Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoge staatsschuld? Laten we de echte problemen oplossen

Home

Esther Bijlo

De Amerikaanse president Barack Obama. In de VS onderhandelen Democraten en Republikeinen al maanden hard tegen hard over het verhogen van het schuldplafond. © epa

Wie heeft toch bedacht dat een hoge staatsschuld erg is? De totale fixatie in de VS en Europa op het terugdringen van schulden is juist de kern van het probleem, vindt een aantal gerenommeerde economen. Overheden moeten geld uitgeven. Aan het creëren van banen.

De Verenigde Staten en Europa zijn in de ban van hoge overheidsschulden. Met heel veel moeite slaagden de leiders van de Europese Unie er vorige week in een nieuw plan voor de redding van Griekenland op te tuigen. In de VS onderhandelen Democraten en Republikeinen al maanden hard tegen hard over het verhogen van het schuldplafond. Komende dinsdag moet dat een feit zijn, anders kan de federale overheid allerlei betalingen niet meer doen. Is een hoge staatsschuld per definitie een economische doodzonde? En hoe komen we weer uit deze malaise? Een reactie op vier stellingen.

1. De ene schuld is de andere niet
"Wij zijn echt Griekenland niet", roepen Amerikaanse analisten en economen al weken hard in koor. Dat klopt. In Griekenland ballen verschillende problemen zich samen tot een bijna onoplosbare mix. Een hoge staatsschuld gaat gepaard met het onvermogen netjes belasting te innen, veel corruptie en een economie die te weinig groeit om die problemen op te vangen. Die schuld is dan op een gegeven moment niet meer te financieren omdat het vertrouwen dat die nog wordt terugbetaald, slinkt.

Omdat Griekenland geen eigen drachme meer heeft, maar deel uitmaakt van een muntunie, kan het geen bankbiljetten bijdrukken om op die manier uit de problemen te komen. De VS kunnen dat wel en doen dat ook.

Het Amerikaanse probleem is dat de hoogte van de staatsschuld onderwerp is van democratische besluitvorming. Het plafond van de schuld ligt vast en er is telkens toestemming van het Congres nodig om het te verhogen. Dit keer levert dat een hoop gedoe op. De Republikeinen ruiken politiek bloed en maken het president Obama en zijn Democraten zeer lastig door in ruil voor hun stem hoge bezuinigingen te eisen.

Ook in de Europese Unie kunnen landen met recht zeggen 'dat ze Griekenland niet zijn'. Ierland en Spanje kampen niet met hoge overheidsschulden maar met uit elkaar gespatte vastgoedbubbels. De Ierse overheid is zo dom geweest garant te gaan staan voor de banken die te grote risico's met bouwprojecten waren aangegaan. Daardoor kwam de Ierse staat alsnog in de problemen.

2. Niemand weet hoe hoog een staatsschuld mag zijn
Bij de invoering van de Europese muntunie beloofden de deelnemende landen in het Stabiliteitspact dat de overheidsschulden niet hoger mochten zijn dan 60 procent van het bruto nationaal product. Dat is een uit de lucht gegrepen getal. Er is geen economische onderbouwing voor, stelden economen die kritisch waren over de opzet van de muntunie toen al. Er is geen hard bewijs dat een land met een schuld van 50 procent het economisch beter doet dan een land met een schuld van 70 procent.

Recent hebben de Amerikaanse economen Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff geprobeerd wel een verband aan te tonen tussen de hoogte van de schuld en economische groei. Zelfs na een uitgebreide data-analyse van 44 landen over 200 jaar moeten de twee tot de conclusie komen dat er bij staatsschulden die onder de 90 procent blijven, weinig zinnigs over te zeggen is. Komt de overheidsschuld boven die grens uit, dan lijkt dat, grosso modo, ongeveer 1 procent aan economische groei per jaar te kosten. De conclusie is voorzichtig. 'Meer onderzoek is nodig', constateren Reinhart en Rogoff dan ook.

Zelfs op die voorzichtige uitkomst valt nog wel wat af te dingen, stelde Robert Shiller, hoogleraar economie aan de Amerikaanse Yale University vorige week. Want als je die conclusie nader bestudeert, blijkt dat vooral landen met een oplopende staatsschuld een lagere economische groei laten zien. Het gaat dus niet om het percentage op zichzelf maar om de beweging. Bovendien kun je dan net zo goed omgekeerd redeneren: minder groei zorgt ervoor dat de schuld oploopt. Een kip-en-ei-probleem dus.

Volgens Shiller is het fundamentele probleem van de VS en Europa op dit moment juist de totale fixatie op de hoogte van de schuld. Het debat gaat alleen maar daarover en de financiële markten reageren er veel te sterk op. In zo'n klimaat kan iedere zorg over de hoogte van de overheidsschuld een self-fulfilling prophecy worden.

3. De uitgang uit het doolhof van schulden: meer uitgeven
De voormalige minister van werkgelegenheid onder Clinton, Robert Reich, roept het al tijden op allerlei fora en schreeuwt het steeds harder uit in zijn tweets: de obsessie met schuld moet plaatsmaken voor een obsessie met banen. Er zijn 15 miljoen Amerikanen werkloos, de huizenmarkt is in diepe malaise, consumenten houden het geld in de portemonnee, bedrijven investeren veel te weinig en in Washington krakelen politici de hele dag over het schuldplafond.

Achter de noodkreten van Reich, en hij is niet de enige, schuilt een fundamenteel probleem van de Amerikaanse economie en diepe onenigheid in Washington over het recept om het op te lossen. Die economie is bleekjes aan het herstellen maar nog steeds een kwetsbare patiënt. Dat bleek een paar weken geleden uit de laatste werkgelegenheidscijfers, waar Amerika van schrok. Ondanks de lichte economische groei was de werkloosheid niet gedaald maar gestegen.

Aangezien burgers het geld niet laten rollen, bedrijven afwachten met investeren en de VS het niet van de export moeten hebben, blijft er maar een partij over die de economie kan aanzwengelen: de overheid. Die zal moeten investeren, in infrastructuur of energieprojecten bijvoorbeeld, om de banenmotor weer op gang te krijgen. Dan krijgen mensen weer meer te besteden, zien bedrijven er weer brood in, komt er weer meer belasting binnen en gaat via de weg van de groei en hogere belastinginkomsten de staatsschuld weer omlaag.

De Republikeinen en de Tea Party doen dit medicijn echter af als verderfelijke spilzucht van de overheid. De tegenstellingen tussen de conservatieven en de Democraten op dit punt zijn zo groot, dat de discussie zich op een andere vraag toespitst: hoeveel uitgaven moet de overheid schrappen om de schuld terug te dringen?

4. De schuldenmalaise is nog lang niet afgelopen
Stel dat de Amerikanen volgende week een compromis bereiken over het ophogen van het schuldplafond. Dan nog kan de wereld niet opgelucht adem halen. Zo'n compromis is waarschijnlijk omdat de gevolgen niet te overzien zijn als Amerika niet meer aan zijn verplichtingen zou kunnen voldoen. Dan komt er een moeilijk voorspelbare dominoreactie op gang, te beginnen bij de ratingbureaus die de VS als een minder betrouwbare betaler zullen bestempelen.

Maar gesteld dus dat die crisiskermis niet gaat plaatsvinden, zijn de VS nog niet uit de problemen. Voor gezonde Amerikaanse overheidsfinanciën moet niet alleen de economie weer meer gaan groeien, er moet ook structureel meer belastinggeld binnenkomen. De tarieven zijn in de loop der tijd zodanig verlaagd, dat de basis te klein is geworden voor een land dat nog enig niveau van gezondheidszorg, onderwijs en publieke voorzieningen in stand wil houden. Ook hier zal Obama stuiten op een ferm 'no' van de Republikeinen en de Tea Party.

Ook in Europa zijn de problemen na het sluiten van de Griekse deal vorige week nog lang niet voorbij. Het noodfonds dat nu is opgetuigd dicht wel een van de weeffouten van de muntunie: het kan door de eurolanden gegarandeerde obligaties uitgeven. Landen in problemen kunnen dan makkelijker en goedkoper aan geld komen om er weer uit te komen. Maar het fonds is maar half gevuld, klonk deze week al als kritiek van economen en analisten. Er moet eigenlijk zeker twee keer zoveel geld in als de 750 miljard euro die er nu voor staat om geloofwaardig te kunnen opereren.

Op de lange termijn zal de muntunie verder moeten integreren naar een echte economische unie, met een gezamenlijk begrotingsbeleid. Dat zal een pijnlijk proces worden waarbij de euro slechts overeind gehouden kan worden als alle landen bevoegdheden uit handen geven en in Brussel neerleggen. Sterke regio's zullen de zwakken moeten helpen als dat nodig is, zoals ook in de VS gebeurt.

Tot voor kort waren van Amerikaanse economen triomfantelijke stukken te lezen met de strekking: 'we zullen Europa wel eens even leren hoe je een muntunie runt'. Nu gaat de aandacht aan de andere kant van de Atlantische Oceaan even uit naar andere problemen.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel