Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoezo is de ongelijkheid in Nederland groot?

Home

Esther Bijlo

© David van Dam, HH
Interview

Komende week praat de spraakmakende Franse econoom Thomas Piketty met Tweede Kamerleden over ongelijkheid. Veel eer voor iemand wiens boodschap rammelt, vindt ex-staatssecretaris Willem Vermeend.

Uit pure ergernis heeft Willem Vermeend een boek geschreven. Hoezo is de ongelijkheid in Nederland groot? Hoezo moeten we daar wat aan doen? Geagiteerd dook de voormalig PvdA-staatssecretaris van financiën in de cijfers en schreef een boek: 'Arm en rijk in Nederland. Hoe het echt zit met inkomen en vermogen'. Goed getimed is het verschenen net voordat de Nederlandse vertaling van het magnum opus van Thomas Piketty, 'Kapitaal in de eenentwintigse eeuw', in de boekhandels ligt.

De Franse econoom baarde wereldwijd opzien met zijn vuistdikke boek over de groeiende ongelijkheid in westerse economieën. Aan de hand van enorme databestanden over inkomens en vermogens, die twee eeuwen terug gaan, betoogt hij dat het Westen weer op weg is naar de rentenierssamenleving uit de negentiende eeuw. De rijken worden rijker en de economie groeit de komende decennia niet hard genoeg om de rest te laten meeprofiteren. Die ontwikkeling, eigen aan het kapitalisme, bedreigt de sociale welvaartsstaten. Tenzij beleid, een wereldwijde vermogensbelasting bij voorbeeld, het tij keert.

Nederland komt in het onderzoek van Piketty niet voor. Maar het inspireerde wel anderen - de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, hoogleraren en politici - om te stellen dat ook Nederland een probleem heeft. Zo'n gelijkheidsparadijs is het hier niet, klonk de waarschuwing. Daarop nodigde de Tweede Kamerfractie van GroenLinks Thomas Piketty uit om zijn onderzoek toe te lichten. Komende woensdag schuift hij aan op het Binnenhof.

In een kantoorpand op een Gouds bedrijventerrein maakt Willem Vermeend een wegwuivend gebaar. Hij zit in een vergaderzaaltje van de Cross Media Group, een internetbedrijf waar hij als ondernemer in investeert. "Piketty is een doemdenker. Nederland is van oudsher een pessimistisch land. Zo'n discussie over ongelijkheid uit het buitenland nemen we met graagte over. 'Kijk eens wat eraan komt?', zeggen we dan. Die man moet naar de Tweede Kamer komen! Waarom? Nodig eens iemand uit die kan uitleggen hoe de wereld er goed uit kan zien, hoe we duurzame economische groei kunnen realiseren."

Maar Piketty heeft wel een punt, hij toont aan dat de ongelijkheid groeit.
"Wat ik heel knap vind aan zijn boek is het monnikenwerk. Al die data, dat is een prestatie van formaat. Ook is hij erin geslaagd het onderwerp hoog op de agenda te zetten. Maar ik ben het niet eens met zijn oplossing: meer belasting heffen. En ik ben het niet eens met hoe hij denkt dat de rijkdom zich gaat ontwikkelen. Hij denkt dat de vermogende mensen allemaal renteniers zijn. Dat ze hun geld op de bank zetten en het automatisch aangroeit. Dat is vanuit de Franse filosofie geschreven, het is een beetje couleur locale. Frankrijk is een van de minst innovatieve landen.

Die vermogende mensen zijn lang niet allemaal renteniers. Dat zijn grotendeels nieuwe rijken, de jongens en meisjes van bedrijven als Google en Facebook. Die combineren technologie met economie en verzinnen nieuwe dingen. Die investeren hun geld weer en creëren zo nieuwe banen, zij zetten hun geld niet op de bank. Het zijn dus geen renteniers en zij hebben hun kapitaal ook niet geërfd. Meer dan zestig procent van de rijken in de VS is als ondernemer gestart met nul dollar eigen vermogen."

