Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe president Xi Jinping de Chinese collegezalen binnendringt

Home

Eefje Rammelo

Studenten van een universiteit in Huaibei zwaaien met vlaggen tijdens een rede van Xi. © AFP

Op 4 juni 1989, morgen precies dertig jaar geleden, opende het Chinese leger het vuur op vreedzaam demonstrerende studenten op het Plein van de Hemelse Vrede. Sindsdien ontwikkelden universiteiten zich tot vrijplaats voor academici. Maar daar zit president Xi Jinping helemaal niet op te wachten.

 Hun ouders schroefden stofzuigers in elkaar aan een lopende band en luisterden kritiekloos naar de leuzen van de Communistische Partij. De nieuwe generatie Chinezen kreeg wél een opleiding en komt elkaar tegen op kantoor, op vakantie en in de karaokebar. De veeleisende, hogeropgeleide Chinezen zijn het volk waar de Volksrepubliek nu op leunt en waar de Communistische Partij het Spaans benauwd van krijgt.

Lees verder na de advertentie

Met de welvaart nam de honger naar kennis en debat toe. In 2017 stroomde van alle Chinese schoolverlaters 42,7 procent door naar hoger onderwijs – vijf jaar eerder was dat nog 12 procent. China komt van ver, want toen de universiteiten voor het eerst weer opengingen, in 1978, studeerde slechts 1,88 procent van de schoolverlaters door.

De universiteit ontwikkelde zich de afgelopen dertig jaar als een vrijplaats voor academici. Er waren levendige discussies over de manier waarop Oost en West hun samenlevingen inrichtten. Wetenschappers uit alle windstreken werden aangehaald als referentie. Aan de muur van de faculteit politicologie van de Jiaozhou Universiteit in Shanghai hangen Rousseau, Jefferson en Hobbes nog steeds gebroederlijk naast Laozi, Mengzi en Confucius.

Bekoelde liefde

Maar sinds Xi Jinping in 2014 aantrad als partijleider en president, is de liefde voor de wetenschappen bekoeld. Xi is vastbesloten de partij terug te brengen naar het centrum van alles – dus ook naar het hart van de Chinese universiteiten. Een steekproef bij veertien universiteiten wees in 2017 uit dat daar namelijk te weinig aandacht is voor ‘ideologisch werk’.

De propagandacampagne die de Partij vervolgens lanceerde om intellectuele zieltjes te winnen was hard nodig. De sobere aandacht voor vaderlandsliefde op scholen en universiteiten leidde tot ‘abnormale fenomenen’, zei Su Wei, een professor aan de Partijschool in Chongqing.

Su’s commentaar in staatskrant Global Times gaf een inkijkje in de verontwaardiging binnen de Partij over het hoger opgeleide deel van de Chinezen. Studenten hebben last van ‘onrealistische ontevredenheid over het land’, en uiten dat door ‘onbehoorlijke kritiek jegens­­ de centrale autoriteit’.

Als een professor zijn studenten iets vertelt dat niet in de goedgekeurde stof staat dan wordt hij of zij gerapporteerd

Sindsdien struinen ‘oude kameraden’ door de gangen van faculteiten rechten, politicologie en filosofie. Met het pasje om hun nek mogen ze onaangekondigd deuren van collegezalen opentrekken. Horen ze dat een professor zijn studenten iets vertelt dat niet in het goedgekeurde lesboek staat, dan rapporteren de kameraden dat aan de Partij-afdeling van de universiteit.

Afluisteren

Gevaarlijker zijn de jongeren van de jeugdbond: studenten uit arme gezinnen die 1000 yuan krijgen als ze een docent aangeven. Ze luisteren aan de deur en schrijven hun rapport in anonimiteit. Beelden van de camera’s in de collegezalen doen de rest.

Tevergeefs, lijkt het; de kritiek op de almachtige president en partijleider Xi Jinping wil maar niet verstommen. Academici­­ waarschuwen voor de gevaarlijke situatie die ontstond sinds de termijnlimiet voor het presidentschap in maart 2018 uit de Grondwet is geschrapt. Xi kan zijn macht vasthouden zolang hij wil en zolang als de Partij toestaat.

Verklikkers moeten critici het zwijgen opleggen, nog voor ze hun mond open doen. Dat lukt maar met mate. De meest recente protestactie is een open brief gericht aan de Tsinghua Universiteit in Peking. Onder de brief staan 585 handtekeningen van mensen die zich ‘Guangxi veteraan’ of ‘Wuhan burger’ noemen. Ze eisen dat de universiteit uitlegt waarom ze politicoloog Xu Zhangrun schorste.

In een gepassioneerd betoog verklaarde Xu afgelopen zomer dat Chinezen ‘in onzekerheid verkeren over de richting van het land, en over hun persoonlijke­­ veiligheid’. Hij stak een lont in het kruitvat dat tot de nok gevuld is met grieven. Eerst leek het alsof Xu er met een waarschuwing vanaf kwam, maar in maart schorste de universiteit hem alsnog – een heldere boodschap voor andere kritische wetenschappers.

Culturele Revolutie

De schorsing van professor Xu volgde op tal van andere incidenten waarbij docenten onder vuur werden genomen. Een vergelijking met de Culturele Revolutie ligt voor de hand. Docenten op de campussen van Peking Universiteit en Tsinghua Universiteit melden zelfs dat er ‘werkgroepen’ rondlopen van studenten die elkaar en de studenten in de gaten houden – net als toen.

In de jaren na de Culturele Revolutie kon de Partij rekenen op steun van de universiteiten. Na de invoering van de Grondwet in 1982 was iedereen vol goede moed. Een breuk tekende zich af na het drama op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, op 4 juni precies dertig jaar geleden, toen het leger daar het vuur opende op vreedzaam demonstrerende studenten. Chinezen in het buitenland keerden zich massaal tegen de Communistische Partij. De invloed van de Partij op de staat verzwakte. De Chinezen­­ laafden zich aan economische voorspoed, en waren verguld met mijlpalen zoals de toetreding tot de WTO in 2003.

4 juni 1989: het protest op het plein van de Hemelse Vrede in Peking. © REUTERS

Intussen werd aan de universiteiten gediscussieerd over nieuwe hervormingen. Er moest een einde komen aan ongelijkheid en corruptie, en tegengeluiden moesten meer ruimte krijgen – er werd kortom gepleit voor politieke hervormingen.

Als dit zo doorgaat stort één persoon de hele samenleving in een ramp

Hoogleraar die anoniem wil blijven

Het was toen Xi Jinping zijn populistische rivaal Bo Xilai in 2013 uit de weg ruimde, dat iedereen besefte dat die hervormingen er niet inzaten. Nu vrezen academici dat de modernisering van China hier, bij Xi Jinping eindigt. “Als dit zo doorgaat stort één persoon de hele samenleving in een ramp”, zegt een hoogleraar die anoniem wenst te blijven.

Rode families

Lang had de Partij het voordeel van de twijfel. Meer dan onder welke machthebber dan ook, groeide de welvaart onder de Communisten. Al zeventig jaar heerst een stabiele vrede. Maar na zoveel decennia is de Partij niet meer wat ze was.

Het is een bevoorrechtte familie van veteranen en leden van het Politbureau, nakomelingen van de oprichters van de Communistische Partij. De rijkdom van deze rode families loopt in de miljarden, en ze genieten bijzondere rechten – buiten aartsrivaal Bo Xilai werd bijvoorbeeld geen van hen vervolgd in Xi’s anti-corruptiecampagne. “Zij zijn de échte communisten. Maar als die communisten het land nu zoveel schade toebrengen, hoe kunnen we dan van ze houden?”, vraagt een van de professoren zich af.

De academici die met Trouw spreken zijn niet uit op een verandering van leiderschap aan de top van de Partij, ze willen ook niet per se een einde aan het eenpartijsysteem. Ze doen hun werk, zeggen ze. Kritisch commentaar leveren zijn ze aan hun stand verplicht, zo dragen zij bij aan de ontwikkeling van China.

De Partij maakt het ze niet gemakkelijk. Zo is er, om studenten niet op ideeën te brengen, nog maar één goedgekeurd juridisch handboek. Tot grote verontwaardiging van Chinese juristen zijn de staat en de Communistische Partij volgens dat boek nog altijd gescheiden, ook ná de grondwetswijziging die van Xi Jinping president voor het leven maakte. “Het juridische domein moet een bepaalde mate van politieke neutraliteit behouden”, zegt een verbolgen professor.

Over de richting die het land op gaat, wordt steeds minder gedebatteerd

De nieuwe realiteit is onbespreekbaar, want wie van de officiële lijn afwijkt, krijgt in het beste geval een waarschuwing. Het salaris, de jaarlijkse bonus, pensioenvoorziening en de titel van een docent staan op het spel. De Partij kan docenten zelfs verplichten om jaarlijks een test doen om te zien of ze nog geschikt zijn om les te geven. Over de richting die het land op gaat, wordt steeds minder gedebatteerd. Debat in een eenpartijstaat is minder zinloos dan het lijkt, zeggen de wetenschappers. Zonder intellectuele onderbouwing valt de bodem weg onder de Communistische Partij.

Dat bleek wel toen de autoriteiten schoon schip maakten bij de marxistische vereniging van de Peking Universiteit. In het zuiden van China arresteerde de politie in Shenzhen vijftien studenten voor hun steun aan een opstand van lokale fabrieksarbeiders. Jongeren zijn verontwaardigd over de standsverschillen in hun welvarende land en willen ze, in de geest van Karl Marx, aan de kaak stellen.

De ironie droop er vanaf. Terwijl het land uitbundig het tweehonderdste geboortejaar van de grondlegger van het communisme herdacht, was het duidelijk niet de bedoeling dat de studenten op eigen houtje Marx’ filosofie zouden interpreteren.

Doctrine

De ‘correcte’ interpretatie is terug te lezen in ‘Xi Jinping Gedachtengoed’. Staatskrant Global Times kwam met dertig principes die de nieuwe doctrine in talloze fijne vertakkingen concreet moest maken. Inmiddels is Xi’s Gedachtengoed opgenomen in het academisch curriculum en sinds begin dit jaar kan iedereen zijn kennis van de doctrine peilen in een speciale app. Debat­­ erover is niet toegestaan.

De Partij doet er dus alles aan om te voorkomen dat kritische denkers de massa weten te motiveren. “De geschiedenis herhaalt zich niet. Toch willen mensen hun onvrede uiten”, meent een professor. “4/6 is een Chinese gebeurtenis, maar als er nu iets zou gebeuren heeft dat een internationaal effect omdat China’s economische kracht tegenwoordig zo groot is. Ik hoop maar dat het vreedzaam blijft.”

Met de vaderlandsliefde zit het wel goed. De gemiddelde Chinees houdt van zijn land; de Partij zal hij minder spontaan de liefde verklaren. Dit najaar viert China de zeventigste verjaardag van de Volksrepubliek – drie generaties Chinezen groeiden op met de communisten aan de macht. Concurrentie kent de Partij al lang niet meer, en kritiek verstomt nu ook. Het lot van de Partij, is het lot van de staat geworden.

Dit artikel is gebaseerd op gesprekken van Trouw met zeven intellectuelen. Op een na zijn ze allemaal verbonden aan een universiteit. Hun namen zijn bij de redactie bekend.

4 juni 1989

Het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing was één van de plekken in China waar studenten en arbeiders demonstreerden voor meer vrijheden. Op 4 juni 1989 sloegen de autoriteiten de opstand neer. Een onbekend aantal mensen kwam om het leven. Schattingen lopen uiteen van enkele honderden tot duizend dodelijke slachtoffers. Uit de hele wereld kwam kritiek op de Chinese Communistische Partij omdat ze het leger op haar eigen volk had afgestuurd. In China wordt het ‘incident’ zoveel mogelijk verzwegen.

Lees ook:

China-expert: Xi Jinping is geen nieuwe Mao

Ook al kan hij levenslang president blijven, toch is president Xi geen dictator, meent China-expert Frank Pieke van de Universiteit Leiden. ‘Het versterken van de censuur is een beleidsmaatregel vanuit het idee dat de maatschappij meer leiding nodig heeft.’

‘China pakt ons gewoon in’

Er is een nieuwe wereldorde op komst met China als dominante supermacht, betoogt Rob de Wijk in zijn nieuwe boek. Het Westen maakt nog een kansje, als het zich verenigt en er een echte strategie tegenover zet.

Deel dit artikel

Als een professor zijn studenten iets vertelt dat niet in de goedgekeurde stof staat dan wordt hij of zij gerapporteerd

Als dit zo doorgaat stort één persoon de hele samenleving in een ramp

Hoogleraar die anoniem wil blijven

Over de richting die het land op gaat, wordt steeds minder gedebatteerd