Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoofdrolspelers Srebrenica

Home

* Tijdens de val van Srebrenica zaten op diverse plekken in de VN-commandostructuur en in Den Haag Nederlandse militairen in belangrijke functies. Het Niod-rapport kan bepalend zijn voor hun toekomst. Hieronder de meest betrokken militairen.

Thom Karremans (20-12-48). Er zullen niet veel mensen zijn in Nederland die zo ongenadig veel kritiek over zich heen hebben gekregen als de commandant van het laatste Dutchbat-bataljon dat in Srebrenica zat. De kern van de meeste verwijten is dat hij als VN-commandant geen verzet bood tegen de Servische aanvallers én dat hij te weinig heeft gedaan om de moslims te redden. Na zijn berucht geworden persconferentie op 22 juli 1995 in Zagreb houdt hij zich min of meer schuil. Hij schreef een boek ('Srebrenica, who cares?', 1998). Daarin pleitte hij zichzelf en Dutchbat vrij. Ophef veroorzaakte ook zijn bevordering tot kolonel. Hij verblijft voornamelijk in het buitenland, eerst in de VS en nu als stafofficier op het Navo-hoofdkwartier in Heidelberg.

Rob Franken (24-08-50). Doordat Karremans ziek was, had plaatsvervangend commandant majoor Franken de feitelijke leiding over Dutchbat toen Srebrenica werd ingenomen. In die hoedanigheid stuurde hij 500 moslimmannen van de compound in Srebrenica, waarvan de meesten sindsdien worden vermist. Zijn relatie met Karremans liet te wensen over. Na zijn bevordering tot overste werkt hij nu als hoofd crisisoperatiën bij de eerste divisie in Apeldoorn.

Cees Nicolai (29-10-47). De brigade-generaal was tijdens de val van de enclave chef-staf van de VN-vredesmacht Unprofor in Sarajevo, onder commandant Smith. Alle verzoeken voor luchtaanvallen van Karremans passeerden zijn bureau. Onduidelijk is of hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor het uitblijven van luchtsteun. Smith was tijdens de cruciale Servische aanval op vakantie. Nicolai is later bevorderd tot generaal-majoor en momenteel commandant van het commando opleidingen bij de Koninklijke Landmacht.

Ad van Baal (15-01-47). Minister De Grave nam een risico door Van Baal twee jaar geleden tot bevelhebber van de Koninklijke Landmacht te benoemen. Als plaatsvervangend bevelhebber werd hij door critici verantwoordelijk gehouden voor het doorgeven van een veel te rooskleurig beeld van de situatie in Srebrenica naar de politieke leiding. Ook zou hij onwelgevallige zaken in de doofpot hebben gestopt, hetgeen volgens de commissie-Van Kemenade niet het geval was. Van Baal bevorderde Karremans tot kolonel. Minister Voorhoeve reageerde destijds woedend, omdat hij vond dat hij had moeten worden geraadpleegd. Het Niod-rapport kan helderheid verschaffen over zijn inzet.

Hans Couzy (23-09-40). Landmachtbevelhebber Couzy was geen groot voorstander van de missie naar Srebrenica. Toch ging hij akkoord onder druk van de politiek en ondergeschikten, die de uitzending wel zagen zitten. Toen Dutchbat op 21 juli uit Srebrenica terugkeerde naar Zagreb wachte hij ze op en gaf ze een feestelijk onthaal. Hij ontkende toen dat er sprake was van genocide. Met Van Baal wekte hij de indruk zich vooral te hebben bekommerd om de blauwhelmen uit de enclave te krijgen. Zijn relatie met Voorhoeve was uiterst koel, ook door zijn boek 'Mijn jaren als bevelhebber'. Hij is met pensioen.

Deel dit artikel