Lees verder na de advertentie
Vermogende mensen zijn lang niet allemaal renteniers. Dat zijn grotendeels nieuwe rijken, de jongens en meisjes van bedrijven als Google en Facebook

In de studie die de WRR onlangs publiceerde, 'Ongelijkheid in Nederland', staan twee bijdragen van de wetenschappers Wiemer Salverda en Bas van Bavel. Salverda constateert dat de inkomensverdeling in Nederland gelijkmatig lijkt. Maar als je naar de uiteinden kijkt, de onderste tien procent en de bovenste tien procent, dan ziet het er anders uit. Volgens Van Bavel is de vermogensongelijkheid in Nederland groter dan in omringende landen.
"Dat was een slecht rapport. Ik ben echt heel kritisch over die WRR-studie en ik ben niet de enige. Dat was een puur politiek stuk, ze hebben de verkeerde auteurs gekozen. De onderste tien procent van de inkomensverdeling, waar Salverda naar kijkt, is niet maatgevend. Die groep is niet stabiel. Daar zitten jongeren in die studeren en tegenwoordig vaker een bijbaan hebben. Er zitten zzp'ers in die tijdelijk verlies lijden. Je hebt er niets aan om daarnaar te kijken. Van Bavel zegt dat de vermogensongelijkheid in Nederland is gegroeid. Maar dat komt vooral door de ingestorte huizenmarkt, die treft de middenklasse het hardst. Het grootste deel van het vermogen van Nederlanders zit in huizen. Onze pensioenen tellen bovendien niet mee in het vermogen, in een aantal andere landen wel.

In mijn boek heb ik een staatje van een econoom van de Europese Centrale Bank. Die berekent de internationale maatstaf voor ongelijkheid, de Gini, over de vermogens. Daar staat Nederland helemaal onderaan met een veel gelijkmatiger verdeling dan de WRR schrijft. Ik zeg: professoren, ik zie het niet. En de conclusie is steeds, net als bij Piketty: er moeten hogere belastingen komen."

Is dat niet rechtvaardig dan? Dat past toch bij de sociaal-democratie? Vermogens worden in Nederland relatief laag belast. Gerespecteerde economen als Bas Jacobs bepleiten vermogens zwaarder aan te slaan. En zelfs in liberale kring is dat te horen, omdat de lasten op arbeid te hoog zijn geworden.
"Welke verdeling van inkomen en vermogen goed is, is een kwestie van smaak, van ideologie. Voor de VS durf ik de stelling wel aan dat de ongelijkheid zo extreem is geworden dat het de economie schaadt. Dat zeggen ook het IMF en de Oeso. Maar in Nederland gaat dat niet op. Een gelijkmatiger verdeling kan beter zijn, maar niemand weet precies welke grens goed is, daar is geen wetenschappelijk bewijs voor. Belastingheffing is dan geen goed instrument. Dat is ook mijn ervaring als staatssecretaris. Belasting wordt altijd afgewenteld, per definitie. Toen er nog een toptarief in de inkomstenbelasting was van 72 procent, betaalden ongeveer tienduizend mensen dat. De rest dacht bij zichzelf: ik regel wel dat ik dat niet hoef te betalen. Iedereen was de hele dag bezig dat te ontlopen. Wat gebeurt er nu: met één druk op de knop verhuis je een hoofdkantoor naar Brussel. Productie kun je dankzij internet en binnenkort dankzij 3D-printers overal laten plaatsvinden. En financiële vermogens zijn heel vluchtig. Een vermogenswinstbelasting is onhoudbaar in het digitale tijdperk."

Financiële vermogens zijn heel vluchtig. Een ver­mo­gens­winst­be­las­ting is onhoudbaar in het digitale tijdperk

© David van Dam, HH

Andere landen doen het. Waarom zou dat niet in Nederland kunnen?
"Ze doen het, maar heel slecht. Het levert niks op. Ik heb zelf de grootste herziening van het belastingstelsel gedaan, samen met Gerrit Zalm, in 2001. Toen hebben we er onderzoek naar gedaan, ook internationaal. Na een gedegen analyse hebben we ervan afgezien. Wat je al niet moet optuigen aan ambtenarenapparaat om het te kunnen volgen. We moeten wat anders verzinnen, dachten we, en dat was box 3. We zijn de vermogens volgens een fictief rendement, 4 procent, gaan belasten. Nu zijn de mensen boos, omdat ze op hun spaargeld maar 1 of 2 procent rente krijgen. Dat begrijp ik wel. Het systeem belast kleine vermogens van mensen die alleen maar banksparen relatief zwaar. Je zou het meer kunnen verschuiven naar de grotere vermogens, daar ben ik het wel mee eens, dat zou ook kunnen. Maar je moet er geen grote bedragen van verwachten. Misschien een half miljard, meer is er niet uit te halen. Het is een beetje symboolpolitiek. En als je over bedrijfskapitaal meer belasting gaat heffen, dan weet je zeker dat er minder geïnvesteerd wordt. Of het gaat de grens over. Dat staat gewoon vast."

Voelt u zich als ondernemer, als investeerder, aangesproken door het ongelijkheidsdebat?
"Ik ga niet naar het buitenland. Nederland is het mooiste land van de wereld, daar ben ik hartstikke trots op. Maar we hebben het over het verkeerde probleem. De grootste ongelijkheid is die tussen mensen met een baan en mensen zonder. Dat heb ik gezien als minister van sociale zaken. We moeten voor onze kinderen banen creëren. Dat lukt niet met belastingverhoging."

Zou dat dan de sociaal-democratische agenda moeten zijn, werk?
"De PvdA moet zich daar veel meer op richten. Geen nederlagenstrategie voeren. Niet de ouderen steeds tegen zich in het harnas jagen. En niet naar links opschuiven. De PvdA verliest momenteel geen kiezers aan de SP. Ze gaan niet meer stemmen, of vertrekken naar D66.

Laat mensen met kapitaal vooral investeren, het geld in kleine bedrijven steken. De werkgelegenheid komt op dit moment niet van de grote bedrijven, die slanken af. Het komt niet van de overheid, die krimpt. Banen in Nederland komen van het midden- en kleinbedrijf, met tussen de één en vijftig werknemers, daar moet je het van hebben.

Kijk nou eens naar al die start-ups om me heen, beginnende bedrijven. Die generatie is fantastisch. Nederlandse jongeren behoren tot de beste internetters van de wereld. Als we daarin vooroplopen als land kunnen we 1 procent extra groeien. Dan moeten we wel iets doen aan ons onderwijs. Dat is mijn tweede grote zorg. Dat zegt Piketty trouwens ook, dat onderwijs een goed instrument is om ongelijkheid tegen te gaan. We moeten er meer geld in steken, en de status en het niveau van leraren verhogen. Ze mogen van mij ook meer verdienen. Mijn stelling is dat de economie en de samenleving de komende twintig jaar meer gaan veranderen dan de afgelopen vijftig jaar."

Mijn stelling is dat de economie en de samenleving de komende twintig jaar meer gaan veranderen dan de afgelopen vijftig jaar

Dat is best een boude stelling.
"Ja, het is een boude veronderstelling. Eerst hadden we de stoommachine. Toen kwamen de verbrandingsmotor en de staalindustrie. Daarna was er de computer. En nu heb je de combinatie van de computer, smartphone en tablettechnologie, big data, internet en 3D-printing. Het gaat zo snel omdat het nu pas mogelijk is alles aan elkaar te koppelen.

Een voorbeeld? Machines praten met machines. In een vuilniscontainer zit een sensor, die meldt aan de vuilniswagen dat die bijna vol is. De chauffeur weet dan dat die erheen moet. En straks rijdt de wagen er zelf heen, maar zo ver is het nog niet.

Het pessimisme dat robots al onze banen gaan overnemen, deel ik niet. Er komen ook banen bij. Landen die vooroplopen zien de werkgelegenheid juist stijgen. Dat doen we hier ook: internet koppelen aan slimme digitale toepassingen. Kijk dit horloge om mijn pols, daar zitten sensoren onder die contact maken met mijn huid. Die nemen alles waar. Mijn hartslag, stressfactoren. Dat sturen ze naar deze smartphone. Het is medische technologie: op afstand monitoren. Aan het eind van de dag zegt-ie dan: Willem, het wordt tijd dat je nog een rondje gaat hardlopen. Leuk hè?"

Het pessimisme dat robots al onze banen gaan overnemen, deel ik niet. Er komen ook banen bij

Deel dit artikel

Vermogende mensen zijn lang niet allemaal renteniers. Dat zijn grotendeels nieuwe rijken, de jongens en meisjes van bedrijven als Google en Facebook

Financiële vermogens zijn heel vluchtig. Een ver­mo­gens­winst­be­las­ting is onhoudbaar in het digitale tijdperk

Mijn stelling is dat de economie en de samenleving de komende twintig jaar meer gaan veranderen dan de afgelopen vijftig jaar

Het pessimisme dat robots al onze banen gaan overnemen, deel ik niet. Er komen ook banen bij