Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe de kat in huis kwam

Home

Elleke Bal

"Waar anders dan in Egypte zou de kat gedomesticeerd kunnen zijn?" © AFP

Toen archeoloog Wim van Neer in Hierakonpolis de resten vond van zes katten, wist hij dat wat hem op school was geleerd niet waar kon zijn. De kat was al huisdier lang voordat hij bij een farao op schoot kroop.

Wie weleens geprobeerd heeft een angstig exemplaar te vangen, weet hoe eigenzinnig ze zijn: katten. Zelfs in de archeologische wereld staan ze bekend als ongrijpbaar. Duizenden jaren na hun dood laten ze zich nog moeilijk vinden en doorgronden. "Heel af en toe af vind je wat kattenbotjes die bewaard zijn gebleven", zegt Wim van Neer, archeozoöloog van het Koninklijk Belgisch Instituut voor de Natuurwetenschappen.

Lees verder na de advertentie

Een archeozoöloog als Van Neer doet onderzoek naar dierresten. Runderen, geiten, schapen, varkens, dat zijn voedseldieren die in grotere aantallen voorkomen, vertelt hij. Hun overblijfselen komen vaker voor op archeologische vindplaatsen, in slachtafval en de resten van maaltijden. Maar katten staan bovenaan de voedselpiramide. "Mensen eten geen katten. Meestal sterven ze alleen, waarna hun kadaver vergaat."

Als er al een oude kat wordt gevonden, moet het beest op een bijzondere plek zijn doodgegaan. Met name katten die geofferd werden of iets bijzonders betekenden voor een mens, zijn bewaard gebleven. En dan is er nog een andere uitdaging voor de archeoloog. Katten zijn door domesticatie minder veranderd dan bijvoorbeeld honden. Skeletten van wilde en gedomesticeerde katten zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Kortom: Van Neer wist als geen ander hoe complex de studie zou worden die hij wilde gaan opzetten. En toch besloot hij eraan te beginnen. Samen met een team van collega-archeologen en genetici onderzocht hij de skeletten en overblijfselen van maar liefst tweehonderd katten; de oudsten uit de steentijd, de jongsten uit de negentiende eeuw.

De resultaten werden onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Ecology & Evolution. En het verhaal van de kat bleek nog verrassender dan de wetenschappers zelf hadden durven dromen. Ze veroverden langzaam terrein zowel over land als over zee, eerst samen met Steentijdboeren en later zelfs aan boord van Vikingschepen.

Spannende tijden

Archeozoölogen leven in spannende tijden. Door de samenwerking met genetici en dankzij nieuwe technische mogelijkheden, raakt het onderzoek naar de geschiedenis van onze huisdieren in een stroomversnelling. Evolutionaire genetici proberen niet alleen in kaart te brengen hoe de mens zich over de wereld heeft verspreid, ook dieren moeten eraan geloven.

Voor Wim van Neer begon het allemaal tien jaar geleden, op een oude begraafplaats aan de Westoever van de Nijl. Daar, bij de archeologische opgravingen van de stad Hierakonpolis, deed hij een ontdekking op een begraafplaats van meer dan 5700 jaar oud. "Ik was enorm opgewonden", herinnert hij zich. Hij stond op het punt om naar een andere opgraving af te reizen, maar het was uitgesloten dat hij zou vertrekken. Want daar lagen ze, in een kleine kuil. De botten van zes katten, over elkaar heen gedrapeerd. De vondst was een verrassing omdat Hierakonpolis een oude stad is, die dateert van vóór de farao's. De Egyptenaren staan bekend om hun liefde voor katten, maar die bloeide, voor zover bekend, pas op in de laatste twee millennia voor Christus.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Een gemummificeerde Egyptische kat van rond 330 voor christus in het Smithsonian-museum in Washington. © The Washington Post/Getty Images

"Op school leerde ik dat de kat was gedomesticeerd in Egypte", zegt Van Neer. "Dat stond voor iedereen zo goed als vast." Getemde katten waren zo vanzelfsprekend aanwezig in geschriften en afbeeldingen het oude Egypte. Neem de Egyptische tekeningen van katten die braaf onder een stoel een visje zitten te eten. Ook de verhalen over de cultus rond de kattengodin Bastet illustreren de kattengekte in Egypte. De godin werd vereerd tijdens copieuze feesten met processies en veel wijn. Katten werden gemummificeerd en geofferd. Er was in Egypte zelfs zoveel vraag naar katten, dat er rond 1700 voor Christus een verbod op de export van katten werd afgekondigd. Waar anders dan in Egypte zou de kat gedomesticeerd kunnen zijn?

Een wilde kat op een schip krijgen is een hachelijke onderneming, dus de kat moest getemd zijn, was de gedachte

Cyprus

Maar zo'n vijftien jaar geleden werd Egypte onverwacht van de troon gestoten als domesticatiecentrum van de kat. Franse wetenschappers vonden op Cyprus botten van een 9500 jaar oude kat, in de buurt van een menselijk graf. Omdat op Cyprus geen wilde katten voorkomen, moest het dier daar wel via zee gekomen zijn. Een wilde kat op een schip krijgen, is een vrij hachelijke onderneming, dus de kat moest getemd zijn, was de gedachte. Bovendien, dat die kat bij een mens in de buurt was begraven, wees op een band tussen mens en dier.

"Vanaf dat moment is Egypte uit het oog verdwenen", zegt Van Neer. Het Nabije Oosten kwam in beeld, het gebied ten oosten van de Middellandse Zee. Dat leek een aannemelijke theorie. Want toen de mens in dit vruchtbare gebied met landbouw begon, ontstonden er graanoverschotten. De opslagschuren trokken muizen en ander ongedierte aan. En daar kwamen de wilde katten op af. Hun hulp konden mensen goed gebruiken. Ze begonnen de katten te voeren. Zo raakten katten en mensen gewend aan elkaar.

Toen Van Neer bij Hierakonpolis de zes katten vond, wilde hij meer weten. Uit alles bleek dat de katten gevangen hadden gezeten, of getemd waren. Wat was er toch in Egypte gebeurd? Waren de katten daar nakomelingen van dieren die vanuit het Nabije Oosten Egypte waren binnengebracht? Of hadden de Egyptenaren de lokale Afrikaanse wilde kat misschien voor een tweede keer gedomesticeerd?

Van Neer wilde af van de speculaties en besloot hulptroepen in te schakelen. Hij schreef al zijn collega's aan, met de vraag of er in hun opgravingen kattenresten zaten die zich leenden voor dit onderzoek. Collega's doken in hun archieven, speurden in dozen en plastic zakken op zoek naar bruikbare kattenmaterialen uit Noord-Afrika, het Nabije Oosten en Europa. Uiteindelijk wist Van Neer resten van meer dan 350 katten te verzamelen - botten, tanden en mummies - waarvan zo'n 200 bruikbaar bleken.

Over de Bosporus

Hier begon het werk van paleogeneticus Claudio Ottoni van de Universiteit van Leuven (nu verbonden aan de universiteit van Oslo) en zijn collega's. Zij namen monsters uit de overblijfselen van de katten om het mitochondriaal DNA onder de loep krijgen. Dit speciale stukje DNA zit in de mitochondriën, de energiefabriekjes van onze cellen. Het wordt via de eicel van de moeder doorgegeven, zaadcellen bevatten geen mitochondriën. Door het mitochondriaal DNA van katten uit verschillende tijdperken te vergelijken, is het mogelijk een stamboom te tekenen van de vrouwelijke lijn van de kat.

Uit DNA-on­der­zoe­ken blijkt dat de domesticatie van de kat waarschijnlijk in twee verschillende fasen gebeurde

Uit deze DNA-onderzoeken blijkt dat de domesticatie van de kat waarschijnlijk in twee verschillende fasen gebeurde. In eerder onderzoek was al vastgesteld dat de moderne huiskat afstamt van Felis silvestris lybica, een ondersoort van de wilde kat die in het Nabije Oosten en in Noord-Afrika voorkomt. Deze wilde kat kwam ongeveer 9500 jaar geleden aanlopen bij de vroege landbouwers in het Nabije Oosten. In het nieuwe onderzoek werden katten uit diezelfde lijn zo'n 6500 jaar geleden gevonden in Zuid-Oost Europa, waaruit blijkt dat de kat in de tussentijd de Bosporus is overgestoken richting Bulgarije. Naarmate de landbouw zich verder in die richting verspreidde, gingen de katten vrolijk mee.

Maar een ander merkteken sprong nog meer in het oog. Dat bleek de familielijn afkomstig uit Egypte. Deze lijn, die voor het eerst zo'n acht eeuwen voor Christus gespot werd, verspreidde zich in de Oudheid opvallend snel naar Europa en het Nabije Oosten, vertelt paleogeneticus Ottoni. Het merkteken duikt bijvoorbeeld op in katten die zijn gevonden in handelssteden van de Vikingen, zoals Ralswiek in Duitsland. De katten reisden mee op schepen als ongediertebestrijders en kwamen zo op verschillende plekken in Europa aan land.

Egyptische lijn

De Egyptische kat moet erg populair zijn geweest, want in de eerste eeuwen na Christus werd het signatuur van deze kat al dubbel zo vaak gevonden als het merkteken van de uit de veel oudere lijn vanuit het Nabije Oosten. Het is een beetje gissen hoe dat komt, maar mogelijk hebben de Egyptenaren de vriendelijke exemplaren weten te selecteren die redelijk goed met mensen konden omgaan, zegt Ottoni. En daarmee heeft de moderne huiskat het luxe leven in de Nederlandse huiskamers toch nog een beetje te danken aan de Egyptenaren, ook al is nog niet met zekerheid te zeggen of de kat ook in Egypte is gedomesticeerd.

Archeozoöloog Wim Van Neer blijft zoeken naar een antwoord op deze vraag. Hij komt net terug uit het Natuurhistorisch Museum in Wenen. "Daar hebben ze een enorm mooie verzameling van 120 kattenmummies uit Egypte", zegt hij. "Ik zit hier met een prachtige collectie stalen voor me." Ook geneticus Claudio Ottoni speurt verder. Hij vertelt dat een vraag als deze precies is waarom dit onderzoek hem intrigeert. "In een mogelijk scenario zijn de al getemde katten vanuit het Nabije Oosten in Egypte terecht gekomen." En als die katten zich inderdaad naar Egypte verplaatst hebben, dan moet de mens daar in die tijd ook naartoe zijn gereisd. "De geschiedenis van onze huisdieren heeft ons nog zoveel te leren."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Een wilde kat op een schip krijgen is een hachelijke onderneming, dus de kat moest getemd zijn, was de gedachte

Uit DNA-on­der­zoe­ken blijkt dat de domesticatie van de kat waarschijnlijk in twee verschillende fasen gebeurde