Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hofland: meester van hoofdzaken en bagatellen

Home

Rob Schouten

Met Henk Hofland koos de jury van de P.C. Hooftprijs voor een oude journalistieke rot. Een die uitblinkt door zijn kritische distantie en rake, soepele stijl.

Voor de eerste keer in de geschiedenis van de P.C. Hooftprijs gaat deze naar een uitgesproken journalist, een superjournalist zelfs: H.J.A. Hofland. In 1999 werd Hofland door zijn collega’s uitgeroepen tot de journalist van de (twintigste) eeuw en de hoogste literaire prijs van Nederland, de P.C. Hooftprijs 2011, vormt nu een passende bekroning van zijn werk.

Niettemin komt de onderscheiding voor sommigen misschien ook als een verrassing. In de voorbeschouwingen viel Hoflands naam niet echt. De P.C. Hooftprijsjury’s hebben de naam vooral op de literaire verdiensten van een laureaat te letten. Maar wellicht is met ingang van 2008, toen de socioloog Abram de Swaan hem won, een nieuwe weg ingeslagen.

Opmerkelijk genoeg was er een vermoeden, vanwege de samenstelling van de jury met onder andere Jaap Goedegebuure en Sijbolt Noorda, dat de P.C. Hooftprijs dit jaar wel eens naar een christelijk essayist kon gaan. Ook vielen de namen van talloze biografen die de laatste jaren de aandacht trokken, naast die van iemand als Geert Mak, bij uitstek schrijver van historische maar literaire non-fictie. Maar het werd de oude journalistieke rot Henk Hofland.

Henk Hofland (1927) bracht een groot deel van zijn jeugd door op de puinhopen van het gebombardeerde Rotterdam. Na de oorlog studeerde hij in Amsterdam en aan Nijenrode politicologie en in 1953 trad hij in dienst van het Algemeen Handelsblad waarvan hij achtereenvolgens chef van de zaterdagbijlage was, adjunct-hoofdredacteur en hoofdredacteur. De fusie met de Nieuwe Rotterdamse Courant tot het NRC Handelsblad, waarvan Hofland ook een paar jaar hoofdredacteur was, leidde enerzijds tot zijn val als redacteur, maar luidde anderzijds een nieuwe en vruchtbare tweede helft van zijn carrière in.

Als progressief denker had Hofland het altijd moeilijk gehad met de conservatieve achterban van zijn krant, nu hij zich als freelance-publicist kon laten gelden kwam hij tot grote wasdom met stukken die achter de waan van de dag steeds naar de essentie van gebeurtenissen en opinies zochten.

De schrijver die zich ooit als ’anarcho-liberaal’ afficheerde en die zich ergens in het niet-confessionele midden van het politiek-maatschappelijk spectrum ophoudt, heeft de afgelopen decennia als columnist voor NRC en ook De Groene een ware stortvloed aan stukken over maatschappij, wetenschap en kunst verzorgd. Daarnaast schreef hij, deels onder zijn pseudoniem S. Montag, ook nog eens talloze columns waarin hij zich een verwoed verzamelaar van eigenaardige memorabilia en chroniqueur van het dagelijks leven toonde. Verder schreef hij onder zijn eigen naam ook een aantal romans, waarin hij overigens zijn kritische columnistenaard niet verloochende, zoals ’De alibi-centrale’ (1990) en redelijk recent nog de politieke roman ’Cicero consultants’ (2007).

Wezenlijk in al het werk van Hofland is de kritische distantie tot zijn onderwerp en de fraaie, soepele maar toch altijd rake stijl. Met de P.C. Hooftprijs bekroont de jury een werk dat zich in zekere zin ook afzet tegen huidige journalistieke praktijken van de vlotte, vaak ondoordachte onderzoeksjournalistiek van bijvoorbeeld Geenstijl of de gewoonte van jongere journalisten om politici en andere mediafiguren tot onvoorzichtige of onthullende uitspraken te verlokken. Hoflands journalistiek is er daarentegen een van uitgesproken reflectie en historisch inzicht. Hij is ook bij uitstek een schrijvende journalist, niet iemand die slachtoffers microfoons onder de neus duwt in de hoop op soundbites.

Wie in zijn oeuvre rondneust treft een mer à boire aan belangstellingen aan, een zee die zich uitstrekt van de grootste politieke en historische onderwerpen, zoals de democratische pretenties van de VS of de dekolonisatie van Indonesië (waarin hij zich kritisch toont over de bangelijke Nederlandse politiek) tot de kleinste prulletjes, zoals de schoonheid van Dinky Toys of ander speelgoed.

