Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe ironisch is deze grammaticale structuur!

Home

Peter-Arno Coppen

© ANP
taal

Een lezer maakt mij attent op nog een kandidaat voor de Grammaticale Structuur van het Decennium. Het gaat over de constructie ‘Hoe lief is dat?’ met als varianten ‘Hoe leuk wil je het hebben?’ en ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ Hoe intrigerend! 

“Ik vermoed dat het hier om een recente constructie gaat”, merkt de lezer nog op. Ja, dat denk ik ook, maar het is nog niet zo makkelijk om dit te bewijzen.

Lees verder na de advertentie

Het is mijn indruk dat ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ al wat ouder is, maar het vroegste exemplaar dat ik tegenkom is uit een krant uit 1960, en het is nog een ander geval ook. Het betreft de zin: ‘Hoe moeilijk kan het zijn om je onschuld te bewijzen als iedereen tegen je samenspant’. Deze zin heeft echter de letterlijke betekenis van een verzuchting hoe moeilijk iets toch kan zijn in een gegeven situatie. De constructie waar we het hier over hebben betekent juist dat iets helemaal niet moeilijk is. Je kunt het ook een beetje horen: ik zou de krantenzin voorlezen met klemtoon op ‘moeilijk’, terwijl ik in onze constructie de klemtoon op ‘zijn’ zou leggen.

Die omgekeerde betekenis (iets is helemaal niet moeilijk) wijkt af van de andere twee gevallen. In ‘Hoe lief is dat’ en ‘Hoe leuk wil je het hebben’ wordt meer een hoge graad van lief of leuk uitgesproken. Dat sluit juist aan bij ouderwetse uitroepen als ‘Hoe vermakelijk!’ of ‘Hoe wonderlijk!’

Ik denk dat de moderne taalgebruiker ‘hoe’ als een verplicht vragend woord ziet, en het ouderwetse uitroepende ‘hoe’ daarom verpakt in een vraagconstructie die vervolgens (ironisch) niet als vraag maar als uitroep of omkering begrepen moet worden.

Grammaticale geschillen, etymologische enigma’s en andere taaltwijfels, voor u opgehelderd door Peter-Arno Coppen en Ton den Boon.

Deel dit artikel