot mij gekomen was, verloste Hij mij en scheidde Hij mij af en trok mij weg uit het midden van die wettische sekte, waarin ik was opgegroeid' (....) 'Mijn Gezel onthulde mij vanwaar ik kom en wie ik ben en wat mijn lichaam is en hóe ik gekomen ben en hoe mijn komst in de wereld zich voltrok (...)': dit en meer vertelt Mani in de Keulse codex over zijn ontmoeting met zijn evenbeeld.

Van Oort en Quispel tonen in hun uitvoerige en zeer toegankelijk geschreven toelichting bij de Mani-Codex de parallellen tussen Mani's openbaringen en de joodse mystiek en de kabbalah, tussen Mani en de apostel Paulus en ook die tussen Mani en Mohammed. Mani's 'Syzygos' toont volgens Van Oort verregaande parallellie met Mohammeds 'Gibril' (Gabriël) én met de eeuwige Christus die zich volgens de manichese scheppingsmythe in de loop van de geschiedenis steeds weer, in elke generatie aan 'de ware apostel' heeft geopenbaard: Boeddha, Zoroaster, Hermes, Jezus de Messias, en uiteindelijk Mani.

Mani ziet zichzelf als de Parakleet, die de Messias aangekondigd had, en als het zegel der profeten. In de Koran is het, volgens Quispel en Van Oort 'kennelijk geïnspireerd vanuit eenzelfde bron', Mohammed die de 'rasul Allah' (apostel van God) en het 'hatam (zegel) der profeten' is.

In het gesprek tussen de diverse godsdiensten zou kennis van het manicheïsme en zijn achtergronden volgens Van Oort ,,verrassend veel kunnen betekenen. ,,Als mensen als Bush en Bin Laden, Sjaron en Saddam zich zouden verdiepen in de werkelijke achtergronden van hun religieuze overtuiging, dan zou de wereld er allicht beter uitzien.''

Wat de Arabische geleerde al-Sharastani in 1100 over het manicheïsme noteerde, zou de heren flink op weg kunnen helpen in hun interreligieuze gesprek: 'Mani's geloof over de wetten en de profeten was, dat Adam als eerste door God met gnosis en wijsheid werd begiftigd, na hem Seth, na deze Noach, toen na hem Abraham. Vervolgens heeft Hij de Boeddha's naar het land India en Zarathoestra naar het land Perzië gezonden, en Christus, het Woord van God, en zijn Geest naar het land van de Grieken en het Westen, en na Christus zond Hij Paulus tot hen. Daarna kwam het Zegel der Profeten in het land der Arabieren'.

Heilige oorlogen zouden tot het verleden kunnen behoren, als iedereen dit zou geloven.

Deel dit artikel