Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Homo-instructie / ’Vaticaan geeft harde klappen uit zelfhaat’

Home

door Marc van Dijk

De strenge Vaticaanse instructie die homoseksuelen moet weren van de seminaries, is wisselend ontvangen – met instemming bij de bisschoppen, vol afkeer bij veel rk homo’s, om de ’grievende, zelfvernietigende woorden’.

Tweeëntachtig is hij nu, en ruim zestig jaar broeder. Maar hij wil absoluut niet met zijn naam in de krant als homoseksueel. Niet uit schaamte. „De overste wil niet dat ik het bekendmaak, dat zou een scheiding in de kloostergemeenschap kunnen veroorzaken”, zegt hij.

Pas rond zijn dertigste, toen hij de boeken van Gerard Reve onder ogen kreeg, begon hem iets duidelijk te worden over zichzelf. Het kwam allemaal terug, de onbestemde depressies in zijn puberjaren, de suïcidale gedachten, het impulsieve jawoord dat hij als jongen had gegeven – ’dan maar het klooster in’. De overste stuurde hem naar ’een speciale psycholoog’. Toen was er snel duidelijkheid. Hij kan een brede grijns niet onderdrukken als hij eraan terugdenkt. „Je bent het, voor tweehonderd procent.”

De monnik maakte kennis met de homo-scene, stelde enkele vertrouwde medebroeders op de hoogte en kreeg mentale steun van zijn superieuren. ,,Van de overste kreeg ik allerlei boeken en tijdschriften.”

Als vanzelfsprekend bleef hij in zijn klooster.

Hoe zou het hem vergaan wanneer hij nú als jongeman voor de poort van klooster of seminarie stond? Natuurlijk, de vergelijking is haast onmogelijk, deze tijd is in talloze opzichten anders. Maar toch: hij zou volgens de letter van de onlangs aangescherpte wet voor geen enkele wijding in aanmerking komen.

De Nederlandse bisschoppen benadrukten in hun reactie op de instructie vooral het belang van ’groei in het celibaat’. Omdat onthouding en kuisheid feitelijk los staan van de seksuele geaardheid van een kandidaat, stellen de bisschoppen niet met zoveel woorden dat een homoseksuele man sowieso ongeschikt is voor het priesterschap. Maar de Vaticaanse instructie doet dit wel degelijk. De tekst beperkt zich niet tot ’praktiserende’ homo’s en tot hen die de ’homo-cultuur steunen’. Ook als een kandidaat ’diepgewortelde homoseksuele neigingen vertoont’, hebben zowel begeleiders als kandidaat volgens het document de verplichting aan de rem te trekken en de weg naar diaken- en priesterwijding te onderbreken.

De term ’neigingen’ geeft aan dat homoseksualiteit volgens de rk kerk geen identiteit is. De catechismus onderscheidt homoseksuele ’handelingen’ en ’neigingen’. De eerste zijn ’immoreel en tegenstrijdig met de natuurwet’ en hoe dan ook verwerpelijk. Ook de tweede zijn ’objectief ongeordend’ en ’een beproeving’ voor degene die ermee te kampen heeft. Je moet de personen in kwestie ’met respect en gevoeligheid accepteren’, maar je mag nooit ’de negatieve gevolgen over het hoofd zien’ die de priesterwijding van zo iemand zou veroorzaken. Want: „Zulke mensen bevinden zich in feite in een situatie die hen sterk belemmert om correcte relaties met mannen en vrouwen te onderhouden.”

Voor het geval kerkbestuurders geneigd zijn de woorden niet al te letterlijk te nemen, werd de instructie verstuurd met een vertrouwelijke brief, die via het Amerikaanse katholieke persagentschap CNS in de media belandde. Daarin staat dat de richtlijn getrouw dient te worden nageleefd. Bovendien legt hij een beperking op aan reeds gewijde homoseksuele priesters: voortaan mogen zij niet meer tot rector of docent op een seminarie worden aangesteld, dat zou problemen geven bij de ’vorming van toekomstige priesters’.

De instructie is officieel afkomstig van het ’onderwijsministerie’, maar de begeleidende brief vermeldt dat de tekst vanaf 1996 tot stand kwam op initiatief van de congregatie voor de geloofsleer, destijds geleid door kardinaal Ratzinger, de huidige paus. De kerk werd (en wordt) geplaagd door misbruikschandalen; de instructie is hier een indirecte reactie op. Daarbij wordt de rk kerk tegen haar zin in steeds meer geassocieerd met (latente) homoseksualiteit. Het document is een poging dit imago te doorbreken.

Een ontkenning van de feitelijke situatie, vindt Theo Koster, woordvoerder van het Werkverband Katholieke Homo-Pastores. Hij is ervan overtuigd dat zijn club, die tachtig leden telt, stukken kleiner is dan hij op basis van de werkelijkheid zou moeten zijn. Harde cijfers heeft hij niet; het laatste Nederlandse onderzoek stamt uit 1983. Daarin gaf twintig procent van de rk priesters aan niet hetero te zijn. Maar in Amerika schommelen meer recente onderzoeken naar het homogehalte van seminaries tussen de zestig en zeventig procent.

,,Op basis van onze contacten met Nederlandse seminaristen vermoeden we dat het hier niet veel anders is”, zegt Koster. ,,Op zichzelf is dat geen probleem, maar in combinatie met de onbespreekbaarheid ervan is het een zeer ongezonde situatie.”

De dominicaan en Nijmeegse studentenpastor constateert dat de ’openheid’ van de tijd dat hijzelf als uitgesproken homo zijn priesterwijding ontving, de laatste twintig jaar langzaamaan verdwenen is. ,,Priesters zijn zeer op hun hoede. Als je iets zegt loop je het risico dat je aangepakt wordt. Kijk naar mij, ik ben nu al sinds 1989 woordvoerder van dit werkverband. Er is geen opvolger te vinden.”

Is de nieuwe richtlijn niet juist bedoeld om wél over (homo)seksualteit te kunnen praten op de opleidingen? Als dat zo is, is die poging volgens Koster jammerlijk mislukt, alleen al vanwege de ’onhanteerbare begrippen’ en de volharding in het Vaticaanse standpunt dat het om een afwijking gaat. Wel is Koster blij dat de Nederlandse bisschoppen dergelijke woorden niet hebben overgenomen. ’Als de bisschoppen hun woord houden’ denkt Koster dat het in Nederland mogelijk blijft ’evenwichtig te groeien in het celibaat’, ook voor homo’s.

Over de gevolgen die de instructie internationaal zal hebben, maakt hij zich meer zorgen. Op de Wereldjongerendagen (WJD), afgelopen zomer in Keulen, ging Koster voor in een homo-lesbo-mis. Het organiserende comité had uitgebreid gezocht naar een Duitse priester, maar die bleek volgens Koster eenvoudigweg niet te vinden. „In Duitsland gaan ze allemaal weer ondergronds.” De opkomst was ook niet enorm: de WJD-organisatie had de website met alle informatie over het initiatief ontoegankelijk gemaakt.

Ook de stichting Dignity Nederland, die sinds 1987 streeft naar ’volledige integratie en emancipatie van homo’s in de rk kerk’, reageerde fel op de nieuwe instructie. Volgens Dignity getuigt de tekst van ’moedwillige blindheid voor hedendaagse inzichten over de menselijke seksualiteit’. De stichting vreest ’grote schade voor de hele kerk’ en een meer gesloten, homovijandige omgeving die velen zal dwingen ’weer dieper in de kast te gaan’.

Volgens Dignity-voorzitter Ronald Pellemans doemt uit de nieuwste woorden andermaal het beeld op van het Vaticaan als reusachtige ’potenrammer’, die uit afgrijzen over zijn eigen spiegelbeeld harde klappen uitdeelt. Die houding is niet van buitenaf te veranderen, beseft Pellemans. De kerk zal, net als agressieve cryptonichten van vlees en bloed, zélf een coming-out moeten bewerkstelligen en ’ermee om leren gaan’. Bij Dignity merken ze overigens niet zoveel van de nieuwe geslotenheid. Toen de stichting eind jaren tachtig haar eerste homo-lesbo-eucharistievieringen hield, was er bijna geen voorganger te vinden. Tegenwoordig zijn er in Nederland meer priesters die willen voorgaan dan Dignity aan kan, met slechts één maandelijkse viering in de Amsterdamse Magdalena-kapel, hun ’oase van vrijheid’.

En toch: hoe hard de Vaticaanse woorden ook kunnen klinken, en hoezeer de bisschoppenconferenties die woorden ook ter harte nemen; Rome blijft ver weg.

„Tegenover vrijwel niemand ben ik open over mijn geaardheid”, zegt een Brabantse dorpspastoor van in de dertig. „Maar ik vind het ook niet relevant om dat te zijn.”

Hij wil best vertellen over zijn gevoelsleven, de strijd die hij leverde, zijn vriend met wie hij nu veel samen is, maar alleen als zijn naam niet in de krant komt. ,,Ik weet zeker dat ik dan op het matje word geroepen bij de bisschop. En het bisdom heeft de middelen om een priester keihard te laten vallen.”

Hij gaat nog regelmatig uit met zijn studievrienden van het Bossche seminarie. „Toen ik er zat, ruim tien jaar geleden, was in elk geval vijftig procent van de studenten homo. En dan heb ik het alleen over degenen van wie ik het zeker wist, uit gesprekken.”

Natuurlijk steekt het hem enorm als het Vaticaan weer eens benadrukt hoe ’tegennatuurlijk’ zijn geaardheid is. Zelf ervaart hij zijn gevoelens niet zo – dat volstaat. En zolang hij niet van de daken schreeuwt hoe hij is, laat zijn kerk hem met rust. Seksualiteit is in het leven van alledag geen onderwerp van gesprek, en dat hoeft het wat de jonge priester betreft ook nooit te worden. ,,Alleen mijn ouders heb ik verteld hoe ik ben, de rest van mijn familie weet het niet eens.”

Op zijn zeventiende begon hij aan zijn priesteropleiding. Was het feit dat hij daarna niet meer voor zijn geaardheid hoefde uit te komen ook deel van zijn afweging? ,,Dat vroegen mijn ouders ook. Nee hoor. Wél een prettige bijkomstigheid.”

Destijds wilde hij ’het’ niet zijn. Hij voegde zich naar het celibaat. „De regel is helder. Daar leef je een tijd naar. Maar op een gegeven moment besef je dat je toch wel heel erg alleen staat, en dat altijd zult blijven. In een kast van een huis. Dan laat je het celibaat stukje bij beetje los, om te kijken wat er gebeurt. En dan gebeurt er eigenlijk niets. Je wordt rustig. Voor het eerst.”

Zijn parochianen zullen van alles denken, beaamt hij, als hij met zijn vriend een biertje drinkt in het dorp. Maar ze zullen hem niets vragen, en hij zal niets zeggen.

Deel dit artikel