Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe vrouwen uit het verzet verdwenen

Home

Marjan Schwegman

Jacoba van Tongeren, leidster van Groep 2000, in 1945 geschilderd door Max Nauta. © COLLECTIE STICHTING 1940-1945, Foto: Rogier Veltman
Essay

Ze waren er wel, verzetsvrouwen, maar historici hielden ze buiten de geschiedboeken. Kan een vrouw wel leiding geven als er geweld nodig is?

In september 1944 ontmoette Jacoba van Tongeren (verzetsnaam 2000, leidster van Groep 2000) Henk van Randwijk (verzetsnaam Sjoerd, leider van Vrij Nederland). Sjoerd was verbaasd over wat hij aantrof: een 'juffrouw' die op zo'n verborgen manier 'illegaliteit bedreef', dat het leek alsof zij een 'soort duivelskunstenares was'. Dat begreep hij verkeerd, aldus Van Tongeren: "Er komt geen duivelskunst aan te pas, want het gaat vanzelf. Van 't een komt het ander. Heel gewoon dus." Voor Sjoerd was dit moeilijk te verteren. Volgens hem dacht zij te gering over wat verzet betekende: het ging juist om een heel bijzondere onderneming die grote inspanningen en offers vergde van een leider - zoals hij.

Van Randwijk en Van Tongeren zouden vaker botsen, door hun sterke persoonlijkheden, maar ook door hun opvattingen over verzet en leiderschap, die beslissend werden voor hun plaats in de verzetsgeschiedenis. Van Randwijk schittert daarin als belangrijke verzetsleider, Van Tongeren was onzichtbaar.

Definities
Hoe is die onzichtbaarheid te verklaren? In de definitie van 'verzet' in het standaardwerk van Loe de Jong over Nederland in de Tweede Wereldoorlog klinkt de stem van Van Randwijk door. Verzetsvrouwen zijn in De Jongs werk vrijwel afwezig, omdat hij, als typische man van zijn tijd, bijvoorbeeld niet de zorg voor onderduikers meerekent. Doordat hij zich bovendien concentreert op fulltime verzetsstrijders, ontstaat de indruk dat een bestaan als 'illegaal' een leven in de 'legale' wereld uitsloot.

De Jong en velen na hem hadden dan ook niet veel oog voor mensen als Jacoba van Tongeren. Zij wilde liefst stilletjes zoveel mogelijk mensen in nood helpen. Bovendien bestond in haar leven geen scherp onderscheid tussen legale en illegale activiteiten. Ook vond ze dat het niet aanging om na de oorlog haar eigen daden bekend te maken. Die waren immers niets bijzonders geweest.

Haar beknopte verslag van de activiteiten van haar Groep was zó onpersoonlijk dat ook mij het belang van haar leiderschap niet opviel toen ik er in 1979 onderzoek naar deed - terwijl het juist mijn streven was de rol van vrouwen uit de schaduw van die van mannen te halen.

Het gevolg: stilte rond Van Tongeren en de naar haar codenummer genoemde Groep 2000.

Nederland is trouwens niet het enige land waarin vrouwen uit de geschiedenis van het verzet zijn verdwenen. Zo bleef ook in Italië het cruciale, gevaarlijke aandeel van koeriersters in de partizanenstrijd sterk onderbelicht.

Lees verder na de advertentie
Verzetsvrouwen zijn in De Jongs werk vrijwel afwezig

De Haarlemse Truus Menger-Oversteegen heeft op de foto hierboven zojuist met Hannie Schaft een liquidatie uitgevoerd. Truus, met in haar tas een automatisch pistool, was als man verkleed zodat ze zich bij onraad als verliefd stelletje konden voordoen. Hannie Schaft werd postuum beroemd door haar (ook verfilmde) biografie 'Het meisje met het rode haar'. © Niod, Verzetsmuseum, Beeldbank WO II

Als vrouwen al voorkomen in de Nederlandse, aan 'het verzet' gewijde geschiedschrijving, dan is dat (op uitzonderingen als Hannie Schaft, Truus van Lier en Reina Prinsen Geerligs na) doorgaans in een ondersteunende rol, meestal als koerierster, een welhaast iconische figuur. De paradox is dat koeriersters werden opgehemeld, maar dat daardoor buiten zicht bleef dat ze tegelijkertijd een leidende rol in het verzet konden hebben. Zo was Jacoba van Tongeren koerierster van Henk Dienske, de leider van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), maar ook zijn gelijke als leidster van Groep 2000.

