Hoe het utopische Europa veranderde in een nachtmerrie

home

Peter Henk Steenhuis

Utopisch/dystopisch-syndroom'. Eerst beschouwen we een nieuwe werkelijkheid als paradijselijk; korte tijd later verandert deze utopische situatie © FOTO SHAUN HIGSON
Interview

Denker des Vaderlands Hans Achterhuis verklaart hoe het utopische Europa in een nachtmerrie kon omslaan. 'De utopie verandert in een dystopie als mensen geraakt worden in hun intieme wezen: verliefdheid, angst, woede.'

Europa was voor ons Utopia. Nu is het een nachtmerrie.' Dit zei de Griekse hoogleraar moderne geschiedenis Antonis Liakos ruim twee weken geleden in deze krant. Korter en scherper dan Liakos kun je volgens Hans Achterhuis, Denker des Vaderlands, de stemmingsomslag over Europa niet formuleren. "Liakos beschrijft de Griekse ervaring. De SP en de PVV spelen in op exact hetzelfde gevoel, alleen dan in Nederland."

Achterhuis publiceerde in 1998 zijn omvangrijke boek 'De erfenis van de utopie'. "Tijdens het werken aan dat boek viel mij voor het eerst op dat we gevangen lijken te zitten in wat ik noem 'het utopisch/dystopisch-syndroom'. Eerst beschouwen we een innovatie, een nieuwe werkelijkheid, een nieuwe samenleving als paradijselijk; korte tijd later verandert deze utopische situatie in een nachtmerrie. Iets realistisch ertussenin lijkt onmogelijk."

Om dit syndroom goed te beschrijven, grijpt Achterhuis terug op zijn inmiddels klassiek geworden boek. "Ik onderscheidde toen sociale en technische utopieën. In de eerste soort worden mensen gelukkig door de manier waarop de maatschappij is ingericht, in de tweede smaken zij het geluk door de overvloed aan producten die de technologische ontwikkeling hen biedt. Beide soorten utopieën hebben ons mens- en maatschappijbeeld in de moderne tijd diepgaand beïnvloed. Thomas More's 'Utopia' - het meesterwerk dat het hele genre zijn naam geeft - staat model voor de sociale benadering, 'Het Nieuwe Atlantis' van Francis Bacon voor de technische. Eeuwenlang hebben deze teksten als schitterende bakens gefunctioneerd voor het Westerse vooruitgangsgeloof."

Even een stap terug. Een paar dagen na het interview met Liakos in Trouw reageerde een lezer. Naar zijn idee had hoogleraar Liakos de tekst van More nooit gelezen, want anders had hij geweten dat het Utopia dat More schetst helemaal geen ideale staat is. 'Het is een ironische tekst die een quasi-ideale samenleving beschrijft, waarin volstrekt gelijkgeschakelde mensen een onnoemelijk saai leven leiden. Utopia is dus een nachtmerrie.'

"Een goede literaire tekst laat verschillende interpretaties toe. En wij moderne lezers richten ons nu inderdaad vaak op de ironie die in de tekst zou zijn aan te wijzen. Maar dat is een nieuwe lezing, generaties lang is de tekst volkomen serieus genomen. Utopia was het grote ideaal, zelfs op het Rode Plein lag jarenlang een gedenksteen voor More. Dat was niet omdat men zijn tekst ironisch interpreteerde."

Wanneer kwam de klad erin, en ontaardde de utopie in een nachtmerrie?
"Toen in de twintigste eeuw de realisering ervan binnen handbereik leek te komen, schrokken wij ervoor terug. Aldous Huxley schreef zijn 'Brave New World', waarin Het Nieuwe Atlantis als dystopie ontmaskerd werd. George Orwell publiceerde '1984', als angstdroom over een gerealiseerd Utopia.

"We kunnen iets meer te weten komen over die omslag van utopie naar nachtmerrie als we naar de literaire vorm van deze teksten kijken. Je zou kunnen zeggen dat een utopie altijd een maakbaar ideaal behandelt en ook altijd om een samenleving gaat, niet om persoonlijke idealen. De mensen die in dit maatschappelijk experiment een rol spelen dragen geen naam. Het verhaal wordt meestal verteld door een buitenstaander, vaak een zeeman, die aanwaait, een tijdje in de onbekende maatschappij blijft hangen, vertrekt, en later zijn paradijselijke ervaringen opschrijft. In dystopieën beschrijven bewoners van binnenuit de maatschappij. Het gevolg is dat de hoofdpersonen veranderen van anonieme mensen in herkenbare individuen, bijvoorbeeld doordat ze verliefd worden, en ineens inzien hoe slecht de maatschappij is waarin ze leven. De utopie verandert in een dystopie als mensen geraakt worden in hun intieme wezen: verliefdheid, angst, woede."

Een utopie beschrijft de wereld van buitenaf; een dystopie van binnenuit.
"Ja. En met die vaststelling kunnen we ook naar onze tijd kijken. Neem de OV-chipkaart. Uit een onderzoek van een promovendus van mij, Steven Dorrestein, weet ik dat de kaart aanvankelijk werd gepresenteerd als geheel veilig, transparant, en controleerbaar. Maar op het moment dat de kaart door hackers is gekraakt, wordt hij plotseling gezien als het 'definitieve einde van de privacy'. Dorrestein stelt terecht: 'Het idee dat er techniek mogelijk moet zijn die geheel veilig en controleerbaar is, is een utopisch beeld. De tegenhanger dat het systeem zoals het nu is, een grote stap naar het definitieve einde van de privacy is, is een dystopisch beeld.' Je ziet hier opnieuw de abstracte techniek, waar wij Nederlanders allen mee te maken krijgen, tegenover de persoonlijke angst staan dat míjn privacy geschonden wordt."

Kun je met deze tegenstelling ook naar Europa kijken?
"Als we de geschiedenis erbij gebruiken zeker wel. Eén van de hoofdstukken uit het rapport 'Global Risks', dat op het World Economic Forum in Davos van dit jaar aan de orde was, luidt: 'Seeds of Dystopia'. "Deze zaden van de dystopie voerden mij onmiddellijk terug naar een ervaring uit de jaren negentig van de vorige eeuw, toen ik aan mijn boek over utopieën werkte. Eén van mijn inspiratoren was de Mexicaanse filosoof Ivan Illich. Hij onderbrak destijds een verblijf in ons land om in Davos als spreker en gast aanwezig te zijn. Toen hij terugkwam, was er één begrip dat centraal stond in zijn verslag over de toenmalige bijeenkomst: utopie. Volgens Illich was de stemming in Davos ronduit utopisch geweest.

"In de lijn van Fukuyama's bestseller 'Het einde van de geschiedenis' meende men dat de geschiedenis inderdaad was afgelopen en dat we wereldwijd in de utopie van vrije markt en democratie zouden belanden. Volgens Illich riep dit soort denken echter automatisch zijn tegendeel op: de dystopie. Hij voorspelde dat we langs deze utopische weg op den duur in een dystopische stemming en realiteit zouden terechtkomen."

Illich overleed in 2002. Haalt hij postuum nog zijn gelijk?
"Ja, maar de zaden van dystopia waar in Davos sprake van was - de wereldwijde jeugdwerkloosheid, de schuldencrisis, de neerwaartse spiraal in de economie - zijn geen zaden maar juist vruchten. Vruchten van de utopische zaden van de jaren negentig."

Hoe konden die utopische zaden tot deze dystopische vruchten leiden?
"Dat kunnen we begrijpen als we het onderscheid van net erbij pakken: een utopie is van buitenaf beschreven, een dystopie komt van binnenuit. In mijn boek 'De erfenis van de utopie' beschreef ik technische en sociale utopieën. Een derde vorm die ik pas recent uitvoerig heb bestudeerd, is de utopie van de vrije markt.

"Als nuchtere Nederlanders zijn wij allerminst een utopisch volkje, maar in de Angelsaksische wereld bestond er in de jaren negentig van de vorige eeuw wel degelijk een utopisch geloof in de zegeningen van de vrije markteconomie. Ik noemde het beroemde boek van Fukuyama al. Belangrijker dan deze denker was de doener Alan Greenspan, van 1987 tot 2006 voorzitter van de Federal Reserve Board, volgens velen toentertijd 'de invloedrijkste man in de commandotoren van de wereldeconomie'.

"Wat ons Nederlanders veelal ontgaat, is dat Greenspan de belangrijkste leerling was van de Amerikaanse utopiste Ayn Rand, die in haar grote roman 'Atlas Shrugged' een fascinerend portret van een kapitalistische utopie schetst. De ondertitel van Greenspans memoires 'Adventures in a New World' drukt deze utopische gerichtheid van zijn beleid fraai uit. Om even onze vaderlandse bedaagdheid aan te geven, in het Nederlands is dit vertaald met het neutrale 'Een leven in dienst van de economie'. Haal je de koekoek, wie het boek leest vanuit de titel, kan er niet omheen dat Greenspan geloofde in de marktutopie. Elke keer wanneer hij als de grote econoom die hij ongetwijfeld was, geconfronteerd wordt met gevaarlijke en negatieve economische vooruitzichten, vermant hij zich en spreekt zichzelf streng toe: als leerling van Ayn Rand moet je blijven geloven in de markt die alle problemen zal oplossen!

"Toen de euro werd geïntroduceerd, leefden wij in Europa eveneens in de utopie van de vrije markt. Het abstracte idee van de nieuwe munt zou ons allemaal meer welvaart brengen. En dat de Grieken een andere cultuur hadden dan de Nederlanders werd niet in ogenschouw genomen. Het ging om het abstracte ideaal dat ons van buitenaf werd voorgehouden. Precies zoals bij een literaire utopie gebruikelijk is."

Toen denderde de crisis over ons heen.
"En raakte ons persoonlijk, raakte ons in ons persoonlijke bestaan: in angst voor verlies van mijn baan, in woede over andermans onmacht. Er zijn voorbeelden te over, die de woede kunnen illustreren. Laten we de Griekse belastingontduiking buiten beschouwing laten. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de verlaging van de pensioenleeftijd in Frankrijk. De vorige regering van president Nicolas Sarkozy verhoogde de pensioenleeftijd van 60 naar 62 jaar. Huidig president François Hollande beloofde tijdens de verkiezingscampagne die maatregel terug te draaien. En dat doet hij nu ook. Vanuit Franse optiek misschien begrijpelijk, maar hoe moet een Nederlandse arbeider daar tegenaan kijken? Hij werkt niet door tot 62, maar tot 65 en binnenkort tot 67, en misschien nog wel langer. Moet deze Nederlandse man garant staan voor schulden van Frankrijk? Het is heel begrijpelijk dat voor zo'n arbeider Europa van een abstracte utopie in een concrete, persoonlijke nachtmerrie verandert.

"Een abstract Europa dat op de tekentafels van buitenaf utopisch geschetst werd, is in tien jaar veranderd in een persoonlijk ervaren dystopie van de inwoners, die nu van binnenuit vol woede verwoord wordt."

Dit massapsychologische verschijnsel kunnen we begrijpen als we naar de literaire vormen van de utopie en de dystopie kijken. Vraag die nu nog overblijft: ís Europa ook een dystopie?
"In de Volkskrant kwam ik laatst een mooi beeld tegen. Wij, Europeanen, zijn als een wandelaar die een wilde bergstroom wil oversteken. Hij begint vol goede moed, de andere kant oogt mooi en verleidelijk, paradijselijk zelfs. Daar moet hij naartoe. Maar de beek is wilder dan gedacht. Halverwege dreigt de wandelaar zijn evenwicht te verliezen, en meegezogen te worden. Wat nu? Is de overkant nu veranderd in een nachtmerrie? De wandelaar zal zo precies mogelijk moeten analyseren wat gevaarlijker is: doorzetten of omkeren. Besef daarbij wel dat het moment van omkeren misschien nog wel het gevaarlijkst is.

"Het ondergangsperspectief, dat juist voor teleurgestelde utopisten verleidelijk is, doet geen recht aan de werkelijkheid, maakt ons er zelfs even blind voor als het geloof in de utopie dat doet. Met het wat mij betreft noodzakelijke afscheid van het utopisch denken, moeten we dus ook de dystopie ten grave dragen. De problemen waar wij wereldwijd voor staan, zijn te ernstig om ze door de bril van de dystopie te vervormen. Europa was niet het paradijs, en we mogen het niet laten ontaarden in een nachtmerrie."

Lees verder na de advertentie

 
We lijken gevangen te zitten in wat ik noem ‘het atie in een nachtmerrie. Iets realistisch ertussenin lijkt onmogelijk.
Hans Achterhuis

Hans Achterhuis

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie