Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe lig je naast elkaar na het vrijen? ‘Na de coïtus is elk dier triestig’

Home

Rianne Oosterom

Paul Verhaeghe: ‘Ik denk dat de initimiteitstest na het vrijen komt. Hoe lig je dan naast elkaar?’ © Colourbox

Psychoanalyticus Paul Verhaeghe schreef een boek over intimiteit. Over seks gaat het amper, wel over onze relatie tot ons eigen lichaam.  ‘Samen slapen is intiemer dan seks'. 

Kikkers, dat zijn we. Als je die beesten in heet water gooit, springen ze er onmiddellijk uit. Maar als ze in een pannetje lauw water dobberen, dat langzaam aan de kook wordt gebracht, dan blijven ze zitten. Op het moment dat de kikker doorheeft dat het misgaat, is het al te laat.

Lees verder na de advertentie

Ook voor ons geldt vaak dat de temperatuur stijgt en we er niet uitspringen, zegt psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Net als de kikkers missen we signalen van ons lichaam, wat allerlei psychische klachten tot gevolg heeft. Het is de centrale these van zijn nieuwe boek ‘Intimiteit’. Met het nodige cultuurpessimisme legt hij net als in zijn eerdere boeken ‘Identiteit’ en ‘Autoriteit’ de moderne mens én de samenleving op de sofa. Zijn diagnose van de huidige tijd: we zijn de voeling met ons lichaam kwijt.

Verhaeghe, hoogleraar te Gent, begint zijn boek met een anekdote. Hij komt bij een muur waar mensen briefjes in stoppen. Het is een moderne klaagmuur, een kunstproject in het centrum van Gent. Als hij zelf een verzuchting opschrijft, valt een papiertje uit de muur. Er staat: ‘Dat ik alsjeblief wat beter mag overeenkomen met mijn lijf’.

Toen ik de titel van uw boek zag, dacht ik: dat gaat over seks.

“Natuurlijk, dat denkt iedereen.”

De voorwaarde om een goede vorm van intimiteit te beleven met iemand anders, is dat je goed in je vel zit

Maar het gaat over onze verhouding tot ons lichaam.

“De voorwaarde om een goede vorm van intimiteit te beleven met iemand anders, is dat je goed in je vel zit. Als je slecht in je vel zit en je moet een gevecht aangaan met je eigen lichaam waar je helemaal niet gelukkig mee bent, hoe kan je dan een goede, intieme relatie met iemand anders aangaan?”

Het lijf en het ik worden op het briefje uit de klaagmuur aangemerkt als twee verschillende dingen. Is dat erg?

“Nee. Wij vertonen als mensen een structurele verdeeldheid. Dat is een heel belangrijk kenmerk en het verwondert mij nog altijd dat niet elke vorm van psychologie hiervan uitgaat. Het zit al in onze taal: ik kan boos zijn op mijzelf, tevreden met mijzelf, ik kan mijzelf tegenkomen. Vanaf het moment dat wij taal verwerven, kunnen wij benoemen wat wij voelen. Dat schept een bepaalde afstand. Verdeeldheid. Dit is positief, want dat betekent dat we kunnen nadenken over onszelf, over wat we willen.

“We hebben het vaak over lichaam en geest alsof dat twee substanties zijn. Een beter onderscheid is dat tussen wat ons lichaam ons laat ervaren en het nadenken daarover. Wat ons lichaam ons laat voelen, daar moeten we iets mee aanvangen. Dat is evolutionair goed te plaatsen: als je angst voelt, dan is er iets in je omgeving wat aan de basis van die angst ligt. Doe er iets aan, is het signaal van je lichaam. Je kunt je het beste uit de voeten maken, maar op het ogenblik dat je die angst niet meer voelt, heb je een probleem.

“Dat is zo’n beetje een metafoor van wat er vandaag de dag met ons bezig is. We krijgen enorm veel signalen uit ons lichaam, die zich vertalen als stress. Je hebt weinig mensen die écht weten wat er in hun leven aan de hand is, want de signalen worden genegeerd. Ik kom die mensen tegen in mijn praktijk. Het is geen toeval dat angst en depressie op het ogenblik alleen maar stijgen.”

Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken hiervan, vergelijkt u deze tijd met de strikte Victoriaanse tijd. Waarom?

“Het Victoriaanse tijdperk is het toppunt van de tegenstelling tussen lichaam en geest. Lichamelijkheid, seksualiteit, het vrouwelijke: het is per definitie slecht en verboden. Daardoor ontstaat een conflict. De pathologieën, de psychische stoornissen die Freud beschreef, gaan uit van botsingen tussen wat men driftmatig wil; het slechte wellustige lichaam en de geest die hoger wil zijn. Wat we vandaag hebben, handelt niet over een lichaam dat slecht is, maar over een lichaam dat nooit goed genoeg is en voortdurend beter moet worden.”

We concurreren met onze eigen schaduw. Als je nu een prestatie neerzet, moet die de volgende keer beter

Maar dat is toch ook een conflict?

“Nee, het is een opschuiving, een continuüm. Conflict betekent twee strijdende partijen, waar de geest het lichaam eronder wil houden. ‘Nooit goed genoeg’ betekent dat de twee samen moeten werken om geen acht, maar een tien behalen. Dat is ook meteen de reden van het gebrek aan zelfkennis vandaag. In de klassieke conflictsituatie hadden mensen een behoorlijke zelfkennis: zij waren erop uit het slechte in henzelf te herkennen en te bemeesteren. Nu is die zelfkennis er nauwelijks en zijn we voortdurend gericht op het bereiken van een ideaal. Dan kijk je niet naar jezelf, maar naar de ander. In mijn eerdere boeken schrijf ik over concurrentie op de werkvloer en ik dacht toen: dat stopt als je thuis bent. Tot ik doorkreeg dat we voortdurend concurreren met onze eigen schaduw. Als je nu gaat joggen en je rent acht kilometer, moeten het er volgende maand minstens tien zijn. Als je nu een bepaalde prestatie neerzet, moet die de volgende keer beter.”

Is dat echt zo, dat we almaar méér van onszelf vragen en allemaal verlangen naar het perfecte lichaam?

“Het punt is dat we deze ideeën, zonder dat we het doorhebben, geïnternaliseerd hebben. In het boek blaas ik het begrip vervreemding, of indoctrinatie, nieuw leven in. Mijn generatie kent dat verschijnsel uit de politieke geschiedenis, neem het maoïsme. Dan is de bron van vervreeming heel duidelijk, je kunt je tegen de inhoud van het Rode Boekje verzetten. Maar de vorm van vervreemding die wij nu meemaken, komt vanuit een beeldcultuur en een bepaald prestatiedenken dat overal aanwezig is, dat zich niet voordoet als ideologie, maar als realiteit. En komt minder via woorden, maar via beelden die we inslikken, die ervoor zorgen dat wij – de moed der wanhoop nabij – proberen te beantwoorden aan die ideaalbeelden. We hebben het niet door!

Als we altijd bezig zijn met hoe het beter kan, verliezen we een aantal dingen. Zoals de mogelijkheid om existentieel contact aan te gaan.

“Dat nooit-goed-genoeg is een obstakel voor intimiteit. In mijn praktijk krijg ik regelmatig de vraag: ‘Hoe weet ik zeker dat deze partner de beste is?’ Aangezien er drie miljard mannen zijn, is er ongetwijfeld een betere optie, zeg ik dan, maar als je blijft zoeken naar de beste, blijf je alleen achter. Als we altijd bezig zijn met hoe het beter kan, verliezen we een aantal dingen. Zoals de mogelijkheid om existentieel contact aan te gaan, om te falen.”

U refereert aan het prestatiedenken als boosdoener. Is het niet makkelijk om maatschappelijke veranderingen de schuld te geven van onze worsteling met intimiteit?

“Het is niet zo dat het individu alleen maar slachtoffer is van een boze maatschappij die wordt aangestuurd door een of andere paranoïde genius. Wij zijn de maatschappij. Wij hebben het zo gemaakt. Dus dat betekent ook dat wij het kunnen veranderen.”

Aha. Hoe kunnen we in dit tijdsgewricht een intiemer leven leiden?

“Ik ben niet zo van de tips, maar vooruit, ik heb een advies. Stel jezelf de vraag, los van alle maatschappelijke verwachtingen: wat is voor mij een goed leven? Een goed leven, dat voel je, dus dat gaat in eerste instantie terug op je lichaam. De vraag: wat is voor ons een goed leven, is nog beter. Een goed leven voor mij gaat om de relatie tot mijn partner, mijn kinderen en de wereld om ons heen. Uit heel veel hedendaags geluksonderzoek blijkt dat wij ons vooral gelukkig voelen als wij iets kunnen betekenen voor anderen. En als iemand anders iets betekent voor ons.”

Laten we het dan toch even over seks hebben. Die daad wordt vaak afgeschilderd als ultiem intiem. Maar u noemt samen slapen in uw boek intiemer dan seks.

“Je kan een seksuele interactie hebben die heel genotvol is, maar ver afstaat van intimiteit. Seks en intimiteit kunnen los van elkaar. Samen slapen en intimiteit niet, want in je slaap ben je weerloos en overgeleverd aan de ander. Daarbij heeft seksualiteit agressie in zich.”

Tja, wat is de ideale seksuele interactie? Dat je met je partner een goede seksuele interactie hebt en dat je nadien samen slaapt

Op wat voor manier?

“Alleen al als je het hormonaal bekijkt: voor een man is er een flinke portie testosteron mee gemoeid en dat is het agressiehormoon. En eh, de vrouw moet een aantal dingen toelaten of kan eventueel zelf heel actief uit de hoek komen. Er zit opwinding in, daadkracht en agressiviteit. Als je samen slaapt, speelt een heel ander hormoon een rol: oxytocine, dat een belangrijke rol speelt in moeder-kindgevoelens. In die zin vind ik het intiemer. Tja, wat is de ideale seksuele interactie? Dat je met je partner een goede seksuele interactie hebt en dat je nadien samen slaapt. Dat dat één geheel vormt. Ik denk dat de intimiteitstest na het vrijen komt. Hoe lig je dan naast elkaar? Als koppel? Het is geen toeval dat al na de oudheid de uitdrukking bestond: na de coïtus is elk dier triestig.”

Hoe komt dat?

“Als een koppel intiem is en het zit goed, dan is er nadien geen triestigheid. Dan is er een vanzelfsprekend samenzijn dat woordeloos is, goed aanvoelt. Men is uit elkaar gevallen, letterlijk, maar er is nog een samen. Als dat er niet is, dan klopt het niet. Dat toont al dat seksualiteit geen synoniem is voor intimiteit.”

Wat is dan voor u intimiteit? Kunt u een voorbeeld geven?

“Het contact met mijn kleinkinderen. Ik heb een kleindochter die straks vijf wordt en een van tweeënhalf. Zij zitten zo goed in hun vel. Dat geeft zo’n vorm van…. ik kan dat niet beschrijven…. het vanzelfsprekende, vertrouwde… hoe ze met je omgaan … hoe ze je tegen je praten… Echte intimiteit, dat voel je, je smelt gewoon…”

Lees ook: 

Met die seksuele vrijheid van ons valt het nogal tegen

Allebei zijn ze arts én filosoof. Samen praten Marli Huijer (63) en Sadaf Soloukey (22) over seksuele bevrijding en ‘Mei 68'. ‘We zijn zó trots op onze tolerantie, dat we voortdurend over seks moeten praten.’

Denken doe je met het lijf

We verbannen fysieke inspanning steeds meer uit ons dagelijks leven. Is het lichaam een onhandig ding dat ons in de weg zit of verwaarlozen we het ten onrechte?

Deel dit artikel

De voorwaarde om een goede vorm van intimiteit te beleven met iemand anders, is dat je goed in je vel zit

We concurreren met onze eigen schaduw. Als je nu een prestatie neerzet, moet die de volgende keer beter

Als we altijd bezig zijn met hoe het beter kan, verliezen we een aantal dingen. Zoals de mogelijkheid om existentieel contact aan te gaan.

Tja, wat is de ideale seksuele interactie? Dat je met je partner een goede seksuele interactie hebt en dat je nadien samen slaapt