Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe gaat het? Nou, druk, druk, druk!

Home

LEONIE BREEBAART

interview | Nooit hadden West-Europeanen zoveel vrije tijd als nu, en toch stouwen ze die vol met activiteiten. De Vlaamse filosoof Ignaas Devisch vraagt zich af waarom.

Tijdsdruk, stress, hectiek, dat zijn de plagen van deze tijd. Althans, volgens vrijwel alle moderne cultuurfilosofen. Maar niet volgens de Vlaamse filosoof Ignaas Devisch. Dat wil zeggen, hij ziet weinig in een oproep tot rust zolang we niet weten waaróm we het allemaal zo druk hebben. En wíllen hebben. Want het lijkt wel of we almaar mínder tijd overhouden naarmate onze vrije tijd toeneemt. "Lange tijd is gedacht dat de 21ste-eeuwse mens zich te pletter zou gaan vervelen, want wat zou hij aanmoeten met al die vrije tijd. Vooral in de jaren zestig maakten sociologen zich daar serieuze zorgen over." De moderne hectiek, wil hij maar zeggen, is veel meer dan een opgelegde drukte. We zijn het zélf die onze vrije tijd volproppen met activiteiten, met bezigheden die vast erg de moeite zijn - sporten, yoga, mindfulness - maar die toch weer bovenop het dagelijkse takenlijstje komen. Waarom doen we dat? Waarom dóen we alsof er zoveel van ons verlangd wordt? Daarop zoekt Ignaas Devisch een antwoord in zijn volgende maand te verschijnen boek 'Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven'.

Hadden we het vroeger echt drukker? Hebt u daar zelf herinneringen aan?

"We hadden het ánders druk. Mijn grootmoeder werkte waarschijnlijk veel harder dan wij vandaag doen. Ze heeft in veertien jaar tien kinderen op de wereld gezet. Stel je eens voor dat je drie keer per dag een maaltijd voor twaalf mensen moet klaarmaken! Krankzinnig. Toch klaagde ze nooit over drukte, omdat ze vaste momenten had die haar rust boden. Ze had geen televisie of radio, de winteravonden zullen verschrikkelijk vervelend zijn geweest, maar wel rustig. Zondags ging ze naar de kerk."

Toen lag er ook nog geen telefoon op de keukentafel. Is het de nieuwe techniek die ons opjaagt?

"Dat is maar een deel van het verhaal. Natuurlijk dóet digitale techniek iets met ons. Als je vlak voordat je gaat slapen je mail nog gaat checken, of op de sportschool een boos mailtje krijgt van je baas - dan voelt dat als 'het te druk hebben'. Maar wat ons daarin stoort is niet het druk-zijn zelf maar de fragmentatie van onze aandacht. We worden telkens onderbroken in wat we doen. Maar het probleem dat we steeds iets nieuws zoeken om de tijd te vullen, is al veel ouder. Dat merkte ik pas goed toen ik aan dit boek werkte, rusteloze types die zichzelf almaar nieuwe doelen stellen vind je al in de veertiende eeuw. De veertiende-eeuwse koopman Datini schrijft al dat hij zich het ziekbed heeft ingewerkt, dat hij spijt heeft en dat hij zich dit keer écht voorneemt niet meer zo hard te werken. Kennelijk zit het probleem dieper dan de beschikbaarheid van nieuwe techniek, het komt ergens anders uit voort."

Waaruit dan?

"Uit de secularisatie."

De secularisatie?

"Ja. Op zeker moment geven mensen het idee van een eeuwig leven op. En als er maar één leven is, dan moeten we zeer goed bedenken wat we daarin doen, zodat we niet aan het eind het gevoel krijgen dat we er niet alles uitgehaald hebben. Je ziet dat idee na de Middeleeuwen sterk opkomen. Het ascetische ideaal van soberheid maakt plaats voor de mens die vooruit wil, die zijn hemel nú wil verdienen. Natuurlijk blijft dat ideaal een tijdlang verbonden aan het calvinistische ideaal van hard werken, maar gaandeweg gaat dat over in de gedachte dat we de beloning in dit leven moeten krijgen. De status quo voldoet niet meer. Om één actueel voorbeeld te noemen: stel je een man voor die twintig jaar lang hard heeft gewerkt en zijn kinderen amper heeft zien opgroeien. Die wordt plotseling zwaar ziek. En dan zie je de reflex, wat heb ik al die tijd gedaan? Vanaf nu is het 'pluk de dag'. Nu doe ik alleen nog wat ik graag doe. Een goed leven is een leven waar je het maximum uit hebt gehaald. Het mag niet voor niets zijn geweest."

Niemand zegt meer: nu is het wel genoeg. Meer hoeft u niet te verwachten.

"Er is geen geloof meer, geen kerk meer, die een rem zet op onze verlangens. Vroeger wist je wat je hoorde te doen om een goed mens te zijn. En dat was dan genoeg. Van dat gehoorzame bestaan hebben veel mensen zich inmiddels losgewrikt, en daar zijn ze meestal blij om; ze zouden hun autonomie niet meer willen missen. Maar als je voortdurend aan het kiezen bent, wordt dát weer een soort plicht. Zelfs genieten wordt iets dat móet. Steeds moet je op zoek naar een ander wondermiddel dat je in balans zal brengen, een cursus mediteren. Want het is maar één van de dingen die je wilt."

Dus de industrie van de rust is zelf rusteloos?

"Sla de bladen er maar op na. De éne week staat er: 'Een zevengangendiner? Geniet ervan!', de volgende keer is het lente en moeten je kilootjes er juist weer af. Die rusteloosheid zie je overal terug, zowel in de sfeer van de vrije tijd als in die van het werk. Ik heb wel eens personeelsadvertenties vergeleken met allerlei advertenties voor cursussen in mindfulness en onthaasting. De terminologie is precies dezelfde! Je moet zoeken naar doorgroeimogelijkheden, naar ontplooiingskansen, je moet jezelf authentiek herkennen in wat je doet."

Dus? Wat is de conclusie?

"Dat wat zich aandient als compensatie, zo'n cursus mindfulness bijvoorbeeld, gevangen zit in dezelfde logica als wat het moet compenseren. Je moet jezelf altijd maar weer blijven verbeteren, zowel op je werk als thuis. Je moet 'in balans te blijven', je moet per fiets de Mont Ventoux hebben beklommen. Zoals de Duitse filosoof Peter Sloterdijk zegt: West-Europa verandert in een gigantisch oefenkamp. We willen voortdurend virtuoos zijn, ook in onze hobby's. Wie kookt moet ook meteen een kookcursus doen of een peperduur fornuis aanschaffen."

Daar moeten we dan toch vanaf?

"Dat beweer ik niet. Ik vind juist dat er te veel gemoraliseerd wordt over onze rusteloosheid. Mensen horen voortdurend: jij doet te veel of jij moet in balans blijven. Maar je lost het probleem niet eventjes op door het te presenteren als een individuele keuze. Onze rusteloosheid ligt dieper, in de begrijpelijke angst dat we zelf geen betekenis kunnen geven aan ons leven - en dat is een probleem van de moderniteit. De zestiende-eeuwse denker Coornhert schrijft het al in een van zijn dialogen: 'Als je nergens meer naar verlangt, kijk je uit op de dood'. Anders gezegd, als je even niets doet 'valt het leven op je', je wordt ófwel geconfronteerd met de eindstreep of met het gevoel dat de gang daarheen een heel zinloze aangelegenheid is. Als religie ons niet meer beschermt tegen het verlies aan zin, raken mensen begrijpelijkerwijs in paniek. We houden onszelf aan de gang, omdat we bang zijn te ontdekken dat het leven geen zin heeft - tenminste niet een zin die van buiten komt. Het is tegenwoordig heel flashy om te zeggen: ik kan me uitstekend vervelen. Maar daar geloof ik niks van. We zijn er doodsbang voor."

Wat dan? Toch maar doorhollen?

"Dat zou een raar advies zijn van een filosoof. Natuurlijk wordt het leven rijker als je de verveling aandurft. Bovendien hoeft het helemaal niet erg te zijn om te ontdekken dat we niets anders hebben dan dít leven, dat er geen kosmisch beloningssysteem is dat het goede alsnog beloont en het slechte afstraft. Als je nú iets bereikt is dat al heel wat. Maar voordat we een rusteloze levensstijl veroordelen, moeten we wel bedenken dat onze cultuur daartoe voortdurend aanmoedigt. Dat is een vaststelling, geen waardeoordeel. Want als je baan weinig spectaculair is, dan moet die invulling ergens anders vandaan komen. Dan ga je zo'n interessante cursus mindfulness doen, of een cursus 'grote denkers'. Hoe geef je je leven anders invulling? Ik vel daarover geen oordeel, ik wil alleen laten zien dat zo'n cursus een nieuwe manier kan zijn om de zelfproductie nog een tandje op te voeren. Dat we nooit genoeg gedaan hebben. Zolang we dat mechanisme niet doorhebben, blijft elke oproep tot rustiger leven gedoemd tot mislukken."

Ignaas Devisch is op zaterdag 27 februari een van de sprekers op het denkfestival Brainwash Den Haag. Filosofen, schrijvers en kunstenaars uit binnen- en buitenland verkennen op die dag de grote vragen van deze tijd en hun maatschappelijke en persoonlijke relevantie. Voor meer informatie: www.brainwashfestival.nl

Lees verder na de advertentie

Wie is Ignaas Devisch?

Ignaas Devisch (1970) houdt zich vooral bezig met ethische kwesties op het gebied van gezondheid. Daarin neemt hij vaak tegendraadse standpunten in. Zo betoogt hij in zijn boek 'Ziek van gezondheid. Voor elk probleem een pil?' (2013) dat we overdreven bezorgd zijn over onze gezondheid. 'Je bent ziek tot het tegendeel is bewezen'. Devisch is onder meer hoogleraar ethiek, sociale en medische filosofie in Gent, maar laat zich als blogger en in (Vlaamse) bladen regelmatig uit over actuele kwesties, van de aanpak van obesitas tot de emoties die de vluchtelingencrisis wekt. Als voorzitter van de Belgische organisatie 'De Maakbare Mens' reflecteert hij op de ethische gevolgen van bio-medische ontwikkelingen. Zijn nieuwe boek 'Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven' verschijnt op 24 maart.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie