Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe houden sporters (en journalisten) dat vol, dag en nacht sport?

Home

Redactie Trouw

De Nederlandse marathonloper Abdi Nageeye. Op de Spelen van 2020 in Tokio start hij zijn race om zes uur in de ochtend. © ANP
VAK T

De wekker van Abdi Nageeye zal op de Olympische Spelen in Tokio om een uur of twee ’s nachts afgaan. Rustig opstaan, ontbijten, inlopen en als de rest van het olympisch dorp zo’n beetje wakker wordt, is hij al bezig aan zijn marathon. 

Nu het programmaboekje met het atletiekschema voor de Spelen in 2020 is gepresenteerd, weet Nageeye het zeker. Zijn marathon start inderdaad om zes uur ’s ochtends. Dat betekent dat de Nederlands recordhouder in de maanden ervoor al moet starten met een ander ritme. Hij draait zijn dag en nacht zo’n beetje om.

Lees verder na de advertentie

De reden van het vroege tijdstip heeft dit keer niet met tv-uitzendingen te maken. Het is in Tokio in de zomer extreem warm. De temperaturen kunnen zo hoog oplopen, dat overdag hardlopen niet verantwoord is. Daarom is er besloten de marathon vroeg te laten starten, als het nog een beetje koel is. Van de snelwandelaars wordt verwacht dat ze de echte vroege vogels zijn. Zij beginnen aan de langste afstand, 50 kilometer, om half zes. Dan komt de zon net op.

Het is één vraag hoe sporters het gaan doen en een heel andere hoe journalisten twee weken ­dag en nacht sport volhouden

Gelukkig is Nageeye niet de enige atleet die vroeg op moet. Atleten op nog acht andere atletieknummers moeten hun wekker wat eerder zetten, zij het niet zo vroeg als de marathonlopers. Ook hordelopers hebben finales in de ochtend, net als de atleten op een aantal technische onderdelen.

Dat heeft dan weer niets met de warmte te maken. Het Interna­tionaal Olympisch Comité wil dat alle tv-kijkers ter wereld op hun favoriete tijdstip, primetime, een finale kunnen zien. Met finales in de ochtend én avond is er voor elk wat wils. Dat is goed nieuws voor het publiek in Nederland, dat thuis blijft: de finales van de 100 en 200 meter, met Dafne Schippers, zijn om vijf voor tien ’s avonds Japanse tijd. Dat betekent dat iedereen om drie uur ’s middags op het werk met een schuin oog tv kan kijken.

Zwemmen

De Nederlandse thuisblijvers die liever naar zwemmen kijken, hebben pech. Zij moeten midden in de nacht opstaan om iets van de olympische finales te zien, want de zwemfinales staan, anders dan op de spelen van Rio in de ochtend op het schema.

Dat laatste heeft ook niets met de temperatuur te maken – die speelt geen rol in een binnenbad – maar wel met geld. De Amerikaanse omroep NBC had 6,6 miljard euro over om de Amerikaanse kijkers te trakteren op primetime zwemfinales. 

Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk moeten het er maar mee doen. Ze hebben één voordeel ten opzichte van veel concurrenten: ze weten hoe het is om ’s ochtends te moeten pieken als hun lichaam nog niet helemaal wakker is. In Peking op de Spelen in 2008 waren de finales ook ’s ochtends, omdat geld ook daar belangrijker was dan prestaties van de sporters.

Atleten presteren doorgaans beter in de avond. Om toch tot een topprestatie te komen heeft zwembondscoach Marcel Wouda al een hoop gadgets gepresenteerd aan zijn ploeg. Zo werd de befaamde lichtbril al geïntroduceerd, een bril met lichtkrans aan de binnenkant zodat het brein denkt dat het nog dag is terwijl het buiten al aan het schemeren is. 

De tegenhanger is een donkere bril, om de hersenen het signaal te geven dat het tijd is om te gaan slapen. Wie écht niet wakker kan worden in de ochtend, gebruikt naast koffie ook cafeïnepillen. Eén voordeel, en dat wordt altijd aangedragen als zulke plannen bekend worden: alle sporters moeten pieken onder dezelfde omstandigheden.

Maar het is één vraag hoe sporters het gaan doen, een heel andere hoe journalisten twee weken ­Tokio volhouden, met dag en nacht sport. Het zal waarschijnlijk een combinatie worden van lichtbrillen, schemerbrillen, koffie en cafeïnepillen. Heel veel ­cafeïnepillen.

In de rubriek Vak T beschouwen sportredacteuren Fred Buddenberg, Kick Hommes en Eline van Suchtelen het sportnieuws uit de losse pols.

Deel dit artikel

Het is één vraag hoe sporters het gaan doen en een heel andere hoe journalisten twee weken ­dag en nacht sport volhouden