Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe ontwikkel je een taal die solidariteit stimuleert?

Home

Peter Henk Steenhuis

© Suzan Hijink

Hoe praten we over Nederland? Te vaak alsof het een bedrijf is, vond wijlen René Gude, een 'BV Nederland'. Dat moet beter.

De bouwers van de toren van Babel ondervonden hoe lastig het is om een taal te ontwikkelen die solidariteit stimuleert

Lees verder na de advertentie

We moeten op zoek naar een nieuwe taal." Dat zei Mariëtte Hamer, voorzitter van de Ser, begin dit jaar op een bijeenkomst over werkgelegenheid en inclusieve arbeidsmarkt in Utrecht. Dat zou nodig zijn, omdat onze huidige taal een financiële taal dreigt te worden die de solidariteit in Nederland ondermijnt. Woorden uit het financieel idioom lijken ons dagelijks taalgebruik binnen te dringen: kosten, groei, gratis, stagneren, strategie, schuld, vermogen, winst, verwachting, prestatie, resultaat, bonus, administratie, vermogen, overname, economisch wonder.

De oproep van Hamer sluit aan bij een analyse van voormalig Denker des Vaderlands René Gude. Hij stelde dat het woord 'solitair' in onze eeuw het woord 'solidair' heeft verdrongen. "Vanaf 1980 kwamen vrijheid en individuele ontplooiing in plaats van de idealen gelijkheid en broederschap." Hierdoor verleren we volgens Gude "de taal voor gemeenschappelijke doelen, belangen en verantwoordelijkheden".

Hoe ontwikkel je een taal die solidariteit stimuleert? De bouwers van de toren van Babel ondervonden hoe lastig dat is: op weg naar de hemel verstonden ze elkaar niet meer. Ze leefden in hun eigen wereld, hun eigen bubbel.

Spraakverbinding

Je zou Pinksteren de tegenpool van Babel kunnen noemen. Toen ontstond er geen spraakverwarring maar 'spraakverbinding'. De discipelen - allemaal Galileeërs - waren in staat vrome Joden afkomstig uit ieder volk op aarde in hun eigen moedertaal toe te spreken: 'zoals hun door de Geest werd ingegeven' (Handelingen 2:3-4). Zoals theoloog Jan Rinzema zei: "Geen opklimmende mens, maar een neerdalende geest. Geen toren van de aarde naar de hemel toe, maar een openende hemel naar de aarde toe. Geen verwarring, maar verbinding."

Een taal die solidariteit simuleert, moet dat een nieuwe taal zijn? Of is het mogelijk onze eigen taal te bekloppen, zoals de dichter Gerrit Kouwenaar ooit zei? Hoe valt onze bestaande taal opnieuw te laden?

Bij het beantwoorden van die vraag kunnen we iets opsteken van René Gude's idee dat de taal vier sferen kent. We kletsen thuis, met vrienden en familie: de privésfeer. Met woorden doen we zaken op ons werk: de private sfeer. We overleggen in openbare ruimtes: de publieke sfeer. En we debatteren in de politiek: de politieke sfeer. Gude sprak in dit verband over de vier P's.

Misschien is buurtkroeg 't Zwarte Paard een beter voorbeeld voor Nederland dan Unilever of Shell

Hoezeer dat gebruik van taal verschilt, merk je al als je kijkt naar de woorden die we gebruiken voor, zeg, Nederland. Wat willen we zijn, niet als individu, maar als geheel? Zijn wij als Nederland een gemeenschap, een samenleving, een maatschappij, een verzorgingsstaat, een participatiesamenleving, of zijn wij de BV Nederland, een term die de laatste jaren populairder is geworden?

Gemeenschap

De katholieke kerkvader Thomas van Aquino ziet 'een samenleving als een gemeenschap van buren'. Dat is niet zo gek, iedereen heeft buren - typisch een woord uit de privésfeer, evenals gezin, belangeloosheid, vriendschap.

Van de woorden samenleving, maatschappij, BV Nederland en gemeenschap lijkt de laatste het sterkst betrokken op een kleine groep.

In een recent artikel van de bijlage Tijd in Trouw over buurtkroegen viel het woord 'gemeenschap' geregeld. Een van de verhalen ging over café 't Zwarte Paard in Noordeloos. "Noordeloos is een hechte gemeenschap", zegt Frieda Wallaard. "Iedereen kent iedereen en zorgt voor elkaar. Niemand voelt zich beter dan een ander."

In die gemeenschap speelt het café een grote rol. Toen het gesloten dreigde te worden, sloegen vier betrokkenen de handen ineen. "Hun samenwerking ligt niet vast in een dik contract, maar is gebaseerd op wederzijds vertrouwen."

Dat vertrouwen past niet in de woordenwolk waarmee Gude de private sfeer aanduidt. Daarin vind je eerder woorden als: werk, geld, contract, prestatie, beloning, plicht, winkelen, produceren, consumeren, marktwerking, collega's, eigenbelang.

Maar eigenbelang was niet de belangrijkste motivatie van de kroegeigenaren. Hun investering - over bedragen hebben ze het liever niet - verwachten ze niet terug te verdienen, dat is niet de opzet: "Welnee, we hebben dit niet gedaan om eraan te verdienen. Als het fout loopt, zijn we ons geld kwijt. Jammer dan. We hebben het gedaan voor ons dorp, de gemeenschap."

Hoewel 't Zwarte Paard een kroeg is waar geld verdiend wordt, lijkt dit café dus bij de publieke ruimte te horen, een sfeer waar volgens Gude een hoge mate van vrijheid heerst. De publieke ruimte wordt gekenschetst door: vrijwilligerswerk, stichtingen, enthousiasme, engagement, gemeenschappelijk belang, spontaan.

Ook aan dat spontane voldoen de nieuwe eigenaren van 't Zwarte Paard. Het idee de dorpskroeg over te nemen ontstond 's avonds bij een pilsje. "Half voor de grap."

Thatcher was een van de eersten die 'maatschappij' als 'ver­zor­gings­staat' ontkende

Maatschappij

"There is no such thing as society." Dit is waarschijnlijk de meest geciteerde zin van Margaret Thatcher. Zij gebruikt het woord hier in de politieke sfeer, waar het gaat over het algemeen belang, over de regels die we opstellen voor het bestuur van het land. Als we 'society' vertalen, komen we het dichtst bij 'samenleving' of 'maatschappij'.

Het woord 'maatschappij' werd in de zeventiende eeuw gevormd uit het oudere maatschap, maetscap, masscap, maat, gezel; gezamenlijke handwerksgezellen. Het ontstaan van het woord 'maatschappij' voor 'een vereniging tot het drijven van handel' is nauw verbonden met de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1602. Door het succes van de VOC in de zeventiende eeuw werd het Nederlandse woord maatschappij door tal van andere talen overgenomen.

Thatcher zou de laatste zijn om het bestaan van zo'n maatschappij te ontkennen. Maar zij was wel een van de eersten die 'maatschappij' als 'verzorgingsstaat' ontkende. In 1991 volgde PvdA-leider Wim Kok: de verzorgingsstaat viel niet meer te financieren. Saamhorigheid, meende hij, zou minder door de overheid betaald moeten worden. Kok sprak van een overgangsfase, van de verzorgingsstaat naar een goed werkende participatiesamenleving.

Op 17 september 2013 bevestigde de koning deze visie. Tijdens zijn eerste troonrede stelde koning Willem-Alexander dat de klassieke verzorgingsstaat diende over te gaan in een participatiesamenleving. "Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel."

Moet de par­ti­ci­pa­tie­sa­men­le­ving lijken op een goed renderend bedrijf of op een gemeenschap van buren?

BV Nederland

Mensen gebruiken de term 'BV Nederland' om iets wat werkt in het bedrijfsleven over te brengen naar de staat of overheid, naar de publieke of politieke sfeer dus. Kwaliteiten die met die zakelijke term BV Nederland tot uitdrukking gebracht worden, zijn bijvoorbeeld efficiëntie, bedrijfsmatigheid, rendement, winst. De term werd op 25 april in een opiniestuk voor deze krant ook gebruikt. Johan Graafland, hoogleraar economie, onderneming en Ethiek aan de Tilburg University schreef: "Het gevoel leeft breed dat premier Rutte te veel zijn oren heeft laten hangen naar de wensen van het bedrijfsleven en te veel de neiging heeft gehad de belangen van het bedrijfsleven te vereenzelvigen met de belangen van BV Nederland."

Volgens Graafland zou de premier dat niet moeten doen: "Temeer omdat de afschaffing van de dividendbelasting op gespannen voet staat met het principe van rechtvaardigheid. Waar de gewone Nederlander wel belasting moet betalen om de collectieve voorzieningen in stand te houden, zou het vreemd zijn als buitenlandse beleggers van grote internationale bedrijven die profiteren van die voorzieningen niets hoeven bij te dragen."

Anders gezegd: als je naar een staat kijkt als naar een bedrijf, ga je anders over rechtvaardigheid denken, over zorgzaamheid, kosten, winst. Als bedrijf kun je om de kosten te drukken werknemers ontslaan. Maar moet een land dat ook doen? Waarop moet die participatiesamenleving van ons lijken? Op een goed renderend bedrijf of op een gemeenschap van buren? Zoals René Gude het formuleerde: "In een bv gelden heel andere gewoonten dan in een staat. In een bv gaat het om geld, in de staat gaat het om de zorg voor de burger. De BV Nederland is dus een verwarring van sferen." Misschien is het voor een staat belangrijker gemeenschapszin te bevorderen dan winstgevendheid. En is 't Zwarte Paard op dit moment een beter voorbeeld voor Nederland dan Unilever of Shell.

In de tweede helft van de twintigste eeuw is de aandacht geleidelijk van 'solidair' naar 'solitair' opgeschoven. Willen we solidair en solitair verbinden, net als ondernemerschap en gemeenschapszin, collectief en individu, dan is het goed ons te bezinnen op de taal. Want woorden beschrijven niet alleen een werkelijkheid, ze maken die werkelijkheid ook. De neerdalende Geest hielp ons ooit om aan een Babylonische spraakontwarring te doen. Laten we daar nu, met Pinksteren, weer mee beginnen.

Welkom in Bubbelonië

'Welkom in Bubbelonië' is een project van journalist Peter Henk Steenhuis in samenwerking met SBI Formaat, financieel ondersteund door Instituut Gak. In het comité van aanbeveling zit, onder andere, Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad.

Op Landgoed Zonheuvel wordt komend jaar een tiental dagen georganiseerd over de veranderingen in onze taal. Voor het bedrijfsleven, de zorg, het onderwijs, de zielzorgers, de politiek. In Trouw doet Steenhuis hiervan verslag. Lezersaanbiedingen volgen.

Onder de titel 'Welkom in Bubbelonië' zal Steenhuis vanaf nu wekelijks op de Trouwsite één woord onder de loep nemen.

Meer info: www.bubbelonie.nl.

Lees ook: Nederland zorgt te weinig voor de kwaliteit van zijn eigen taal, waarschuwt het KNAW

Nederland zorgt onvoldoende voor de kwaliteit van zijn eigen taal, en overschat het belang van het Engels. Dat schaadt de samenleving, maar ook Neerlands rol op het wereldtoneel.

Deel dit artikel

De bouwers van de toren van Babel ondervonden hoe lastig het is om een taal te ontwikkelen die solidariteit stimuleert

Misschien is buurtkroeg 't Zwarte Paard een beter voorbeeld voor Nederland dan Unilever of Shell

Thatcher was een van de eersten die 'maatschappij' als 'ver­zor­gings­staat' ontkende

Moet de par­ti­ci­pa­tie­sa­men­le­ving lijken op een goed renderend bedrijf of op een gemeenschap van buren?