Hofland bezit een bijzondere gave om het wezen van de menselijke belangstelling voor grote en kleine zaken te ontrafelen. Als voorbeeld van een groot onderwerp haal ik een passage aan uit zijn essay ’Hitler en de sick joke’, waarin hij alle mogelijke Hitler-literatuur de revue laat passeren om tenslotte kritisch de overmatige belangstelling voor Hitler te analyseren. Hij heeft het dan over „de klinische belangstelling voor het nazisme als openbaring van menselijke mogelijkheden; een neutrale en immoralistische houding, die gemakkelijk overgaat in een moralistische, namelijk wanneer de geschiedenis van de nazistische praktijk gebruikt wordt tegen de humanistische pretenties van degenen die na 1945 de wereld wilden verbeteren”.

„Hier zijn we bij de voorhoede van het publiek, dat zich door de Hitler-literatuur de adem laat benemen. Nu begint het bekijken van de gek, het bewonderen van de carrière (’ondanks alles’), het geïmponeerd zijn door de macht en ten slotte het verlangen naar de chaos. Hoewel belangstellenden, in flapteksten ’gefascineerde lezers’ genoemd, in alle politieke richtingen te vinden zijn, horen zij naar hun mentaliteit bij Rechts, dat Links beantwoordt door tegenover de rede de uitbarsting te stellen, tegenover verdraagzaamheid macht en tegenover een door kalme logica beheerste democratie de razende chaos.”

In zo’n fragment lees je tussen de regels door veel van de karakteristieke Hofland, zijn hunkering naar het verstandige midden, zijn afkeer van moralisme maar ook zijn beheerste angst voor populisme. Het huidige politieke klimaat en de bijpassende journalistiek zullen hem allicht niet al te hoopvol stemmen.

Anderzijds is hij ook wel weer dol op tijden van verandering, ten goede of ten kwade: het tijdvak van Reagan en Gorbatsjov, toen de Koude Oorlog afliep en een onbekende nieuwe wereld zich aandiende, was zijn finest hour. Hij zat toen in New York en je proefde de energie die die stad bij hem losmaakte, zoals trouwens ook zijn geliefde en gehate Amsterdam dat bij hem pleegt te doen.

In zijn ’Memoires van een journalist’ geeft hij een deel van zijn journalistieke credo: „Intussen ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat het voor een journalist die zijn beroep op internationaal niveau wil uitoefenen – wat dat betreft moet men nooit te bescheiden zijn – onontbeerlijk is dat hij afstand van zijn vak neemt, in zijn lectuur en daarna ook in geschrifte. Ik denk ook dat men daar jong mee moet beginnen, maar of het lukt hangt niet alleen af van iemands persoonlijke ambitie. Je moet ook je omgeving mee hebben. Ook in dat opzicht heb ik geluk gehad.”

Het is denk ik vooral die distantie, meer nog dan de journalistieke scherpte van zijn observaties, die hem de P.C. Hooftprijs heeft opgeleverd. Een kleine zestig jaar lang nu houdt Hofland de vinger aan de pols van kritisch Nederland, in een verfijnde, soms speelse stijl. Dezelfde scherpte die zijn politieke essays karakteriseert, komt ook op het terrein van de bagatellen, variërend van observaties tijdens de afwas tot alledaagse ervaringen in de buitenlucht, tot volle bloei.

Zelfs in zijn ironische overdrijving is Hofland/Montag een meester: „In Lelystad was ik nog nooit geweest. Vandaar dat ik deze week, bij bol weer, een frisse wind en een hemel met cumulus, mijn paard zadelde, het dier de sporen gaf, en vrienden en bekenden in een stofwolk achterlatend, op weg ging naar mijn kameraad de landdrost”. Over een bezoek aan Han Lammers, vriend uit het intellectuele Herenclubje waar naast Hofland ook lieden als Hans van Mierlo en Harry Mulisch toe behoorden en die door Max Pam ironisch werd beschreven in de gelijknamige roman ’De herenclub’.

Voorafgaand aan de P.C. Hooftprijs ontving Hofland al diverse onderscheidingen, de Anne Frankprijs, de Gouden Ganzeveer, de Wolfert van Borselenpenning en een eredoctoraat in Maastricht. De P.C. Hooftprijs 2011, ook al was hij misschien niet verwacht, komt al met al bepaald niet uit de lucht vallen.

Lees verder na de advertentie
Een kleine zestig jaar lang al houdt Hofland de vinger aan de pols van kritisch Nederland. (FOTO MAARTEN HARTMAN) © Maarten Hartman



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie