Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe journalisten in Afrika jagen op de kleptocraten

Home

Evelien Groenink

Essay

Onder moeilijke omstandigheden onthullen media in Afrika hoe leiders hun land leegroven. Als westerse media daar niet over berichten, is hun moeite vergeefs.

Het rapport ‘The Plunder Route to Panama - How African oligarchs steal from their countries’ deed in 2017 internationaal stof opwaaien. Het werk, door een team van zeven Afrikaanse journalisten van het African Investigative Publishing Collective (AIPC), werd wereldwijd gepubliceerd; het collectief, waar ik deel van uitmaak, hoopte internationale tegenkrachten te mobiliseren. Ons rapport liet zien hoe Afrikaanse leiders zich schuldig maken aan de roof van de natuurlijke rijkdommen van het continent, aan de hand van reportages uit Mozambique, Zuid-Afrika, Botswana, Togo, de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Burundi. De verhalen gaan over schatrijke machthebbers die, soms al decennia lang, hun landen plunderen, in goede samenwerking met maffia’s, louche bedrijven en dito accountants en advocaten.

Lees verder na de advertentie

“Wanneer berichten jullie over onze kleptocratie?”, vroeg een Ethiopische, die zich op Twitter African Hornet (‘Horzel’) noemt. “Bij ons hebben we geen onderzoeksjournalisten. Je wordt gearresteerd als je een vraag over de financiën van de regeringspartij stelt. Buitenlandse, westerse, journalisten zijn beter beschermd. Maar die lijden weer aan het Afrikaprobleem.”

Hongerige zielepoten

Het Afrikaprobleem? “Dat je heel Afrika beschouwt als een massa hongerige zielepoten, en niet ziet dat een sociale strijd woedt binnen Afrika zelf. Westerse media hebben het altijd alleen maar over ontwikkelingshulp. Terwijl die geregeld terechtkomt in de handen van onze machthebbers, degenen die ons toch al uitbuiten.”

African Hornet’s ‘massa hongerige zielepoten’ bepaalt vaak nog steeds het beeld, al bestaat dat (opmerkelijk genoeg) vaak naast de berichten over corruptie van Afrikaanse leiders. Afrikaanse oligarchen die hun eigen landen leegroven worden over het hoofd gezien, weggezet als niet meer dan zwakke, omkoopbare quantités négligeables. Zo reageerde een Amerikaanse commentator op twitter dat de onthulde wandaden van Afrikaanse leiders ‘miniem zijn vergeleken bij wat de multinationals doen’.

Zelfs ‘gewone’ journalistiek - bijvoorbeeld ergens gaan kijken om daar verslag van te doen - kan al problemen opleveren

Dat zien de journalisten in ons collectief anders. “Shell kan moeilijk anders werken in Nigeria, onze heersers dwingen hen om op een bepaalde manier te opereren”, zegt Idris Akinbajo van de gerespecteerde Nigeriaanse nieuwssite Premium Times. Zijn collega Emmanuel Mayah heeft in een reportage verhaald hoe politieke leiders in de Niger Delta een ‘gratis energie voor de gemeenschap’-project van de Italiaanse oliemaatschappij Agip saboteerden, omdat zij zelf belangen hadden in een bedrijf dat generatoren verkocht.

En Eric Mwamba uit de Democratische Republiek Congo tekende uit de mond van direct betrokkenen op hoe het Canadese mijnbedrijf First Quantum in 2010 voor het blok werd gezet door een adviseur van president Joseph Kabila: of miljoenen omkoopgeld betalen (en vooral geen gewone belasting), of je kopermijn kwijtraken. Het bedrijf, dat vasthield aan good governance, zag vervolgens de mijn geconfisqueerd en - met verlies van honderden banen - overgedaan aan Kabila’s goede vriend, louche mijnbaas Dan Gertler. Gertlers naam werd vorig jaar ruim tweehonderd keer aangetroffen in de Panama Papers, vol onthullingen over off shore-belastingparadijzen.

Intimidatie en bedreigingen

Onderzoeksjournalistiek - het graven in zaken die de machtigen der aarde graag verborgen houden, het aan de kaak stellen van sociaal onrecht en wat dies meer zij - is al niet het gemakkelijkste beroep, maar in landen als Congo en Nigeria wagen alleen de zeer moedigen zich eraan. Leden van het AIPC krijgen dagelijks intimidatie en bedreigingen te verduren van politici, bureaucraten, louche zakenlieden, hun lijfwachten en milities, en geharde criminelen.

Redacteuren van de Premium Times moeten zich geregeld schuilhouden; Mayah overleefde maar nauwelijks zijn reportage over een mensensmokkelsyndicaat, dat vanwege banden met corrupte politici en bureaucraten straffeloos kan opereren in Nigeria. En de Congolees Eric Mwamba werkt noodgedwongen vanuit ballingschap; toen hij twee jaar terug weer eens in de Congolese hoofdstad Kinshasa was, werd hij prompt ontvoerd en van computer, geld en papieren ontdaan door de geheime dienst van president Kabila.

En toen Chief Bisong Etahoben, onderzoeksjournalistiek veteraan en voormalig hoofdredacteur van de Weekly Post uit Kameroen, de plunderpraktijken betreffende goud, hout en grond van de lokale politieke elite aan de kaak stelde in zijn krant, riepen dezelfde regenten nieuwe, dure vergunningssystemen en andere bureaucratische obstakels in het leven en ging zijn krant failliet. Inmiddels staat Chief op de lijst van ‘staatsvijanden’ en werd het Kameroense internet vorig jaar drie maanden lang afgesloten toen protesten tegen de kleptocratie van president Biya als een olievlek om zich heen grepen.

De tentakels van Afrikaanse kleptocraten strekken zich ook wereldwijd uit

Drie dagen cel

Zelfs ‘gewone’ journalistiek - bijvoorbeeld ergens gaan kijken om daar verslag van te doen - kan al problemen opleveren. Francis Mbala, die nog steeds in Kinshasa woont, werd vorig jaar gearresteerd toen hij een kijkje kwam nemen in een kliniek in Kinshasa voor een verhaal over behandeling van malariapatiënten. “Hoezo het publiek informeren over malaria? Waar is dat voor nodig?”, werd hem toegeroepen door de manager van de kliniek, die hem mee liet nemen door de politie. Mbala bracht drie dagen in een cel door. Hij werd vrijgelaten na diplomatieke interventie vanuit Nederland, maar zijn papieren en telefoon kreeg hij nooit terug.

Die tussenkomst vanuit Nederland kwam tot stand dankzij bemoeienis van ZAM, een platform in Amsterdam voor de sociale strijd in Afrika; het publiceert het werk van Afrikaanse onderzoeksjournalisten wereldwijd.

Dat is ten eerste al van belang omdat de tentakels van Afrikaanse kleptocraten zich ook wereldwijd uitstrekken - niet alleen via dubieuze zakenlieden als Dan Gertler en de twijfelachtige accountants en advocaten die nu dankzij de Panama Papers in de schijnwerpers staan.

© Reuters, ANP

Ten tweede is die internationale aandacht belangrijk omdat de huidige Afrikaanse politieke elites zich net zo gedragen als de vroegere koloniale machthebbers; kleptocraten gebruiken het eigen land als wingewest. Kameroens autocratische leider Biya brengt maar weinig tijd door in het eigen uitgemergelde land. Hij woont zo ongeveer in de buurt van Genève.

“Waarom kunnen de rijken niet op zijn minst iets doen aan de enorme gaten in hun eigen straten?”, vroeg ik ooit aan collega Sage Gayala tijdens een hobbelig ritje door Gombe, de villawijk van Kinshasa. Sage moest lachen: “Ze houden hun huizen aan voor als ze hier even moeten zijn. Maar ze wonen in Frankrijk.”

Zwembad en vliegtuig

Een Afrikaan mag toch ook best rijk zijn, luidt steevast de verdediging van de kleptocraten. “Waarom mag een zwarte geen zwembad of een vliegtuig hebben?”, riepen sympathisanten van de onlangs tot aftreden gedwongen Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma, toen vragen rezen over zijn luxueuze wooncomplex dat hij met miljoenen aan belastinggeld had laten bouwen. Ook andere Afrikaanse regenten roepen graag ‘racisme’ zodra hun persoonlijke verrijking onderwerp is van kritisch commentaar. “Omdat we zwart zijn mogen wij niet op vakantie, alleen witten mogen dat.”

'Onze leiders zullen alleen luisteren als onze verhalen in het Westen worden gepubliceerd'

Maar natuurlijk bedoelen ze dat niet, die onderzoeksjournalisten als Anas Aremeyaw Anas, met zijn undercover reportages onder de rechterlijke maffia’s van Ghana, en de Botswaanse collega’s met hun exposés over de plunderingen door hun nationale regerende familie, en Estacio Valoi die dagelijks wegduikt voor Special Forces - officiële beschermers van de plunderaars - in de wouden en robijnvelden van Mozambique. Wat niet mag, is grondstoffen voor eigen gewin verkopen, geld van pensioenfondsen van mijnwerkers wegsluizen naar Dubai, spoor-en autowegen laten verrotten, scholen verwaarlozen, dokterssalarissen en malaria-hulpgeld in je eigen zakken stoppen. Wat moet, is dat journalisten daarover schrijven.

Als het even meezit, volgt op hun publicaties publieke verontwaardiging, liefst wereldwijd. Want alleen in Kameroen publiceren, zoals de Weekly Post probeerde, heeft weinig effect. Kameroenezen weten zelf heel goed hoe hun land honger lijdt onder Biya’s zelfverrijking, en verder word je in Kameroen dus de mond gesnoerd als je te veel protesteert.

In Nigeria kun je iets vrijer opereren als journalist, maar toch gaan ook daar de machthebbers hun leven niet beteren omdat er toevallig iets in de Premium Times staat. Zoals AIPC-grondlegger Idris Akinbajo het zegt: “Onze leiders zullen alleen luisteren als onze verhalen in het Westen worden gepubliceerd.” Hij doelt op de westerlingen die deze machthebbers steeds weer ontwikkelingsprojecten, budgetaanvullingen, contracten en leningen toestoppen, en hen uitnodigen voor diplomatieke bezoeken - snoepreisjes vaak.

Afhankelijk

Afrikaanse regenten zijn voor een groot deel afhankelijk van hun buitenlandse, wereldleidende partners: regeringen, donoren, Wereldbank, IMF. Deze hebben daarom vaak meer invloed op hun gedrag dan de burgers van hun eigen land. In het onderzoek naar het verdwijnen van malariahulp in Ghana lukte het collega Zack Tawiah niet om een regeringswoordvoerder te spreken te krijgen. Hij nam vijf keer de bus van zijn woonplaats Kumasi naar Accra (vier uur heen, vier uur terug) voor telefonisch afgesproken interviews. Hij kwam vijf keer voor een dichte deur te staan.

Maar een andere ervaring had Bill Gates’ Global Fund against Malaria, TB and Aids, dat geldzakken vol aan Afrikaanse regeringen overhandigt voor de bestrijding van deze ziektes, zoals bleek uit ons onderzoek in 2015. Voor hem maakte een minister graag tijd, op een feestdag nog wel. “De minister kwam meteen, met zijn hele gevolg”, vertelde bestuurder Cees Klumper van het Global Fund ons.

Dankzij Zuid-Afri­kaan­se journalisten kwam het kleptocrate Gupta-netwerk rond president Zuma aan het licht

Het verschil tussen Tawiah en de Global Fundbestuurder: de eerste is een journalist met lastige vragen over falende uitvoering van het malariaprogramma, de tweede is iemand die langskomt met geld voor de regering. In klinieken in Ghana, Congo en Tanzania komt weinig tot niets terecht van het streven van het fonds: gratis medicijnen voor malariapatiënten, zo bleek uit ons uitgebreide onderzoek.

Vandaar het belang van internationale aandacht: wereldleiders met geldbuidels zouden wel eens wat minder vrijgevig kunnen worden als hun - vaker en grondiger - een boekje opengedaan zou worden over het wangedrag van hun partners in Afrika.

Heel veel oren en ogen bereikt ons collectief nog niet. Zo hadden koning Willem-Alexander en koningin Máxima vast niet gehoord dat de Mozambikaanse president Filipe Nyusi, die zij met zoveel egards in april 2017 ontvingen, verantwoordelijk is voor een miljardenschandaal waarbij staatsleningen in de zakken van ministers verdwenen, met ernstige gevolgen voor de toch al zo arme bevolking van dat land.

Onthullingen

Maar Afrikaanse onderzoeksjournalisten hebben wel degelijk successen geboekt. Onthullingen zorgden ervoor dat de Franse justitie bezittingen van de playboy-zoon van de president van Equatoriaal-Guinee confisqueerde. En dat Canadese en Britse autoriteiten onderzoeken zijn begonnen naar de goede vriend van de Congolese president Joseph Kabila, mijntycoon Dan Gertler. En dankzij Zuid-Afrikaanse journalisten kwam het kleptocrate Gupta-netwerk rond president Zuma aan het licht, waardoor internationale bedrijven KPMG, McKinsey en Bell Pottinger, die hand- en spandiensten verleenden aan de plunderaars, internationaal respect en klanten verloren.

Journalisten tonen aan dat Afrika geen hulpbehoevende massa is, maar een strijdtoneel

Er zijn natuurlijk ups en downs, kijk naar het soort zakendoen dat gestimuleerd wordt onder de Amerikaanse president Donald (‘Ik heb vrienden die naar jullie landen gaan om rijk te worden’) Trump. Maar toch: als de trend doorzet, zullen Afrikaanse oligarchen al minder vrienden overhouden. Wat moet Kabila zonder Gertler, zonder brievenbusmaatschappijen in Nederland en wellicht straks ook zonder Europese budgetsteun?

De door journalisten aan het licht gebrachte feiten tonen dat Afrika geen hulpbehoevende massa is, maar een strijdtoneel. En dat wie zich met Afrika engageert, moet kiezen met wie hij zich engageert. Nederland (en andere landen) zou meer steun aan de tegenkrachten kunnen geven, en minder steun via ministeries van oligarchieën. Wie weet kunnen we dan op een dag zonder problemen en op gelijke voet heen en weer reizen tussen de twee continenten.

En China dan? China blijft toch zeker wel allerlei foute regimes steunen, zegt u? Klopt. Daarom zijn er inmiddels ook contacten tussen het AIPC en Chinese collega’s, die kwalijke praktijken ook in hun land aan de grote klok willen hangen. 

Dit is een bewerkte bijdrage aan de bundel ‘Tegenkrachten’. Het rapport ‘The Plunder Route to Africa’ staat op zammagazine.com

Marjan Goslings, René Klomp (red.)
Tegenkrachten
Ars Aequi € 29,50

Evelien Groenink (1960) is redacteur van ZAM en coördineert onderzoeken van het African Investigative Publishing Collective. Zij publiceerde drie boeken over Zuid-Afrika, waaronder ‘Bij de Blanken is het Beter’ (2013).

Lees ook: 'Heineken gebruikt biermeisjes en prostituees om bier in Afrika aan de man te brengen'

Journalist Olivier van Beemen onthulde dat het bierconcern in sommige Afrikaanse landen nauwe banden heeft met corrupte regeringleiders - en van die relaties gebruik maakt.

Lees ook: De oren en ogen van Trouw in Afrika

Trouw-correspondent Ilona Eveleens doet ruim twintig jaar verslag vanuit Oost-Afrika. "De corruptie is endemisch, ik word er bijna dagelijks mee geconfronteerd."

Deel dit artikel

Zelfs ‘gewone’ journalistiek - bijvoorbeeld ergens gaan kijken om daar verslag van te doen - kan al problemen opleveren

De tentakels van Afrikaanse kleptocraten strekken zich ook wereldwijd uit

'Onze leiders zullen alleen luisteren als onze verhalen in het Westen worden gepubliceerd'

Dankzij Zuid-Afri­kaan­se journalisten kwam het kleptocrate Gupta-netwerk rond president Zuma aan het licht

Journalisten tonen aan dat Afrika geen hulpbehoevende massa is, maar een strijdtoneel