Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hof heeft waarschijnlijk genoeg bewijs

Home

door Sybilla Claus

Soedan is niet van plan minister Muhammad Harun en de leider van de Janjaweed Ali Kushayb uit te leveren aan het Internationaal Strafhof.

De Soedanese minister van justitie Al-Mardi heeft de beschuldigingen tegen de twee van oorlogsmisdaden in Darfur van de hand gewezen als laster. Toch bestaat de kans dat meer hooggeplaatste Soedanezen kandidaat worden om te worden aangeklaagd.

Daar dringt onder meer mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch op. Maar dat is van later zorg. Voor nu lijkt het logisch dat aanklager Moreno-Ocampo begint met een solide aanval op twee hoofddaders. De verantwoordelijkheid van de Soedanese president is veel moeilijker aan te tonen.

Harun stond in Darfur bekend als de ’man uit Khartoem’, de hoofdstad van Soedan. Hij kwam persoonlijk kalasjnikovs en andere wapens brengen. Hij betaalde de Janjaweed in contanten uit een begroting waarop het parlement geen controle had. De Janjaweed trokken vervolgens moordend, verkrachtend en plunderend door het land, ’God is groot’, roepend, en van vreugde in de lucht schietend als ze bij hun verkrachtingen een maagd aantroffen. Burgers die durfden te klagen kregen te horen dat de Janjaweed „op bevel van de onderminister handelden”, aldus getuigen die de medewerkers van Moreno-Ocampo hebben gevonden.

De benoeming van Ahmed Harun (± 42) tot hoofd van het ’Darfur veiligheidsbureau’ begin 2003 betekende het begin van een keiharde aanpak. Die had Harun, afgestudeerd in Cairo en opgeleid als rechter, in de jaren negentig al geoefend als hoofd van de reservepolitie in de deelstaat Kordofan. Het is in Soedan al decennialang een beproefd recept om rebellen te bestrijden door met grof geweld dorpen en stadjes aan te vallen van het volk waar die rebellen toevallig uit voortkomen. Omdat er te weinig soldaten zijn, gebeurt dat met hulp van andere burgers: vaak stammen van Arabische komaf, die bewapend en betaald worden door Khartoem. Als beloning mogen ze alle plunderbuit houden.

Zuid-Soedan is aan deze tactiek al ten onder gegaan. De strategie wordt met de beschuldiging van het Internationaal Strafhof nu eindelijk internationaal juridisch aangevochten. Ook in Darfur werden vooral de zwarte volkeren Fur, Zaghawa en Masalit slachtoffer. De visie van de dictatuur is simpel: geen rebellen aanvallen, maar juist burgers, omdat die hen wel zullen steunen.

In toespraken, bijvoorbeeld in Al Geneina in juli 2003, maakte Harun duidelijk wie de baas was in Darfur: „Ik heb alle macht en autoriteit om willekeurig wie in Darfur te doden of te vergeven in het belang van vrede en staatsveiligheid”. Bij een andere gelegenheid zei hij: „Dat we het gebied van de Fur, Zaghawa en Masalit binnen een maand kunnen schoonvegen”. En: „We kunnen driekwart van de Darfuri doden, om de andere kwart te laten leven”.

Stamleider Ali Kushayb (± 50), die in West-Darfur halverwege 2003 de leiding had over duizenden milities, was zo iemand die meevocht tegen de ’opstandelingen’. Talloze malen leidde hij aanvallen op dorpen.

Het aangevoerde bewijs zal de komende tijd worden beoordeeld door de rechters, die moeten bepalen of het genoeg is om een arrestatiebevel tegen de twee uit te vaardigen.

Deel dit artikel