Koerierster
Hetzelfde geldt voor de door de SD vermoorde Esmée van Eeghen. Die werkte in het Friese verzet op voet van gelijkheid met knokploegleider Krijn van der Helm, maar haar rol is door medeverzetsstrijder en geschiedschrijver Pieter Wijbenga na de oorlog gereduceerd tot die van koerierster.

Vrijgevochten, onconventionele vrouwen als Van Eeghen hadden er tijdens de oorlog al last van dat hun gedrag afweek van wat hóórde.

Het beviel Wijbenga niet dat Van der Helm haar als gelijke behandelde. Ook de zusjes Oversteegen (die met Hannie Schaft samenwerkten) kregen te maken met zulke vooroordelen. Mannen bejegenden hen als ondergeschikten die maar hadden uit te voeren wat hun werd opgedragen, hoe dubieus ook, memoreerde Truus Oversteegen later. En Marie Anne Tellegen, die als Dr. Max een leidende positie had in een groot netwerk van verzetsgroepen, vertelde na de oorlog dat vrouwen bij Vrij Nederland werden aangeduid als 'juffies', 'potige dames', 'kinderen', of 'tikjuffies'.

Daarom werd het leiderschap van 'potige dames' als Jacoba van Tongeren zowel tijdens als na de oorlog betwist, en raakte het uit het zicht. En zo werden mannen als Van Randwijk de belichaming van leiderschap.

Nieuwe dilemma's
Maar er hangt verandering in de lucht. Vrijwel onbekende, belangrijke verzetsvrouwen als Marie Anne Tellegen en Frieda Belinfante kregen onlangs een biografie. Het Niod is begonnen met nieuw onderzoek naar 'het verzet', waarin onder meer de samenwerking tussen mannen en vrouwen wordt bestudeerd. Hoe week die af van wat voor de oorlog gebruikelijk was? Een andere vraag is hoe mensen die nooit te maken hadden gehad met de noodzaak geweld te gebruiken, omgingen met de nieuwe dilemma's.

Vrijgevochten, on­con­ven­ti­o­ne­le vrouwen als Van Eeghen hadden er tijdens de oorlog al last van dat hun gedrag afweek van wat hóórde

© Niod, Verzetsmuseum, Beeldbank WO II

Op dergelijke vragen geven de onlangs verschenen memoires van Jacoba van Tongeren antwoord. De zeer gelovige, vrijzinnig hervormde Van Tongeren reflecteert met gevoel voor humor en nietsontziende eerlijkheid op haar eigen handelen en dat van anderen. Ze neemt de lezer mee in een worsteling, waarbij het niet alleen ging om conflicten over mannelijk en vrouwelijk leiderschap, maar ook om de daarmee samenhangende kijk op het gebruik van geweld.

Van Tongerens memoires brengen clichés over het verzet en de rol van vrouwen daarin aan het wankelen. Haar zelfportret van iemand die het leed van anderen wil lenigen past uitstekend in het bekende beeld van de zorgzame vrouw. Maar ze noemt zichzelf óók een 'strijdbare heks'. Die heks wordt geboren uit een heftige confrontatie met haar vader, een generaal-majoor van het Knil, die haar in Indië als een jongen opvoedde, met strenge militaire waarden. Tegelijkertijd moest zij als een moedertje voor hem zorgen. Waar God in de hemel zijn strenge eisen aan Jacoba oplegde, daar deed haar vader dat op aarde.

Strijdbaarheid
Als vader Van Tongeren zijn dochter - eenmaal terug in Nederland - 'een kleine heks' noemt, vliegt Jacoba hem aan, tot bloedens toe: ze wilde niet langer weerloos zijn, maar een strijdbare heks die alles overziet en altijd waakzaam is. "Jacoba bleef Jacoba, maar nu de strijdbare, die haar mannetje stond", zo schrijft zij.

Wat betekende die strijdbaarheid? Hoe stond de militair opgevoede 'wilde kat Jacoba' (haar eigen woorden) tegenover het gebruik van geweld? Op grond van haar geloof én haar sekse, schrijft zij zichzelf voor een geweldloze strijdster te zijn. Ze wilde niet leren schieten, maar zag wel in dat vechten noodzakelijk was. Als ze van een groepslid te horen krijgt dat 'een leidster de strijd niet vermijdt, maar aanvalt', zegt zij: "Bij iedere klap geef ik een klap terug, maar op mijn eigen manier."

Zo leidt zij ook Groep 2000: die heeft een knokploeg (KP), maar met zuiver defensieve taak, indachtig het gebod 'Gij zult niet doden'. Ze neemt wel bonkaarten aan die met behulp van gewapende overvallen zijn verkregen, en geeft ook namen door van gevaarlijke individuen die door anderen geliquideerd worden. Maar gebruik van dit type geweld door de Groep zelf, mijdt ze zoveel mogelijk. En als het dan toch moet, zorgt ze dat ze erbij is, om gewonden bij te staan en te troosten, te luisteren, te zorgen. Zoals Jacoba tegen Van Randwijk zegt: "Wij zijn Kerk, geen Knokploeg."

Van Tongerens memoires brengen clichés over het verzet en de rol van vrouwen daarin aan het wankelen

Deze overtuiging van Van Tongeren krijgt in maart 1945 een monsterlijke klap, wanneer de SD een inval doet in het kantoor van Groep 2000 aan de Amsterdamse Stadhouderskade. Juist dan is, tegen alle regels in, de sleutel op het door de Groep gebruikte codesysteem op kantoor achtergebleven; verborgen weliswaar, maar toch een groot risico. De spanningen lopen op. Moet de KP van Groep 2000 in actie komen en het kantoor overvallen om de code veilig te stellen en zo duizenden levens redden? Van Tongeren wil wachten en proberen de codesleutel vreedzaam veilig te stellen. De top van het landelijke verzet, die haar ter verantwoording roept, is aanvankelijk vóór een inval, maar laat zich door Van Tongeren overtuigen. Van Randwijk, die vóór was, lijdt een nederlaag.

Overval
Maar ook een lid van de KP van Groep 2000 wil aanvallen. Deze Ab de Boer krijgt van Van Tongeren de order dat hij moet wachten. Boos en gekwetst ontmoet hij een ander groepslid, Arie van Doesburg, die Jacoba's leiderschap wil overnemen. Van Doesburg tergt de gefrustreerde De Boer door hem voor 'laf juffershondje' uit te maken. Dat is genoeg. Met enkele andere KP'ers plegen zij een overval. Ze ontkomen, maar de SS'er Ernst Wehner wordt doodgeschoten. De codesleutel brengen ze niet in veiligheid.

Iedereen weet wat nu gaat volgen: represailles - precies daarom had Jacoba willen wachten. De passages waarin zij beschrijft hoe zij in de EHBO-post onder een brug wacht en daar getuige is van de moord op dertig mensen in het Weteringplantsoen, zijn hartverscheurend.

Zij voelt zich schuldig en verantwoordelijk. Van Randwijk sterkt haar daarin door te zeggen dat deze gebeurtenis aantoont dat zij onbekwaam is als verzetsleidster. Opmerkelijk, omdat juist hij de voorkeur gaf aan gewapende actie. Jacoba twijfelt aan alles, ook aan haar eigen leiderschap. Toch veronachtzaamt ze haar rol nergens, ze blijft daadkrachtig en zorgt er zelfs voor dat de sleutel in veiligheid wordt gebracht.

Maar in haar is iets gebroken. Als Van Randwijk haar uit haar functie wil zetten door haar kantoor te bezetten, negeert ze hem eenvoudigweg. Zo weert zij deze aanval af. De groep blijft dus zelfstandig, maar het is gedaan met wat zij haar 'vertrouwen en geloofsblijheid' noemt.

Jacoba twijfelt aan alles, ook aan haar eigen leiderschap. Toch veronachtzaamt ze haar rol nergens

Truus van Lier Deze Utrechtse rechtenstudente schoot op 3 september 1943 in het Willemsplantsoen de beruchte hoofdcommissaris van politie en NSB-kopstuk G.J. Kerlen dood; Van Lier werd daarvoor geëxecuteerd. In zijn Klein Verslag verbaasde Trouw-columnist Wim Boevink zich er onlangs over dat Utrecht geen monument van haar kent. Wel plantte een onbekende aan de Catharijnesingel narcissen die samen 'Truus' vormen. © Niod, Verzetsmuseum, Beeldbank WO II

Agenda
Haar verdere leven bleef ze worstelen met de gebeurtenis in het Weteringplantsoen, die blijvende schandvlek. Scherp stelt ze vast dat zij fouten van anderen vergeeft, zoals zij deed met Ab de Boer die tegen haar bevel in toch meedeed aan de overval, maar dat zijzelf geen fouten mag maken. Daardoor vergat zij, zo constateert ze aan het einde van haar leven, 'om vanuit de puinhopen van haar ideaal omhoog te kijken'.

Van Tongerens terugblik op haar leven fungeert als een agenda voor nieuw onderzoek naar 'het verzet'. Wat betekende het voor andere verzetsleiders (v/m) dat gebruik van geweld door het verloop van de oorlog en de verharding van het bezettingsregime vanaf de lente en zomer van 1944 steeds noodzakelijker werd?

Met het voortschrijden van de oorlog werd de kwestie van leiderschap en geweldsmonopolie steeds belangrijker: De Nederlandse regering in Londen bepaalde dat het gewapende verzet de krachten moest bundelen in de Binnenlandse Strijdkrachten. Deze BS kregen het geweldsmonopolie. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. De 'wilde groepen' voegden zich niet in de BS, ze bepaalden zelf wel of ze geweld gebruikten.

Deze dilemma's speelden Jacoba van Tongeren parten. Van Randwijk kon zich niet voorstellen hoe een vrouw in deze gewelddadige fase van oorlog en bezetting een verzetsgroep kon leiden die geweld uit de weg wilde gaan.

Hoe verliep de krachtenbundeling in andere groepen? Wat is het verband tussen de toenemende gewelddadigheid en de verdwijning van vrouwen uit de geschiedenis van het verzet? Het is wonderlijk dat de al vijftig jaar geleden opgeschreven herinneringen van een verzetsvrouw de frisse blik opleveren die nodig is om dit soort vragen te stellen.

Dit essay is een bewerking van de lezing gehouden bij de presentatie van Paul van Tongeren: Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940-1945); Aspekt, 378 blz. € 27,95

Marjan Schwegman (1951) is hoogleraar vrouwen- geschiedenis in Utrecht en directeur van het Niod (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie).

Van Tongerens terugblik op haar leven fungeert als een agenda voor nieuw onderzoek naar 'het verzet'

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Verzetsvrouwen zijn in De Jongs werk vrijwel afwezig

Vrijgevochten, on­con­ven­ti­o­ne­le vrouwen als Van Eeghen hadden er tijdens de oorlog al last van dat hun gedrag afweek van wat hóórde

Van Tongerens memoires brengen clichés over het verzet en de rol van vrouwen daarin aan het wankelen

Jacoba twijfelt aan alles, ook aan haar eigen leiderschap. Toch veronachtzaamt ze haar rol nergens

Van Tongerens terugblik op haar leven fungeert als een agenda voor nieuw onderzoek naar 'het verzet'